Kindvolgsystemen

3 juni 2021

SLO beschrijft en analyseert kindvolgsystemen

  • Wat is een kindvolgsysteem?
  • Welke kindvolgsystemen zijn er allemaal?
  • Hoe zorg ik voor een warme overdracht van voorschool naar groep 1-2?
  • Hoe signaleer ik kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong?
  • Hoe maak ik een keuze uit dat grote aanbod?
  • Hoe kom je tot een keuze die het best past bij de visie van de school of voorschoolse instelling?

Allemaal vragen waar SLO je misschien mee kan helpen.

Om de ontwikkeling van peuters en kleuters te volgen, te stimuleren en te registreren zijn er diverse observatie-instrumenten op de markt. Deze observatie-instrumenten kunnen pedagogisch medewerkers en leerkrachten helpen bij het maken van inhoudelijk verantwoorde keuzes in het aanbod aan het jonge kind. Een aanbod dat zowel passend is voor kinderen met een achterstand als voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong.

Wat zegt de Wet (WPO) over het volgen van de ontwikkeling van kinderen?

In artikel 8, lid 6 van de  WPO staat het volgende: De scholen gebruiken een leerling- en onderwijsvolgsysteem waaruit de vorderingen in de kennis en vaardigheden blijken op het niveau van de leerling, de groep en de school. Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten in elk geval op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen.

Scholen dienen ergens gedurende de schoolse periode (leerjaar 1 t/m 8) gebruik te maken van een goedgekeurde toets. Bij de groepen 1 en 2 mag er echter geen gebruik gemaakt worden van schoolse toetsen en zal het dus gaan om een observatie-instrument.

Met een goedkeuring of erkenning laat men weten dat de LVS-toetsen of kleuter observatie-instrumenten zijn beoordeeld op eisen rondom betrouwbaarheid, validiteit en normering. En dat daarmee de observaties betrouwbaar en vergelijkbaar zijn. Als je die LVS-toetsen of observatie-instrumenten gebruikt, dan zit je als school dus in ieder geval goed.

Wat betekent dit voor groep 1 en 2?

De keuze vrijheid voor wanneer men gedurende de basisschoolperiode goedgekeurde toetsen (of observatie-instrumenten) wil inzetten ligt bij de school. Deze keuze zal de school moeten verantwoorden naar de Inspectie van het Onderwijs.

Met andere woorden: als in de hogere groepen gebruik wordt gemaakt van goedgekeurde LVS-toetsen dan mag je in de groepen 1 en 2 zelf kiezen welk observatie-instrument je wilt gebruiken om de ontwikkeling van kinderen te volgen (betrouwbaar, systematisch, gevalideerd). Het observatie-instrument hoeft dus géén goedkeuring of erkenning te hebben.