veelgestelde vragen

30 november 2021

Veelgestelde vragen voor het gebruik van de leerroutes Passende perspectieven voor de sectoren: po/sbo/so.

Vragen over extra maatwerkondersteuning:

Antwoorden:

Wat zijn de leerroutes van Passende perspectieven voor po/sbo/so?

  • De leerroutes van Passende perspectieven beschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen met het oog op een bepaalde uitstroombestemming. Het zijn uitwerkingen van de referentieniveaus taal en rekenen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.
  • Deze doelen zijn gebaseerd op relevante onderdelen uit het Referentiekader taal en rekenen (Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen, 2009).
  • De leerroutes zijn opgebouwd uit doelen die verkaveld zijn over leerjaren.
  • De leerroutes taal zijn uitgewerkt naar de domeinen: gesprekken, spreken, luisteren, lezen en schrijven.
  • De leerroutes rekenen zijn uitgewerkt naar de domeinen: getallen, verhoudingen, meten en meetkunde en verbanden.

Voor welke leerlingen zet je de leerroutes van Passende perspectieven in?

De leerroutes van Passende perspectieven zijn bedoeld voor leerlingen voor wie een ontwikkelingsperspectief is vastgesteld en waar de school voor de vraag staat wat een passend taal- of rekenaanbod is op (onderdelen van) 1F niveau.
Je kunt een leerling in een leerroute plaatsen op het moment dat:

  1. je verwacht dat leerling het referentieniveau 1F niet gaat halen op twaalfjarige leeftijd;
  2. je een beeld hebt van de verwachte uitstroombestemming van de leerling, dat is vaak op het moment dat ze ongeveer tien jaar zijn;
  3. het taal-of rekenniveau van de leerling achterblijft, ondanks de diverse inspanningen voor extra ondersteuning voor taal en rekenen.

Het op maat maken van een taal- en rekenaanbod en/of het volgen van een eigen leerroute ligt dan voor de hand. Let op: Maak de keuze voor het volgen van een leerroute niet te vroeg.

Welke leerroutes Passende perspectieven po/sbo/so zijn er beschikbaar?

Voor taal:

Voor rekenen:

De leerroutes Passende perspectieven po/sbo/so zijn ontwikkeld op drie niveaus. Wat houdt dat in?

De leerroutes zijn gemaakt op basis van drie uitstroomniveaus, te weten:

  • Leerroute 1: voor leerlingen met verwachte uitstroombestemming vmbo TL en hoger.
  • Leerroute 2: voor leerlingen met verwachte uitstoombestemming vmbo BB/KB.
  • Leerroute 3: voor leerlingen met verwachte uitstroombestemming praktijkonderwijs.

Let op:

  • Elke leerroute heeft een ander eindniveau, daarom is het goed om leerlingen niet te vroeg in een leerroute te plaatsen. Switchen tussen leerroutes is mogelijk, maar niet altijd makkelijk.
  • Plaats alleen die leerlingen in een leerroute waarvan je verwacht dat zij 1F (op onderdelen) niet kunnen halen op twaalfjarige leeftijd. Is dat wel het geval? Kunnen leerlingen meekomen met de rest van de groep en volgen ze de methode? Dan hoeven ze niet in een leerroute geplaatst te worden, ook al stromen ze uit naar een van bovenstaande uitstroombestemmingen.

Wanneer zijn de leerroutes Passende perspectieven po/sbo/so ontwikkeld? En hoe actueel zijn ze?

De leerroutes zijn in 2012 als onderdeel van het project Passende perspectieven ontwikkeld door SLO in samenwerking met taal- en rekenexperts en leerkrachten. Het gedachtegoed van Passende perspectieven over doelgericht werken en de daarbij ontwikkelde leerroutes zijn nog steeds actueel en goed te gebruiken.

Passende perspectieven gaat uit van doelgericht werken. Wat betekent dat?

  • Doelgericht werken betekent dat je het onderwijsaanbod samenstelt op basis van (methode-onafhankelijke) doelen. De methode gebruik je dan niet als enige leidraad bij het vormgeven van je lessen. Maar je gebruikt deze als bron. Het werken met Passende perspectieven werkt precies zo.
  • Het gaat erom dat je voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die (onderdelen van) 1F naar verwachting op twaalfjarige leeftijd niet gaan halen een passend taal- of rekenaanbod kunt samenstellen. Dit kan op alle onderdelen van taal of rekenen, maar kan ook op een specifiek domein zijn. Een passend aanbod stel je samen op basis van doelen die zijn uitgewerkt in drie leerroutes. Na de keuze in doelen, ga je de methode gericht inzetten. Daardoor is er maatwerk mogelijk. Zo kan je school werken aan landelijke, hoge doelen, maar wel op die onderdelen die perspectief bieden voor deze leerlingen.

Passende perspectieven gaat uit van een aantal uitgangspunten, welke zijn dat?

Passende perspectieven biedt mogelijkheden om leerlingen met een ontwikkelingsperspectief verder op weg te helpen naar 1F door middel van weloverwogen keuzes in het taal- of rekenaanbod. Zij doet dit door:

  • weloverwogen keuzes maken met behulp van leerroutes/doelenlijsten;
    verantwoorde keuzes in doelen te maken en daar gericht aan te werken, wat ertoe leidt dat leerlingen zaken beheersen die er in hun perspectief toe doen;
  • gemaakte keuzes in te bedden in een planmatige en cyclische manier van werken. De beslissing om een aangepast aanbod samen te stellen vraagt om een zorgvuldige afweging. Om greep te houden op dit cyclische proces en om te kunnen verantwoorden waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn, dienen de stappen goed te worden vastgelegd;
  • te streven naar hoge doelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Voor alle leerlingen worden hoge en ambitieuze doelen gesteld, dus ook voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. De leerkracht brengt systematisch in kaart wat een leerling kan en neemt op basis daarvan verantwoorde beslissingen over het te geven onderwijs.

Ik wil graag aan de slag met de leerroutes, kan ik begeleid worden bij het starten met Passende perspectieven?

SLO biedt informatie over implementatie en kan daarover suggesties geven. Kijk bijvoorbeeld eens bij de inspiratiesessie waarin we tips geven voor het implementeren. Er zijn ook zevenstappenplannen beschikbaar voor taal en voor rekenen. Het kan nuttig zijn om een onderwijsadviseur de implementatie te laten begeleiden. Er is een omslag in denken nodig en het leren werken met leerroutes kost een paar jaar.

Ik wil graag aan de slag met de leerroutes, welke taal- en rekenmethodes sluiten daarop aan?

  • Voor rekenen zijn er door verschillende uitgeverijen uitwerkingen gemaakt, waarin de doelen uit de doellijsten naast de inhouden van de rekenlessen in de reken-wiskundemethode zijn gelegd. De methode kan zo bijvoorbeeld als bronmateriaal gebruikt worden om de leerroute van de leerlingen vorm te geven.
  • Kijk voor een overzicht van uitwerkingen op rekenkracht.com.
  • Voor taal zijn er geen koppelingen gemaakt van de leerroutes met huidige taalmethodes. Daarvoor moeten scholen zelf kritisch naar de eigen taalmethode kijken, om aspecten te schrappen, over te slaan of minder prioriteit te geven, in lijn met de gemaakte inhoudelijke keuzes van de drie leerroutes.

Hoe kan ik bij het volgen van de leerlingen in een leerroute gebruikmaken van toetsen en/of leerlingvolgsystemen?

  • Bij het gebruik van de leerroutes is het belangrijk om ook de opbrengsten in kaart te brengen. Enkele administratiesystemen (zoals ParnasSys) hebben de doelen uit de leerroutes opgenomen, zodat de ontwikkeling in beeld gebracht kan worden.
  • Toetsen uit het leerlingvolgsysteem, zoals Cito, geven een totaalscore op een leergebied weer. Deze toetsen zijn niet bedoeld om op doelniveau inzicht te krijgen in welk doel wel of niet behaald is door de leerling. Wel bieden deze toetsen inzicht in de vaardigheid als geheel of de mogelijkheid om in te zoomen op deeldomeinen.
  • Cito biedt informatie over toetsen bij Passende perspectieven.
  • Om de ontwikkeling van leerlingen in een leerroute in kaart te brengen, zijn andere manieren zoals observatie en formatief evalueren meer geschikt.

Welk advies geven jullie over het gebruik van de rekenmachine bij het behalen van doelen en het maken van (eind)toetsen?

  • Met name in leerroute 3 wordt aangeraden dat de leerling de beschikking krijgt over een hulpmiddel, bijvoorbeeld een rekenmachine. Hierdoor kan de leerling verder in de leerlijn, maar kan hij het uitrekenwerk overlaten aan de rekenmachine.
  • De keuze voor inzet van de rekenmachine heeft effect op andere onderdelen van het curriculum, zoals toetsen. Cito biedt in de ‘Wegwijzer speciale leerlingen’ informatie over welke keuzes er zijn, en welke gevolgen deze voor toetsen hebben. Je kunt kiezen voor een rekenmachine als er duidelijke redenen voor zijn en er duidelijke afspraken over gemaakt worden.

Waar kan ik concrete suggesties vinden op het gebied van taal- en leesonderwijs voor leerlingen met TOS, dyslexie, ADHD, ASS, auditief beperkt, visueel beperkt of lagere cognitie?

Zie: Maatwerkaanpassingen

Hoe kan ik de mondelinge taalvaardigheid van leerlingen nog beter in kaart brengen?

Zie: Mondeling op maat.

Waar kunnen leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften tegenaan lopen op het gebied van rekenen?

Zie: Profielschetsen rekenen

Waar kunnen leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften tegenaan lopen op het gebied van taal?

Zie: Profielschetsen taal