Begeleiden van leerlingen

19 december 2019

Zeker tijdens een groot onderzoek, bijvoorbeeld een profielwerkstuk of een sectorwerkstuk, is het belangrijk leerlingen goed te begeleiden. Onze suggestie is om in ieder geval vier gesprekken met de leerling(en) te voeren.

Het initiatief voor deze vier gesprekken gaat uit van de begeleider, maar de leerlingen kunnen ook op andere momenten zelf het initiatief nemen voor een gesprek.

Het is van belang dat de leerlingen deze gesprekken goed voorbereiden. Hieronder wordt beschreven wat er in de vier genoemde gesprekken in ieder geval aan de orde zou kunnen komen. De gespreksformulieren voor docenten en leerlingen zijn als downloads beschikbaar.

1. Opstartgesprek

In een eerste gesprek verkennen begeleider en leerlingen het onderwerp, perken dit zo nodig in en denken na over een onderzoeksvraag/hypothese. Ook onderzoeken ze welke eindproducten mogelijk en zinvol zijn. Na dit gesprek gaan leerlingen aan de slag met de eerste twee stappen uit 'Onderzoek doen in zes stappen'.

Tijdens het oriënterende opstartgesprek worden het onderwerp en mogelijke onderzoeksvragen verkend. Het is belangrijk leerlingen erop te wijzen dat de onderzoeksvraag (of hypothese) onderzoekbaar en realistisch moet zijn. Kan ik deze vraag onderzoeken met de beschikbare bronnen en in de tijd die ervoor staat?

Ook is het goed leerlingen erop te wijzen dat alle eventuele deelvragen een bijdrage moeten leveren aan het beantwoorden van de hoofdvraag,

Handig is het ten slotte om de verschillende soorten onderzoeksvragen met de leerlingen te bespreken om zo te komen tot een keuze van de vraag die het beste bij het onderwerp past:

Beschrijvende vragen

Een beschrijvende vraag leidt meestal tot een beschrijving van een bepaalde kwestie, kunstwerk of voorstelling.

Vergelijkende vragen

Bij een vergelijkende vraag vergelijk je twee of meer oplossingen,visies,  kunstwerken, voorstellingen enz. met elkaar .

Verklarende vragen

Bij een verklarende vraag  geef je een verklaring voor iets, bijvoorbeeld wat waren de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog, waarom gaan voetbalclubs op kunstgras spelen of wat waren de bedoelingen van een kunstenaar met zijn werk. Deze vragen beginnen vaak met waarom.

Evaluatieve vragen

Bij een evaluatieve vraag geef je, op basis van je onderzoek, een (waarde)oordeel over iets, bijvoorbeeld: Moet je op kunstgras anders trainen, dan op echt gras of is een kunstwerk gedateerd?

Voorspellende vragen

Bij een voorspellende vraag maak je een voorspelling van de uitkomst van een bepaalde actie of een interventie.

2. Voortgangsgesprek 1

Nadat de leerling fase 1 en 2 van het onderzoek heeft afgerond vindt het go/no go gesprek plaats. De leerlingen bereiden zich op dit gesprek voor door het invullen van het formulier 'Voortgangsgesprek 1'. Tijdens dit gesprek krijgt de leerling het groene licht voor het vervolg van het onderzoek of hij krijgt het advies/de verplichting om taakdefinitie en/of zoekstrategie bij te stellen.

Aandachtspunten

De hoofdvraag

  • Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?
  • Is de onderzoeksvraag voldoende specifiek?
  • Is de onderzoeksvraag realistisch/haalbaar?

De deelvragen

  • Zijn de deelvragen relevant?
  • Maken de antwoorden op de deelvragen samen een antwoord op de hoofdvraag mogelijk
  • Zijn er geen overbodige deelvragen geformuleerd?

De onderzoeksmethode

  • Sluit de onderzoeksmethode/sluiten de onderzoeksactiviteiten goed aan bij de onderzoeksvraag?
  • Is de onderzoeksmethode/zijn de onderzoeksactiviteiten realistisch/haalbaar?
  • Is er een volledig en realistisch werkplan?

Benodigde informatie

  • Is duidelijk welke informatie nodig is om hoofd- en deelvragen te kunnen beantwoorden?
  • Is er een relevante keuze gemaakt voor informatiebronnen?
  • Is duidelijk of deze informatiebronnen beschikbaar zijn?

3. Voortgangsgesprek 2

Nadat de leerling fase 3 en 4 heeft afgerond bespreekt hij, voordat de resultaten van het onderzoek worden beschreven en gepresenteerd, de resultaten tot dan toe met de begeleider. De leerlingen bereiden zich op dit gesprek voor door het invullen van het formulier 'Voortgangsgesprek 2'. Tijdens dit gesprek krijgt de leerling het groene licht voor de afronding van het onderzoek of hij krijgt het advies/de verplichting om nog eens goed te kijken naar de opbrengsten van fase 3 en 4 en deze, waar nodig, bij te stellen.

Aandachtspunten

Bruikbaarheid en betrouwbaarheid

  • Is de gevonden informatie beoordeeld op bruikbaarheid?
  • Is de gevonden informatie beoordeeld op betrouwbaarheid?
  • Is gebruik gemaakt van bronnen die elkaar versterken of juist tegenspreken?

Verwerken van informatie

  • Maakt de gevonden informatie een antwoord mogelijk op de deelvragen?
  • Maakt de gevonden informatie een antwoord mogelijk op de hoofdvraag?

Evaluatie

  • Was er reden om hoofd- en/of deelvragen bij te stellen?

4. Eindgesprek

Nadat de leerling het onderzoek heeft afgerond vindt het eindgesprek plaats waarin de nadruk ligt op de evaluatie van het onderzoek (proces en product) en waarin gereflecteerd wordt op wat de leerling van het onderzoek heeft geleerd en welke conclusies hij hieruit heeft getrokken voor de toekomst.

Aandachtspunten

Presenteren

  • Is de meest geëigende vorm gekozen om de resultaten te presenteren?
  • Is de opbouw van het verslag correct?
  • Is overtuigend een antwoord geformuleerd op de hoofdvraag?
  • Zijn de conclusies goed onderbouwd?
  • Voldoet het notenapparaat en de literatuurlijst aan de eisen?
  • Was de mondelinge presentatie overtuigend?
  • Is goed gebruik gemaakt van hulpmiddelen tijdens de presentatie?

Evaluatie

  • Is het onderzoeksproces adequaat geëvalueerd?
  • Is het onderzoeksresultaat adequaat geëvalueerd?
  • Zijn er suggesties gedaan voor verbeteringen in het proces?