Zoeken
verfijn de resultaten
Een tip is om niet 1 docent verantwoordelijk te maken voor de ontwikkeling van een nieuw vak maar vaksectie in te richten. Hierbij kunt u denken aan de inzet van twee docenten (eventueel aangevuld met ondersteuning van een (technisch) onderwijsassistent) en het beschikbaar maken van een netwerker voor een dagdeel per week om contact te leggen en onderhouden met het bedrijfsleven, instellingen en het hbo. In de eerste fase van ontwikkeling van een nieuw vak op school helpt het daarnaast om voldoende ontwikkeltijd beschikbaar te stellen. Ervaring leert echter dat als scholen op deze manier invulling geven aan het vak, het praktijkgericht programma beter van de grond komt.
Van docenten wordt verwacht dat zij leerlingen kunnen begeleiden in het proces naar toenemende zelfstandigheid en competentiebeheersing. Een dergelijke docent ontwikkelt samen met collega's, regionale bedrijven en instellingen en het vervolgonderwijs levensechte opdrachten. Ook kan hij leerlingen aan verschillende opdrachten laten werken en differentiëren naar niveau en leerstijl van de leerling. Docenten die met een praktijkgerichte programma aan de slag gaan, zijn dus niet alleen tijd kwijt aan het zich eigen maken van het nieuwe vak, het impliceert voor velen een verandering in hun manier van lesgeven. Docenten ontwikkelen zich in het begeleiden van leerlingen in de ontwikkeling van vaardigheden. Ze dienen meer creatief en ondernemend te zijn en affiniteit te hebben met projectmatig werken.
Nee, het is aan de havo-school om een praktijkgericht programma aan te bieden.
Havoscholen die vanaf schooljaar 2026-2027 praktijkgerichte programma’s willen aanbieden, kunnen van 5 januari tot en met 20 februari 2026 subsidie aanvragen. Kijk voor meer informatie: Praktijkgerichte havo | Subsidie | Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen
Scholen kunnen meerdere praktijkgerichte programma’s aanbieden. Er zijn vier programma’s: praktijkgericht programma Technologie (pgp-T) en praktijkgericht programma Maatschappij (pgp-M) in de kleine en de grote variant, respectievelijk 120 en 360 studielastuur.
Er is een digitale handreiking om scholen voorbeelden te geven van een zelf te ontwikkelen praktijkgericht onderwijsprogramma op basis van het examenprogramma en de uitgangspunten daarvan.
Je vindt hier ter inspiratie informatie en tips over de ontwikkeling en inrichting van een onderwijsprogramma, voorbeeldopgaven en links naar relevante documentatie en sites. In deze handreiking staan ook voorbeelden en aanwijzingen over de inrichting van het schoolexamen.
Een examenprogramma bestaat uit een combinatie van kennis en vaardigheden, waaronder praktijkgerichte vaardigheden, werken aan praktijkgerichte en realistische opdrachten, LOB, werkvelden, programma-specifieke kennis en vaardigheden. Binnen het programma kun je contexten en opdrachten zelf bepalen. Je hebt dus veel ruimte om het examenprogramma te vertalen naar een onderwijsprogramma.
In dit sterk loopbaanoriënterende programma is het belangrijk dat leerlingen ook kennismaken met het hbo. De ervaringen vanuit de pilot laten zien dat havo- scholen en hbo-opleidingen elkaar steeds beter weten te vinden. Dit leidt onder meer tot een aanbod van meeloopdagen waarin leerlingen en studenten samen werken aan opdrachten of modules en de verzorging van gastlessen door hbo-docenten.
Voor het vormgeven van een praktijkgericht programma is samenwerking met het hbo en het bedrijfsleven van groot belang. Tijdige opzet en intensiveren van deze samenwerking is daarbij onmisbaar. Te denken valt aan het opstarten van samenwerking op het gebied van:
- praktijkgerichte en realistische opdrachten (inzet van hbo/bedrijven als opdrachtgever en/of als beoordelaar);
- het bieden van (onderdelen van) het praktijkgerichte programma op de locatie van het hbo/bedrijf;
- het geven van (onderdelen van) het praktijkgerichte programma door hbo-docenten/-studenten;
- het gezamenlijk inrichten van LOB, stage-activiteiten of het profielwerkstuk.
Dat lijkt realistisch te zijn, zeker wanneer scholen in de regio onderling samenwerken. Ook kan worden samengewerkt met het vervolgonderwijs in de regio. Scholen die praktijkgerichte programma’s aanbieden wordt geadviseerd vroeg te starten met het opbouwen van een netwerk en/of aansluiting te zoeken bij bestaande netwerken in de regio. Samenwerken met bedrijven is een groeiproces waarbij scholen klein kunnen beginnen en langzaam stappen zetten naar meer levensechte opdrachten.