De ruimte binnen wet- en regelgeving

10 september 2020

In de wet is vastgelegd voor welke sectoren en niveaus de scholen moderne vreemde talen moeten aanbieden. Wil je weten hoe het zit voor Duits? Of wil je juist weten welke ruimte de wet biedt als je maatwerkroutes overweegt op je school? We hebben het hier voor je op een rijtje gezet.

Duits in het po

Een basisschool kan ervoor kiezen Duits aan te bieden, naast het verplichte vak Engels. Als school kies je zelf in welke groep je start met Duits en hoeveel onderwijstijd (tot max. 15%) in het Duits wordt aangeboden. Sommige scholen starten in groep 1, terwijl anderen kiezen om in groep 5 of 7 te beginnen. De derde mogelijkheid voor een basisschool om Duits aan te bieden is via buurtaalonderwijs. Met buurtaalonderwijs krijgen leerlingen in de grensstreek structureel onderwijs in het Duits.

Er zijn geen doelen vastgesteld voor Duits in het po. Je kunt je oriënteren op de doelen zoals die gelden voor Engels in het po.

Duits in het vo

In de onderbouw van het vmbo (KB, GL en TL) volgen alle leerlingen een tweede vreemde taal naast het verplichte vak Engels. Dit kan Duits zijn. Duits als examenvak is mogelijk binnen de sector Economie, als sectorkeuzevak. Daarnaast kan een school aan alle leerlingen de mogelijkheid bieden Duits als extra examenvak te kiezen.

Voor Duits zijn geen minimaal aantal lesuren vastgelegd en geen kerndoelen opgesteld; docenten kunnen de kerndoelen voor Engels gebruiken bij het vormgeven en uitvoeren van hun onderwijs. Het examenprogramma Duits staat op Examenblad en de beoogde streefniveaus zijn te vinden op de website www.ERK.nl.

In de onderbouw van havo/vwo volgen alle leerlingen een tweede en een derde vreemde taal. Duits is dan één van de keuzemogelijkheden. Voor het vak zijn geen kerndoelen of minimaal aantal uren vastgesteld. In de bovenbouw van havo/vwo kunnen leerlingen bij alle profielen Duits kiezen, bijvoorbeeld als tweede mvt in het gemeenschappelijk deel van het vwo, als profielkeuzevak bij de profielen C&M en E&M of als keuze-examenvak in het vrije deel of geheel vrije deel (laatste alleen voor havo). Voor het vwo geldt dat een tweede vreemde taal naast Engels verplicht is voor alle leerlingen. Voor Duits zijn op het havo en vwo respectievelijk 400 en 480 studielasturen vastgelegd.

Het examenprogramma Duits vind je op Examenblad. Wil je weten welke taalvaardigheidsniveaus voor jouw leerlingen als streefniveau gelden, dan biedt de website www.ERK.nl een overzicht.

Duits en Tweetalig onderwijs (tto)

In het voortgezet onderwijs kan een school ervoor kiezen tto Duits aan te bieden. In dat geval wordt bij een gedeelte van de niet-talenvakken Duits als instructie- en communicatietaal gebruikt. Voor de onderbouw van het vmbo gaat het om 30% van de onderwijstijd. In de onderbouw havo/vwo moet minimaal 50% van de onderwijstijd in het Duits worden aangeboden. Voor de bovenbouw van havo en vwo geldt als minimumeis respectievelijk 850 en 1150 studielasturen.

Maatwerktrajecten

Wil je je leerlingen juist een alternatief traject aanbieden? Voor zulke maatwerkroutes is regel- en wetgeving opgesteld. Je vindt de kaders in het Sectorakkoord VO (VO-raad, 2014). Hierin is afgesproken dat er meer ruimte in onderwijstijd komt en meer wettelijke ruimte om te differentiëren in tempo en niveau. De Regeldrukagenda Onderwijs 2014-2017 sluit hierop aan. Deze agenda biedt meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk, onder andere door het mogelijk te maken delen van het eindexamen eerder af te leggen dan in het (voor)laatste jaar.

Wat is precies landelijk voorgeschreven? Welke ruimte heb je om eigen beslissingen te maken?

Dat staat voor het vmbo, zowel voor de beroepsgerichte vakken als de AVO-vakken, beschreven in de publicatie Wat moet en wat mag in het nieuwe vmbo van Stichting Platforms Vmbo (SPV). Voor het vso is hierop een aanvulling geschreven: Wat moet en wat mag in het vso. Dit gaat onder andere over examenmogelijkheden en keuzes die scholen voor vso kunnen maken. Wat kan en mag in havo en vwo wordt duidelijk in dit overzicht. Het is in samenwerking met het ministerie van OCW tot stand gekomen. Het geeft scholen en besturen inzicht in de ruimte die er is om tegemoet te komen aan alle leerlingen, zodat die ruimte nog beter benut kan worden.