Zoeken - zoekresultaten
verfijn de resultaten
Het curriculum komt tot leven in de klas. Leraren en schooldirecteuren werken elke dag aan het geven en ontwikkelen van goed onderwijs. Naast de actualisatie van kerndoelen en examenprogramma’s zijn we in 2025 ook gestart met de ontwikkeling van leerlijnen, hulpmiddelen, voorbeelden en andere ondersteunende materialen. Dit helpt scholen straks het nieuwe landelijke curriculum te vertalen naar de dagelijkse onderwijspraktijk.
Om scholen nu en straks te versterken bij de implementatie van de geactualiseerde kerndoelen:
- ontwikkelen we leerlijnen;
- delen we kennis en materialen over curriculumontwikkeling op school;
- bieden we voorbeelden voor het versterken van basisvaardigheden in samenhang met andere leergebieden.
Bij de ontwikkeling van leerlijnen, voorbeelden en materialen betrekken we schoolleiders en leraren. Daarnaast stemmen we af met andere schoolpartners, zoals methodemakers, onderwijsadviseurs, lerarenopleiders en toetsenmakers.
Beschrijving van de tussendoelen voor de onderbouw havo/vwo voor het vak Klassieke Talen
Vragen/antwoorden rondom 10-14 onderwijs rondom wat leren de leerlingen? - inhouden van het curriculum
De nieuwe kerndoelen zijn ontwikkeld met het oog op een ononderbroken ontwikkeling voor leerlingen. Tijdens het ontwikkelproces heeft daarom afstemming plaatsgevonden met de vakvernieuwingscommissies die momenteel de examenprogramma's actualiseren. De examenprogramma’s (in ontwikkeling) bouwen voort op de inhouden uit de kerndoelen voor de onderbouw vo. Zo zorgen we voor een goede aansluiting en voorkomen we hiaten.
De nieuwe kerndoelen zijn concreter dan de kerndoelen uit 2006, maar niet dusdanig concreet dat ze minutieus voorschrijven wat scholen exact moeten aanbieden en wat hun leerlingen moeten bereiken. Ze bieden meer richting en houvast, maar blijven tegelijkertijd ruimte bieden om zelf invulling te geven aan het onderwijs. Aangezien kerndoelen gelden voor het gehele po en de gehele onderbouw vo, moeten kerndoelen altijd worden vertaald naar kleinere eenheden die samen een leerlijn vormen. Scholen kunnen de beschreven wettelijk verplichte onderwijsinhouden nader invullen voor hun eigen onderwijscontext. Er is een grote gemeenschappelijke basis, maar ook ruimte om eigen accenten te leggen. Scholen zullen deze keuzes vast moeten leggen in hun eigen schoolcurriculum. Om scholen daarbij houvast te bieden, ontwikkelt SLO voorbeeldmatige leerlijnen.
Voorbeeld: Voor het leergebied Nederlands betekent dat bijvoorbeeld dat in de nieuwe kerndoelen vastgelegd is dat leerlingen teksten moeten schrijven met verschillende communicatieve doelen (te weten: informeren, amuseren, instrueren, overtuigen, beschouwen en/of activeren). Er is echter niet vastgelegd of het hierbij moet gaan om het schrijven van een informatieve brief of een informatief verslag: de keuze die scholen daarin maken in hun eigen curriculum is vrij. Voor het vaststellen van de beheersingsnormen geldt voor het leergebied Nederlands nu nog het Referentiekader Taal, dat wellicht in de toekomst aangepast zal worden.
Engels is sinds 1986 een verplicht vak in het basisonderwijs. Scholen bepalen zelf vanaf welke groep ze het aanbieden, het startmoment is niet wettelijk vastgelegd. Er zijn vier varianten.
Nee. In de bovenbouw worden de examenprogramma's per vak per schoolsoort ontwikkeld. Dat blijft zo. Leerlingen volgen in hun profiel (verplichte) vakken, die worden afgesloten met een examen (school-/centraal). De behaalde cijfers komen bij het diploma op de cijferlijst te staan. Uiteraard is het aan de school om vakoverstijgend te werken, projecten met eindtermen uit verschillende programma's vorm te geven en ook vakoverstijgend in het schoolexamen op te nemen. We hebben de nieuwe examenprogramma's zo ontwikkeld dat afstemming tussen vakken en samenhang aanbrengen in onderwijs en toetsing mogelijk is. Wel komen er bij wiskunde en kunst andere vakkenstructuren omdat de huidige vakindelingen niet meer voldoen.
Dit handboek voor begrijpend lezen in het basisonderwijs vertaalt inzichten uit wetenschappelijk onderzoek naar de dagelijkse lespraktijk.