Leerdoelenkaarten Nederlands

19 maart 2020

Een van de doelen van 10-14-onderwijs is dat het taalonderwijs in het po een logisch vervolg krijgt in het onderwijs Nederlands in het vo.

Voor het ontwerpen van zo’n doorlopende leerlijn maken we gebruik van het Referentiekader Taal. Het referentiekader taal is immers ingevoerd om de aansluiting tussen de sectoren te verbeteren en het taalvaardigheidsniveau te verhogen. Het geeft voor de sleutelmomenten in de onderwijsloopbaan een beschrijving van het niveau van taalvaardigheid van leerlingen.

Binnen het referentiekader zijn vier referentieniveaus omschreven en het is daarmee van toepassing op po, vo en mbo. De toewijzing van referentieniveaus taal is als volgt:

  • 1F en 2F voor primair onderwijs en speciaal onderwijs
  • 2F voor vmbo en mbo 1, 2 en 3
  • 3F voor mbo-4 en havo
  • 4F voor vwo

De referentieniveaus beschrijven prestaties van leerlingen op de volgende domeinen:

  • Mondelinge taalvaardigheid, gesprekken
  • Mondelinge taalvaardigheid, luisteren
  • Mondelinge taalvaardigheid, spreken
  • Lezen van zakelijke teksten fictionele, narratieve en literaire teksten;
  • Schrijven
  • Begrippenlijst en taalverzorging

Aansluitend bij deze indeling in zeven domeinen zijn er op basis van het referentiekader leerdoelkaarten ontwikkeld. Elke leerdoelkaart beschrijft de doorgaande leerlijn voor een specifiek domein: het toont wat de leerling op een bepaald moment in zijn taalontwikkeling c.q. schoolloopbaan zou moeten weten en kunnen. Ten behoeve van de leerdoelkaarten is de grofmazige indeling van het referentiekader in vier niveaus verfijnd naar negen niveaus.

De leerdoelkaarten zijn (nog) niet definitief. In de komende periode proberen we op basis van gebruikservaringen dit concept nog te verbeteren. Scholen die met deze concept-leerdoelkaarten voor taal hebben gewerkt, worden van harte uitgenodigd hun ervaringen met ons te delen.