Waarom inhoudslijnen?

24 maart 2021

Aanleiding: inhoudskaarten jonge kind

In 2013 kreeg SLO de opdracht van OCW om in kaart te brengen waaraan met jonge kinderen wordt gewerkt in de eerste jaren van de basisschool. Naast Nederlandse taal, rekenen-wiskunde en sociaal-emotionele ontwikkeling, waarvan de inhoud ook al eerder geïnventariseerd was, is dit ook voor de andere leergebieden gedaan. Dat heeft geleid tot een serie inhoudskaarten met aanbodsdoelen voor het jonge kind. (kijk hiervoor op jongekind.slo.nl/doelen-jonge-kind).
Op verzoek van het onderwijsveld zijn vervolgens ook overzichten met aanbodsdoelen gemaakt voor de midden- en bovenbouw en zijn deze met de aanbodsdoelen voor het jonge kind (onderbouw) samengevoegd in inhoudslijnen.

Scholen hebben steeds meer de  behoefte om voor bepaalde leergebieden losser van methodes te werken of hun onderwijs meer thematisch in te richten. Om daarbij goed aan te sluiten op de kerndoelen werd vaak naar Tule gekeken. Maar de uitwerkingen in Tule zijn bij een aantal kerndoelen echt voorbeeldmatig. Zij geven daarmee minder een totaaloverzicht van de mogelijke inhouden bij de kerndoelen. De inhoudslijnen met aanbodsdoelen bieden dat overzicht wel. Deze zijn daarom beter geschikt om als kader te gebruiken bij het zelf samenstellen van het schoolcurriculum.

De aanbodsdoelen in de verschillende inhoudslijnen zijn samengesteld door slo-collega's en specialisten op de verschillende leergebieden in samenwerking met experts en voorgelegd aan het onderwijsveld.

Kerndoelen als basis

Basis voor de formulering van de aanbodsdoelen zijn de nu nog steeds geldende kerndoelen voor po (2006) met de uitwerkingen bij de kerndoelen die destijds (2006-2007) in TULE zijn gemaakt (tule.slo.nl). Daarnaast is gebruik gemaakt van de referentieniveaus voor Nederlands en rekenen-wiskunde, zijn ontwikkelingen bij de verschillende leergebieden gevolgd en zijn relevante curricula van enkele andere landen meegenomen. De inhoudslijnen bij oriëntatie op jezelf en de wereld zijn aangevuld met relevante inhouden voor burgerschap en ook voor digitale geletterdheid zijn inhoudslijnen gemaakt.

Indeling in clusters en fasen

De aanbodsdoelen zijn weergegeven in inhoudslijnen. Bij de indeling van inhoudslijnen en ordening van aanbodsdoelen is in tegenstelling tot Tule niet gekozen om per kerndoelen te werken, maar zijn de aanbodsdoelen geclusterd in inhoudelijk logische eenheden. Deze indeling is makkelijker te doorgronden en hierdoor zijn onderwerpen voor de gebruiker eenvoudiger te vinden. Bij een aantal leergebieden sluit dit redelijk aan op de kerndoelen, maar bij sommige leergebieden zoals oriëntatie op jezelf en de wereld wijkt de indeling wat meer af.
Voor elk leergebied is een document beschikbaar waarin alle aanbodsdoelen per kerndoel worden gegeven. Ook is er een overzicht waarin voor elk aanbodsdoel is aangegeven bij welke kerndoelen dit behoort.

In elke inhoudslijn zijn er aanbodsdoelen voor fase 1, fase 2 en fase 3. Daarmee wordt de basisonderwijsperiode ingedeeld in drie fasen en niet zoals in Tule in vier (groep 1/2, 3/4, 5/6, 7/8). Globaal zijn de fasen te vergelijken met de aanduidingen onderbouw, middenbouw en bovenbouw.

De eerste fase is die van het jonge kind (4-7 jaar). Deze beslaat de groepen 1, 2 en ook een deel van 3. De inhoud van deze fase komt overeen met de gemaakte inhoudskaarten bij de leergebieden. Bij de uitwerking van de rest van het basisonderwijs is gebruik gemaakt van het feit dat voor veel inhouden goed te bepalen is dat het bij het jonge kind past. Ook is vaak goed aan te geven dat inhouden geschikt zijn voor de kinderen van de hoogste groepen (deels groep 6 en verder groep 7 en 8). Als je dan verder naar de inhouden kijkt, is er veelal nog wel één tussenniveau te onderscheiden, maar eigenlijk geen twee. En om te voorkomen dat er overal in de uitwerkingen komt te staan 'hetzelfde als in de vorige groepen' (zoals in Tule regelmatig het geval is), is gekozen voor slechts één fase hiertussen: fase twee (soms deels groep 3, groep 4, groep 5 en soms deels groep 6).

We spreken heel bewust niet van onderbouw, middenbouw en bovenbouw. De verdeling van de groepen over de fasen is namelijk maar een voorbeeld. Het is van belang om naar de populatie kinderen in je eigen school en/of leerjaar te kijken om te bepalen uit welke fase de doelen van toepassing zijn. Zo kunnen afhankelijk van de situatie en de groepssamenstelling bepaalde inhouden eerder of later aan bod komen. Dit betekent dat bijv. in groep 6 bij veel onderwerpen gewerkt zal worden aan aanbodsdoelen van fase 2, maar bij sommige ook al uit fase 3. Ook kunnen fasen in de loop der jaren verschuiven. Bijvoorbeeld bij het onderdeel ICT-basisvaardigheden van digitale geletterdheid kun je je voorstellen dat kinderen steeds jonger allerlei vaardigheden leren die mogelijk pas bij de aanbodsdoelen in een hogere fase staan.

De indeling in fasen maakt het verder mogelijk om de fasen uit te breiden. Zo zijn er ook inhoudskaarten ontwikkeld voor de voorschoolse situatie in fase 0 (peuters) en kent digitale geletterdheid een uitbreiding naar fase 4 en 5 in het voortgezet onderwijs.

Inhoudslijnen en leerlijnen

De inhoudslijnen met aanbodsdoelen bieden een kader van de inhouden bij de kerndoelen. Het zijn echter geen kant en klare leerlijnen. Schoolteams (en andere partijen) kunnen de aanbodsdoelen gebruiken bij de ontwikkeling van eigen onderwijsleerlijnen en hiermee bouwen aan een schooleigen curriculum. De inhoudslijnen met aanbodsdoelen bieden alle ruimte om allerlei leerlijnen te ontwikkelen. Dit kunnen zowel leerlijnen zijn binnen een leergebied, maar ook leerlijnen als resultaat door het combineren van aanbodsdoelen van verschillende leergebieden.

Doelen op vier niveaus

Voorbeeldmatige uitwerking

Net zoals bij Tule en andere uitwerkingen is het van belang te realiseren dat alleen de kerndoelen po (en voor Nederlandse taal en rekenen-wiskunde ook de referentiekaders) een wettelijke status hebben. Voor alle aanbodsdoelen en inhoudslijnen geldt dat het gaat om een voorbeeldmatige uitwerking en een mogelijke indeling.