Zoeken - zoekresultaten
verfijn de resultaten
De landelijk vastgelegde kerndoelen en examenprogramma’s zijn niet meer actueel. De huidige kerndoelen zijn vastgesteld in 2006 en bij de examenprogramma’s variëren ze per vakgebied. Ook zijn de huidige kerndoelen ruim en globaal geformuleerd. Dit geeft onduidelijkheid bij leraren over wat ‘moet en mag’ en het leidt tot werkdruk en overladenheid. Om leerlingen goed voor te blijven bereiden op hun vervolgopleiding en toekomst, is het noodzakelijk om de kerndoelen en examenprogramma’s te actualiseren. In opdracht van het ministerie van OCW en samen met het onderwijsveld voert SLO deze opdracht uit.
Het ministerie van OCW heeft SLO de opdracht gegeven om de kerndoelen en examenprogramma’s van een aantal vakken te actualiseren. Hiervoor richt SLO voor de kerndoelen teams in, voor de examenprogramma's vakvernieuwingscommissies:
- Voor elk leergebied of vak wordt een team of vakvernieuwingscommissie samengesteld, die de kerndoelen of examenprogramma’s gaan actualiseren. Deze teams en commissies bestaan uit leraren, vakexperts en curriculumexperts. Zij gaan onder begeleiding van een procesregisseur aan de slag.
- Deze teams en vakvernieuwingscommissies werken samen met een advieskring. De advieskring geeft feedback en reflecteert op tussenproducten. De advieskring bestaat uit vertegenwoordigers van onder andere vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vakgebied. Daarnaast kunnen de teams en commissies vakexperts raadplegen.
In de nieuwe kerndoelen staan bewust geen harde niveauaanduidingen. De kerndoelen zijn weliswaar concreter geworden dan de huidige kerndoelen, maar zijn nog steeds een brede basis voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, zonder specifieke niveau-aanduidingen.
We stellen geen minimumniveau per sector of schoolsoort. Hiermee voorkomen we dat er onnodige drempels ontstaan of dat scholen zich uitsluitend gaan richten op een minimum. Het uitgangspunt is dat scholen een brede onderwijsopdracht hebben en werken vanuit hoge verwachtingen voor ieder kind.
Wanneer de kerndoelen wettelijk vastgesteld zijn, gelden deze doelen voor alle scholen in Nederland. Dat betekent dat in principe alle leerlingen hiermee te maken krijgen. Keuzes over de inrichting, didactiek en pedagogiek van onderwijs blijven natuurlijk aan scholen zelf.
Kerndoelen zijn de opdracht aan scholen. Dat betekent dat iedere school verplicht is het onderwijs zo vorm te geven dat leerlingen deze doelen kunnen bereiken. We noemen dit het beoogde curriculum op landelijk niveau.
Voor leerlingen in het so die zeer moeilijk lerend zijn en/of een meervoudige beperking hebben, of leerlingen in het vso die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt, ontwikkelt SLO functionele kerndoelen. Scholen moeten het onderwijs zo inrichten dat ze op een doelgerichte en samenhangende manier aan deze doelen werken. Er is echter geen verplichting om alle functionele kerndoelen op leerlingniveau te behalen. Het kan namelijk zijn dat een leerling niet alle kerndoelen kan behalen. Dan kan de school afwijken van de (functionele) kerndoelen en vervangende doelen opstellen. De school legt dit vast in het ontwikkelingsperspectief (OPP) van de leerling.
De kerndoelen zijn ontwikkeld voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Binnen deze sectoren maken de kerndoelen geen onderscheid tussen schooltypen. Uitzondering hierop is de toevoeging havo-vwo waar dit nodig was om een goede aansluiting met de bovenbouw te waarborgen.
We stellen geen minimumniveau per sector of schoolsoort. Hiermee voorkomen we dat er onnodige drempels ontstaan of dat scholen zich uitsluitend gaan richten op een minimum. Het uitgangspunt is dat scholen een brede onderwijsopdracht hebben en werken vanuit hoge verwachtingen voor ieder kind.
De nieuwe kerndoelen zijn straks het uitgangspunten voor het onderwijs. Constructieve afstemming speelt hierbij een belangrijke rol: leerdoelen, onderwijsactiviteiten en toetsen moeten bewust op elkaar worden afgestemd. Daarom moeten niet alleen doelen en leermiddelen worden bijgesteld, maar moeten ook toetsen worden geactualiseerd. Hierdoor meten toetsen niet alleen eerlijk en betrouwbaar, maar ondersteunen ze ook het leerproces en sluiten ze beter aan op wat in de klas wordt aangeboden. Dat geldt voor zowel methodetoetsen als Leerling- en onderwijsvolgsysteem-toetsen.
Voor het primair onderwijs vraagt het ook om een herijking van de doorstroomtoets. Het ministerie van OCW en het College van Toetsen en Examens (CvTE) zullen daarom ook gaan onderzoeken welke aanpassingen nodig zijn voor de doorstroomtoets.
Meer weten over inclusiever onderwijs en hoe je maatwerk kunt bieden aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften? Deze themapagina helpt je verder op weg!
Vakverenigingen hebben een actieve rol gehad bij de actualisatie van de kerndoelen. Zowel bij de werving en selectie van leden van de kerndoelenteams, als als lid van de advieskring van een leergebied.
De nieuwe kerndoelen voor po en onderbouw vo hebben we ontwikkeld met het oog op een ononderbroken ontwikkeling voor leerlingen. Inhouden uit de kerndoelen voor vo bouwen daarom voort op de inhouden uit de kerndoelen voor het po.
Hetzelfde geldt voor de aansluiting van de kerndoelen onderbouw vo op de examenprogramma’s, waarbij de examenprogramma’s voortbouwen op de inhouden uit de kerndoelen voor de onderbouw van het vo. Zo zorgen we voor een goede aansluiting en voorkomen we hiaten.