Zoeken - zoekresultaten
verfijn de resultaten
Vragen/antwoorden rondom 10-14 onderwijs over leermaterialen, waarmee leren zij?
Vragen/antwoorden rondom 10-14 onderwijs rondom wat leren de leerlingen? - inhouden van het curriculum
Elke vakvernieuwingscommissie heeft maximaal 24 maanden om actuele conceptexamenprogramma’s voor het betreffende vak of cluster van vakken op te leveren. Daarna worden deze conceptexamenprogramma’s beproefd op bruikbaarheid en effectiviteit in de praktijk. .
De nieuwe kerndoelen sluiten aan bij actuele ontwikkelingen in samenleving en onderwijs. Daarnaast zijn ze concreter, zodat ze beter aangeven wat leerlingen moeten kennen, kunnen en ervaren. Dit betekent dat de methodes waar nodig geactualiseerd zullen moeten worden. SLO heeft daarom leermiddelenmakers vanaf het begin geïnformeerd over de ontwikkelingen per leergebied.
Kerndoelen dragen bij aan kansengelijkheid door rekening te houden met de diversiteit van de samenleving, verschillende perspectieven te bieden en inclusief taalgebruik te hanteren. Ze brengen leerlingen in aanraking met thema’s en kennis die ze niet vanzelfsprekend buiten school ontmoeten en houden rekening met verschillende achtergronden en onderwijsbehoeften.
Daarnaast laten de kerndoelen zo duidelijk mogelijk zien dat in alle leergebieden wordt gewerkt aan de ontwikkeling van geletterdheid en gecijferdheid, zodat leerlingen in alle leergebieden de kans krijgen zich daarin te ontwikkelen.
Het is belangrijk dat het curriculum regelmatig onderhouden wordt. In opdracht van, en samen met het ministerie van OCW, ontwikkelt SLO een aanpak voor periodiek curriculumonderhoud, zodat het curriculum om de zoveel tijd geactualiseerd wordt en waar nodig bijgesteld volgens een vaste werkwijze. We werken o.a. aan een onderhoudskalender, manieren om kennis uit de praktijk structureel beter te benutten en we testen een loket voor curriculumsignalen.
Leraren, schoolleiders en andere betrokkenen kunnen invloed blijven uitoefenen op de inhoud van het curriculum en meedenken op het moment dat dat nodig is. Voor makers van educatieve materialen en eindtoetsen is het ook fijn om te weten welk vak wanneer aan onderhoud toe is. Dan kunnen ze daarop anticiperen. We starten met deze nieuwe manier van curriculumonderhoud vanaf het moment dat de lopende actualisatie klaar is.
De nieuwe kerndoelen zijn straks het uitgangspunten voor het onderwijs. Constructieve afstemming speelt hierbij een belangrijke rol: leerdoelen, onderwijsactiviteiten en toetsen moeten bewust op elkaar worden afgestemd. Daarom moeten niet alleen doelen en leermiddelen worden bijgesteld, maar moeten ook toetsen worden geactualiseerd. Hierdoor meten toetsen niet alleen eerlijk en betrouwbaar, maar ondersteunen ze ook het leerproces en sluiten ze beter aan op wat in de klas wordt aangeboden. Dat geldt voor zowel methodetoetsen als Leerling- en onderwijsvolgsysteem-toetsen.
Voor het primair onderwijs vraagt het ook om een herijking van de doorstroomtoets. Het ministerie van OCW en het College van Toetsen en Examens (CvTE) zullen daarom ook gaan onderzoeken welke aanpassingen nodig zijn voor de doorstroomtoets.
De nieuwe kerndoelen zijn concreter dan de kerndoelen uit 2006, maar niet dusdanig concreet dat ze minutieus voorschrijven wat scholen exact moeten aanbieden en wat hun leerlingen moeten bereiken. Ze bieden meer richting en houvast, maar blijven tegelijkertijd ruimte bieden om zelf invulling te geven aan het onderwijs. Aangezien kerndoelen gelden voor het gehele po en de gehele onderbouw vo, moeten kerndoelen altijd worden vertaald naar kleinere eenheden die samen een leerlijn vormen. Scholen kunnen de beschreven wettelijk verplichte onderwijsinhouden nader invullen voor hun eigen onderwijscontext. Er is een grote gemeenschappelijke basis, maar ook ruimte om eigen accenten te leggen. Scholen zullen deze keuzes vast moeten leggen in hun eigen schoolcurriculum. Om scholen daarbij houvast te bieden, ontwikkelt SLO voorbeeldmatige leerlijnen.
Voorbeeld: Voor het leergebied Nederlands betekent dat bijvoorbeeld dat in de nieuwe kerndoelen vastgelegd is dat leerlingen teksten moeten schrijven met verschillende communicatieve doelen (te weten: informeren, amuseren, instrueren, overtuigen, beschouwen en/of activeren). Er is echter niet vastgelegd of het hierbij moet gaan om het schrijven van een informatieve brief of een informatief verslag: de keuze die scholen daarin maken in hun eigen curriculum is vrij. Voor het vaststellen van de beheersingsnormen geldt voor het leergebied Nederlands nu nog het Referentiekader Taal, dat wellicht in de toekomst aangepast zal worden.