Zoeken - zoekresultaten
verfijn de resultaten
De programma’s geven richting en bieden ruimte voor eigen inkleuringen. Alle eindtermen die staan in het pgp-T en pgp-M moeten getoetst worden. Weliswaar is het mogelijk de relatie te leggen met bijvoorbeeld een schoolinitiatief rond techniekprogramma’s, rond economische programma’s of programma’s die zich richten op de gezondheidszorg.
Van docenten wordt verwacht dat zij leerlingen kunnen begeleiden in het proces naar toenemende zelfstandigheid en competentiebeheersing. Een dergelijke docent ontwikkelt samen met collega's, regionale bedrijven en instellingen en het vervolgonderwijs levensechte opdrachten. Ook kan hij leerlingen aan verschillende opdrachten laten werken en differentiëren naar niveau en leerstijl van de leerling. Docenten die met een praktijkgerichte programma aan de slag gaan, zijn dus niet alleen tijd kwijt aan het zich eigen maken van het nieuwe vak, het impliceert voor velen een verandering in hun manier van lesgeven. Docenten ontwikkelen zich in het begeleiden van leerlingen in de ontwikkeling van vaardigheden. Ze dienen meer creatief en ondernemend te zijn en affiniteit te hebben met projectmatig werken.
Voor het vormgeven van een praktijkgericht programma is samenwerking met het hbo en het bedrijfsleven van groot belang. Tijdige opzet en intensiveren van deze samenwerking is daarbij onmisbaar. Te denken valt aan het opstarten van samenwerking op het gebied van:
- praktijkgerichte en realistische opdrachten (inzet van hbo/bedrijven als opdrachtgever en/of als beoordelaar);
- het bieden van (onderdelen van) het praktijkgerichte programma op de locatie van het hbo/bedrijf;
- het geven van (onderdelen van) het praktijkgerichte programma door hbo-docenten/-studenten;
- het gezamenlijk inrichten van LOB, stage-activiteiten of het profielwerkstuk.
Dat lijkt realistisch te zijn, zeker wanneer scholen in de regio onderling samenwerken. Ook kan worden samengewerkt met het vervolgonderwijs in de regio. Scholen die praktijkgerichte programma’s aanbieden wordt geadviseerd vroeg te starten met het opbouwen van een netwerk en/of aansluiting te zoeken bij bestaande netwerken in de regio. Samenwerken met bedrijven is een groeiproces waarbij scholen klein kunnen beginnen en langzaam stappen zetten naar meer levensechte opdrachten.
Deze handreiking helpt je bij de inrichting en ontwikkeling van het schoolexamen Horeca, Bakkerij en Recreatie. Inclusief links naar relevante documentatie en sites.
Dit thema gaat over hoe je bij Rekenen & Wiskunde om kan gaan met verschillen in leerbehoeften van je leerlingen.
Het ministerie van OCW geeft opdracht tot het actualiseren van de examenprogramma’s en heeft de uitgangspunten en kwaliteitscriteria vastgesteld in een werkopdracht aan SLO. Vakvernieuwingscommissies van leraren, vakexperts en curriculumexperts werken aan de volgende tussenproducten:
- Karakteristiek waarin de visie op het vak en de positie van het vak in de bovenbouw van het vo staat beschreven.
- Raamwerk waarin schematisch is weergegeven welke domeinen en eventueel subdomeinen de basis vormen van het examenprogramma.
- Uitwerking selectie van concepteindtermen per vak
- Uitwerking volledige set concepteindtermen en verdeling centraal examen (CE) en schoolexamen (SE) voor vakken met een centraal examen
- Conceptexamenprogramma’s per vak en een toelichtingsdocument met verantwoording van keuzes.
De vakvernieuwingscommissie maakt tijdens het actualisatieproces gebruik van specialistische expertise. Daarvoor is een advieskring ingericht. De leden van de advieskring kijken mee op de inhoud van de tussenproducten en raadplegen hun achterban voor feedback. Na oplevering van de conceptexamenprogramma's worden de programma's met het veld beproefd en op basis van de inzichten daaruit waar nodig aangescherpt.
Hoe betrekken we het onderwijsveld bij de actualisatie?
De vakvernieuwingscommissies bestaan uit leraren, vakexperts en curriculumexperts. Zij werken samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vertegenwoordigers van vakverenigingen, lerarenopleidingen, de wetenschap en relevante netwerken passend bij het vak. Uiteraard worden leerlingen ook betrokken bij het actualisatieproces. SLO organiseert samen met het LAKS leerlingpanels, waarbij leerlingen reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de vakvernieuwingscommissies.
Elke vakvernieuwingscommissie heeft maximaal 24 maanden om actuele conceptexamenprogramma’s voor het betreffende vak of cluster van vakken op te leveren. Daarna worden deze conceptexamenprogramma’s beproefd op bruikbaarheid en effectiviteit in de praktijk. .
Het is belangrijk dat het curriculum regelmatig onderhouden wordt. In opdracht van, en samen met het ministerie van OCW, ontwikkelt SLO een aanpak voor periodiek curriculumonderhoud, zodat het curriculum om de zoveel tijd geactualiseerd wordt en waar nodig bijgesteld volgens een vaste werkwijze. We werken o.a. aan een onderhoudskalender, manieren om kennis uit de praktijk structureel beter te benutten en we testen een loket voor curriculumsignalen.
Leraren, schoolleiders en andere betrokkenen kunnen invloed blijven uitoefenen op de inhoud van het curriculum en meedenken op het moment dat dat nodig is. Voor makers van educatieve materialen en eindtoetsen is het ook fijn om te weten welk vak wanneer aan onderhoud toe is. Dan kunnen ze daarop anticiperen. We starten met deze nieuwe manier van curriculumonderhoud vanaf het moment dat de lopende actualisatie klaar is.