Profielen

27 juni 2022

Begaafdheid kan op verschillende manieren in zichtbaar gedrag tot uiting komen. De ontwikkeling ervan is het resultaat van ervaring en aanleg.

Bij deze ontwikkeling moet rekening gehouden worden met de interactie van emotionele, sociale, cognitieve en fysieke factoren. Al deze gebieden hangen met elkaar samen en werken op elkaar in.

Op grond van jarenlange ervaring in de vorm van observaties, interviews en literatuuronderzoek hebben Betts & Neihart (1988; 2010) zes profielen opgesteld. Deze profielen verschaffen informatie over gedrag, gevoelens en behoeften van verschillende typen begaafde en getalenteerde leerlingen. Dit leidt tot een beter begrip en is van belang voor het stimuleren van persoonlijke groei op cognitief, sociaal en emotioneel gebied.

Zes profielen

De profielen van Betts & Neihart

zelfsturend autonoom De zelfsturende autonome leerling

weet wat hij/zij kan en laat dit ook zien. Deze leerling heeft een goed zelfinzicht en goede sociale vaardigheden. Daarnaast werkt deze leerling zelfstandig, ontwikkelt eigen doelen, is ondernemend, komt op voor eigen opvattingen en is bereid tot het nemen van risico's. Deze leerling wil en durft te leren!

Hoewel dit de ideale leerling lijkt, blijft het belangrijk ook deze autonome leerling te ondersteunen. De focus ligt hierbij vooral op het zo veel mogelijk faciliteren van mogelijkheden tot onbegrensd leren.

Aangepast succesvol De aangepaste, succesvolle leerling

levert goede prestaties, maar presteert niet naar eigen vermogen. Er is daarom sprake van relatief onderpresteren. Deze leerling is perfectionistisch ingesteld en wil graag 'succesvol' blijven. Hierdoor worden risico's vermeden en kan deze leerling zich afhankelijk opstellen van volwassenen, bijvoorbeeld door (onnodig) bevestiging te zoeken van de leerkracht om zeker te weten dat iets goed is en om te voorkomen dat er fouten gemaakt worden.

Deze leerling is erg gevoelig voor en gericht op het voldoen aan verwachtingen van anderen. Als deze leerling niet gestimuleerd wordt om om te gaan met uitdagingen boven het beheersingsniveau (de zone van naaste ontwikkeling), bestaat het risico op het ontwikkelen van faalangst en onderduikend gedrag.


Onderduikend De onderduikende leerling

doet alles om niet op te vallen en ondermijnt hiermee het belang van de ontwikkeling van zijn of haar begaafdheid. De leerling vermijdt uitdagingen, is erg onzeker en faalangstig. In de perceptie van deze leerling is het halen van hoge prestaties en tegelijkertijd sociaal geaccepteerd worden onverenigbaar. De onderduikende leerling is zoekend naar sociale acceptatie en wisselt in vriendschappen, maar heeft moeite om hierin echt zijn plek te vinden, weet niet goed wat hij/zij zelf eigenlijk zou willen en streeft dan ook vrijwel geen eigen doelen na.

Deze leerling past zich te veel aan en kan mede hierdoor psychosomatische klachten ontwikkelen (hoofdpijn, buikpijn). Er bestaat een risico dat deze leerling zich verder terugtrekt, depressief wordt en uiteindelijk uitvalt in het onderwijs door gebrek aan een reëel perspectief op de eigen mogelijkheden.

Uitdagend creatief De uitdagende creatieve leerling

is creatief en komt met bijzondere oplossingen of invalshoeken. Hij neemt scherp waar en ziet uitzonderingen (ook op regels). Hij staat kritisch tegenover beweringen en neemt niet zomaar iets aan (ook niet van de leerkracht). Deze leerling komt op voor eigen opvattingen en is eerlijk en (te) direct. In zijn werkwijzen en gedrag is hij inconsistent, waardoor hij wisselende resultaten haalt. Hij is competitief ingesteld en kan grote stemmingswisselingen laten zien.

Deze leerling heeft behoefte aan erkenning van zijn sterke kanten, wil graag gezien worden, met name voor zijn creativiteit.

Dubbel bijzonder De dubbel bijzondere leerling

laat naast kenmerken van begaafdheid ook kenmerken van leer- en/of gedragsproblemen zien. Wanneer de gesignaleerde problemen op de voorgrond staan, worden begaafdheidskenmerken vaak onvoldoende (h)erkend. Andersom kan het ook zijn dat een eventueel leerprobleem niet onderkend wordt door sterke compensatiemogelijkheden als gevolg van de (hoog)begaafdheid. Deze leerling werkt inconsistent, presteert gemiddeld of minder, verstoort en is chaotisch.

Hoewel een leer- of gedragsstoornis oorzaak kan zijn van gesignaleerde problemen, kan ook een gebrek aan (h)erkenning van de mogelijkheden van deze (hoog)begaafde leerling de oorzaak zijn van afwijkend gedrag of tegenvallende prestaties. Er bestaat dan een risico dat deze leerling onjuist gelabeld wordt en hiermee inadequaat ondersteund wordt in de ontwikkeling van zijn talenten.

Risicoleerling 1 De risicoleerling (drop-out 1)

is creatief en over het algemeen erg gevoelig. Deze leerling loopt risico om als drop-out niet meer deel te kunnen of willen nemen aan het (reguliere) onderwijs. Risicoleerlingen zijn niet gemotiveerd voor schoolse taken en zoeken buitenschoolse uitdaging om hun interesses te volgen.

Deze leerling geeft blijk van een negatief zelfbeeld: isoleert of verwaarloost zichzelf, verstoort situaties, bekritiseert zichzelf en anderen, voelt zich snel aangevallen of afgewezen. De drop-out is een absolute onderpresteerder (presteert gemiddeld of minder) en heeft baat bij alternatieve leerervaringen. Deze leerling is op school slechts nog fysiek aanwezig, maar voelt en toont zich niet echt betrokken, of neemt zelfs onregelmatig deel aan het onderwijs. Er is een risico dat deze leerling uiteindelijk het onderwijs verlaat zonder diploma.

Risicoleerling 2 De risicoleerling (drop-out ll)

is het vertrouwen in zichzelf, school en omgeving kwijtgeraakt en is steeds vaker ziek. Deze leerling blijft dan thuis op grond van angsten en trekt zich terug in zijn eigen (virtuele) wereld. Deze leerling heeft een hoog risico op schooluitval.

Deze leerlingen hebben hulp nodig om weer vertrouwen te krijgen in zichzelf en de energie te vinden om zich te verbinden aan anderen en te durven laten zien wie ze zijn.