Zoeken - zoekresultaten
verfijn de resultaten
Kerndoelen vormen samen met de examenprogramma’s de basis van het Nederlandse curriculum. Een kerndoel is een wettelijk doel dat beschrijft waar leerlingen in po en in de onderbouw vo mee in aanraking moeten komen, welke inspanning van hen wordt verwacht met het oog op ervaringen, of wat ze uiteindelijk moeten beheersen. Daarmee geven kerndoelen richting aan het onderwijs en leggen ze de basis vast waar iedere leerling recht op heeft. Die basis is nodig om jezelf te ontwikkelen, volwaardig deel te nemen aan de samenleving en door te stromen naar vervolgonderwijs.
De kerndoelen zijn zo geformuleerd dat ze voldoende richting geven, maar ook ruimte laten voor scholen en leraren om eigen keuzes te maken. Leraren en scholen behouden hun professionele vrijheid om de kerndoelen op een manier in te vullen die past bij de schoolvisie, hun leerlingen en de context. Kerndoelen beschrijven geen leerstof per schooljaar en schrijven geen vorm van pedagogiek, didactiek of onderwijstijd voor.
De status van kerndoelen is vastgelegd in de wet. In de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs zijn ze benoemd als de
opdracht aan scholen. Dat betekent dat iedere school verplicht is het onderwijs zo vorm te geven dat leerlingen deze doelen kunnen bereiken. We noemen dit het beoogde curriculum op landelijk niveau.
Voor leerlingen in het so die zeer moeilijk leren en/of een meervoudige beperking hebben en voor leerlingen in het vso die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt zijn er functionele kerndoelen.
Tijdens het ontwikkelen van de examenprogramma’s hebben de commissies een tijdsbegrenzing per vak meegekregen: ontwerpruimte. Het is namelijk belangrijk dat het curriculum in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs ambitieus en betekenisvol is, maar ook uitvoerbaar voor iedere leerling en leraar.
Bij het ontwikkelen van het kader ontwerpruimte is gekeken naar een evenredige verdeling van gelijksoortige vakken, zoals profielvak, profielkeuzevak, vak in het gemeenschappelijke deel of vak in het vrije deel. Daarnaast zijn politieke en inhoudelijke wensen meegenomen. Zo kreeg het versterken van lezen, schrijven, rekenen-wiskunde en burgerschap prioriteit, vanuit het masterplan basisvaardigheden (Kamerstuk 31289-593, 2024). Dit betreft dan de vakken Nederlands, wiskunde en maatschappijleer waar extra ontwerpruimte naartoe is gegaan. Op basis van deze uitgangspunten is het kader ontwerpruimte tot stand gekomen.
De huidige studielasturen voor havo en vwo, vastgelegd in wet- en regelgeving, worden aangepast op basis van het kader ontwerpruimte. Gelijktijdig met de invoering van de eerste tranche van de nieuwe examenprogramma’s. Het ministerie van OCW bereidt daartoe een wijziging van regelgeving voor.
Het kader ontwerpruimte of de studielasturen bepalen niet de daadwerkelijke onderwijstijd. Het kader schrijft ook niet voor hoeveel uur er voor elk vak op de lessentabel moet staan. Het is aan de school om een lessentabel te maken die recht doet aan leraren en leerlingen. Het is belangrijk om vanuit de visie van de school keuzes te maken over hoe vakken worden ingericht en hoe er aan de eindtermen gewerkt wordt.
De invoering van de examenprogramma’s is een goed moment om in de school het gesprek te voeren tussen de schoolleiding en vaksecties, mede op basis van de visie van de school in het professioneel statuut en met instemming van de medezeggenschapsraad. SLO ontwikkelt met scholen een handreiking met overwegingen om mee te nemen in het gesprek vanuit het licht van de curriculumherziening.
Lees verder op ontwerpruimte, actualisatie examenprogramma's.
De leerlingen leren bij de doelen onder 'mondeling taalonderwijs' en 'schriftelijk taalonderwijs' strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.
Een tweede ontwerpprincipe om taaldomeinen met elkaar te verbinden in je taalles is focussen op betekenisvolle relaties tussen die domeinen.
Leervaardigheden in het vak Nederlands wordt voor alle leerwegen getoetst in het centraal examen en daarom ook gespecificeerd in de syllabus: De kandidaat beheerst een aantal strategische vaardigheden die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen