Wat leren zij?

14 april 2020

Onderstaande vragen worden op deze pagina beantwoord:

Hoe waarborg je de doorgaande lijn (ook als leerlingen later instromen)?

Hanna Beuling, SLO

Om leerlingen onderwijs aan te bieden binnen de zone van naaste ontwikkeling, is het belangrijk dat alle doelen die leerlingen moeten behalen per vakgebied duidelijk zijn voor zowel de leraar als de leerling. Deze doelen samen vormen de doorlopende leerlijn. SLO biedt hiervoor leerdoelkaarten per vakgebied. Als alle doelen duidelijk zijn, dan kunnen verschillende manieren van formatief evalueren gebruikt worden om het niveau van een leerling in kaart te brengen en zo een startpunt te bepalen als een leerling later instroomt. Voorbeelden om te bepalen wat een leerling beheerst en wat nog niet zijn: in gesprek gaan met de leerling, een grotere opdracht laten uitvoeren of een instaptoets met meerdere opdrachten. Als duidelijk is wat een leerling beheerst, kan vanaf dat moment de doorlopende leerlijn gevolgd gaan worden.

Is er een doorlopende leerlijn rekenen -wiskunde?

Suzanne Sjoers, SLO

Voor het vak rekenen is er een doorlopende lijn. Leerlingen werken twee jaren aan beheersingsdoelen uit de referentieniveaus 1S (of 1F wanneer 1S niet haalbaar blijkt) en vervolgens aan doelen uit referentieniveau 2F. Dit niveau 2F hoeven ze bij uitstroom naar klas 3 nog niet te beheersen. Vanaf 12-jarige leeftijd krijgen leerlingen ook wiskundedoelen aangeboden. Deze doelen zijn gebaseerd op de kerndoelen en zijn aanbodsdoelen. De aansluiting van rekenen op wiskunde is lastig omdat er gewerkt wordt met twee typen doelen en omdat er tussen referentieniveaus 1F en 1S overlap is met de kerndoelen wiskunde. Daarom wordt er door leraren uit het netwerk rekenen-wiskunde gewerkt aan een doorlopende lijn rekenen-wiskunde om de aansluiting tussen deze twee vakken te verbeteren.

Is er een doorlopende leerlijn Nederlands?

Bart van der Leeuw, SLO

Een doorlopende leerlijn Nederlands is sinds 2010 vastgelegd in het referentiekader taal (RKT). Het is ingevoerd om de aansluiting tussen de sectoren (po, vo en mbo) te verbeteren en het taalvaardigheidsniveau te verhogen. Het geeft voor de sleutelmomenten in de onderwijsloopbaan een beschrijving van het taalvaardigheidsniveau van leerlingen. Daarbij worden vier referentieniveaus gehanteerd: 1F en 2F voor primair onderwijs en speciaal onderwijs; 2F voor vmbo en mbo 1, 2 en 3; 3F voor mbo-4 en havo; 4F voor vwo.
Het RKT beschrijft het taalvaardigheidsniveau voor vier domeinen:

  • Mondelinge taalvaardigheid, met de subdomeinen: gesprekken, luisteren en spreken;
  • Lezen, met de subdomeinen: zakelijke teksten en fictionele, narratieve, literaire teksten;
  • Schrijven;
  • Begrippenlijst en taalverzorging.

SLO heeft per domein de doorlopende leerlijn beschreven in overzichtelijke leerdoelkaarten.

Hoe kan ik binnen het leergebied Kunst & Cultuur een doorlopende leerlijn vormgeven?

Katinka van der Laan, NOVA Dordrecht en Moniek Warmer, SLO

Leerdoelkaarten kunnen heel goed ingezet worden tijdens het werken binnen een creatief proces, mits de doelen zijn beschreven in leerlingentaal. Leerdoelkaarten zijn er voor leerlingen om helder te krijgen waar ze mee bezig zijn, aan welke vaardigheid ze werken zodat ze gericht aan de slag kunnen aan bijvoorbeeld attitude, werkhouding, inhouden van het vak. Daarnaast krijgen leerlingen meer inzicht in de bedoeling, criteria en leerinhouden van een opdracht of project, door voorafgaand doelen te beschrijven waaraan zij willen werken.
Met welk doel werk ik aan de opdracht, wat is de insteek? Het werken met leerdoelkaarten geeft daarnaast een mogelijkheid om zelfstandig aan de slag te gaan. Waar wil een leerling zelf aan werken? Uiteindelijk kun je als team de leerdoelkaarten van verschillende vakken en leergebieden inzetten richting thematisch werken om zo samenhang te creëren en leerdoelen te kunnen combineren. Waar zit een overlap, niet allen binnen het leergebied Kunst & Cultuur maar ook binnen het schoolbrede curriculum.

Welke samenhang kun je kiezen tussen vakken?

Hanna Beuling, SLO

Bij het kiezen van samenhang tussen vakken, gericht op motivatie en effectiviteit, zijn de volgende uitgangspunten belangrijk:

De samenhang moet ook in de “echte wereld” logisch zijn. Kies grote thema’s, zoals ‘duurzaamheid’. Als de samenhang voor leerlingen te ver gezocht is, zal dit niet motiverend werken.

De samenhang moet toegevoegde waarde hebben. De samenhang kan bijvoorbeeld een diepere verwerking veroorzaken of meer inzicht geven in bepaalde leerstof.

  • Een voorbeeld van diepere verwerking is het werken met meerdere zintuigen, zoals de combinatie van muziek en geschiedenis: wat zegt de muziek van een bepaalde periode over de ontwikkelingen in die tijd?
  • Een voorbeeld van meer inzicht is het kijken vanuit verschillende perspectieven, zoals vanuit zowel natuurkunde als filosofie, als geschiedenis kijken naar kernenergie.

Pieter Snel, eerder werkzaam op het TienerCollege Gorinchem

Kies voor thema’s die de inhouden van zoveel mogelijk vakken kunnen verbinden, bijvoorbeeld: leven, burgerschap, communicatie, krachten en duurzaamheid. Talen kunnen inhoudelijk meedoen bij deze thema´s, maar hebben daarnaast een eigen leerlijn.
Methodes kunnen als bron ondersteunen. Het gebruik van methodes is voor leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs weer herkenbaar.