Taaldomeinen onderzocht | 15 april 2021

12 mei 2021

Kleuters vergaderen beter dan volwassenen.


Impressie van de sessie ‘De taaldomeinen onderzocht’ 
15 april 2021, door Rianne de Wit

Twee uur en 24 minuten zit er gemiddeld tussen het vertrek van mijn huis en de aankomst op locatie van de netwerkdag van het Landelijk Netwerk Taal. Nu loop ik naar mijn bureau, zet de laptop aan en ben er. Dat, en het desgewenst kunnen terugkijken van de presentaties, is toch een voordeel van deze tijd. Deze keer start ik mijn laptop op voor de bijeenkomst ‘De taaldomeinen onderzocht’. Alle vier de taaldomeinen – lezen, schrijven, mondelinge taalvaardigheid en begrippen/taalverzorging – krijgen vandaag de aandacht. Al zal ik voor het domein lezen zelf moeten gaan lezen. In plaats van een presentatie over dit onderwerp, krijgen alle deelnemers het boekje ‘Leer ze lezen’ thuisgestuurd.


Schrijven

De eerste presentatie wordt verzorgd door Anke Herder, curriculumexpert Nederlands in het vo bij SLO. Zij is onlangs gepromoveerd op haar onderzoek ‘samen schrijven, samen leren’ waarbij ze heeft onderzocht hoe de kennisontwikkeling en taalontwikkeling tegelijk gestimuleerd kunnen worden. Door leerlingen samen te laten schrijven over een thema dat in de klas wordt behandeld, gaan ze beter schrijven én is er sprake van een betere kennisconstructie. De leerlingen onderhandelen met elkaar over de inhoud van hun tekst en over de manier waarop ze iets opschrijven, bijvoorbeeld over de opbouw van hun verhaal of de manier van formuleren. Hierdoor ontwikkelen zij hun schrijfvaardigheid. Tegelijkertijd delen ze kennis met elkaar en vullen elkaars kennis aan. De manier waarop ze dit doen, hangt af van het soort schrijfactiviteit. Om zowel de schrijfvaardigheid als de kennisontwikkeling te stimuleren, is het belangrijk dat de leerlingen voldoende achtergrondinformatie hebben. Bovendien moet het doel van het schrijven duidelijk zijn voor de leerlingen.


Begrippenlijst/taalverzorging

De volgende sprekers zijn Mariëtte Hoogeveen en Bart van der Leeuw, beiden vakexpert bij SLO. Zij presenteren de door hen ontwikkelde begrippenlijst taalbeschouwing, die een doorlopende leerlijn vormt van primair tot en met voortgezet onderwijs. De bedoeling is dat leerkrachten de zo ontwikkelde begrippenlijst functioneel gebruiken: de begrippen introduceren binnen een logische context en deze gebruiken in de praktijk. In de daaropvolgende leerjaren blijven de leerkrachten de begrippen gebruiken om over taal, taalgebruik en literatuur te communiceren. Het is dus zeker niet de bedoeling om de begrippen met definities aan te bieden en vervolgens te overhoren. De focus moet liggen op de functie van taal in de communicatie, de begrippenlijst kan daaraan ondersteunend zijn. Bij de deelnemers ontstaat hier wat verwarring omdat de term ‘leerlijn’ zou suggereren dat de begrippenlijst leidend is in plaats van de communicatie, maar dat is zeker niet zo bedoeld door de auteurs. Om te verduidelijken hoe de begrippenlijst zou moeten worden gebruikt zijn de auteurs bezig met het ontwikkelen van ‘doorkijkjes’, uitgewerkte praktijkvoorbeelden. De verwachting is dat deze eind juni op de website zullen staan.


Mondelinge taalvaardigheid

Tot slot presenteert Frans Hiddink zijn promotieonderzoek naar groepsdiscussies bij jonge kinderen. Frans Hiddink is onderzoeker bij het lectoraat Meertaligheid & Geletterdheid  van NHL Stenden Hogeschool. Mondelinge interactie is een voorwaarde voor schoolsucces en geletterdheid, maar of samen redeneren daadwerkelijk leidt tot leren hangt af van de kwaliteit van de interactie. Hiddink onderzocht deze interactiekwaliteit in groepjes met en zonder leerkracht. Hieruit blijkt dat er in groepjes zónder leerkracht meer gespreksinitiatief wordt genomen door de kinderen, met meer variatie en een hogere complexiteit van de taaluitingen. Daaruit volgt dat de leerkracht de mondelinge taalvaardigheid niet alleen moet observeren tijdens interacties waar hij/zij aan deelneemt, maar vooral ook tijdens de gesprekken die de kinderen onderling hebben. Hiddink stelt zelfs grappend dat kleuters beter vergaderen dan volwassenen, omdat ze een onderwerp altijd expliciet afronden. Toch heeft de leerkracht ook een belangrijke rol: hij of zij kan het redeneren stimuleren door uitdagende activiteiten in te zetten waarbij verschillende perspectieven mogelijk zijn. Leerlingen die het nog moeilijk vinden om te redeneren kun je als leerkracht ondersteunen door een cultuur te creëren waarin ruimte is voor redeneren en door zelf model te staan. Daarnaast is het erg belangrijk hoe de leerkracht reageert op het probleem en op de oplossing van de kinderen. Voor meer informatie daarover verwijst Hiddink naar zijn artikel Probleembesprekingen met samenwerkende kleuters.

Ik klap de laptop dicht. Het is fijn om via deze toegankelijke weg op de hoogte te blijven van de recente ontwikkelingen in het taalonderwijs, en gelukkig was er ook ruimte voor uitwisseling met elkaar en met de sprekers. Toch hoop ik dat we elkaar de volgende keer weer live kunnen treffen in Utrecht. Want ondanks (of dankzij?) de reistijd voelt dat toch steeds als een dagje uit. Maar nu ga ik eerst het boekje ‘Leer ze lezen’ doornemen.

Media en downloads