Onderwijsdoelen wereldoriëntatie primair onderwijs

9 juli 2020

Wat leer je bij wereldoriëntatie?

Wereldoriëntatie gaat over alle manieren waarop leerlingen op de basisschool leren over de wereld.

Bij wereldoriëntatie leer je over:

  1. Mens en maatschappij: over hoe we naar ons verleden kijken en hoe we de wereld van vandaag kunnen beschrijven en waarderen. Mens en maatschappij gaat ook over de toekomst: hoe de wereld er dan uit zou kunnen of moeten zien.
  2. Mens en natuur: over de natuur en hoe we erachter kunnen komen hoe die werkt. Mens en natuur gaat ook over hoe we met deze kennis ons leven en dat van anderen een beetje makkelijker of mooier kunnen maken.
  3. Burgerschap: over hoe we kunnen integreren en bijdragen aan een nationale samenleving, hoe verschillend we ook zijn.

Wat is verplicht?

Je hebt als leraar veel vrijheid om je wereldoriëntatie-onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Je bent wel wettelijk verplicht om aandacht te besteden aan de kerndoelen (2006) en de aanvullingen die daar later vanuit de overheid op zijn gemaakt. Eén van de aanvullingen gaat over burgerschapsonderwijs.

Scholen hebben afgesproken om naast de kerndoelen ook structureel aandacht te besteden aan Wetenschap en Technologie.

In welk leerjaar doe je wat?

Toen de kerndoelen voor het primair onderwijs in 2006 van kracht werden heeft SLO deze voor alle leergebieden uitgewerkt in TULE. TULE biedt een handreiking met voorbeelden van wat er onder de globale kerndoelen verstaan kan worden. Het geeft zicht op de manier waarop bij ieder kerndoel de inhouden (kennis en vaardigheden) en activiteiten (van kinderen en leraren) kunnen worden verdeeld over de groepen 1 tot en met 8. Dit maakt de doorgaande ontwikkeling van de inhoud van het onderwijsaanbod zichtbaar en hanteerbaar. TULE draagt bij aan het gesprek in en tussen scholen. De voorbeelduitwerkingen zijn bedoeld als inspiratiebron.

SLO heeft als een vervolg op TULE voor ieder leergebied van het primair onderwijs ook de inhoud (voor zowel kennis, vaardigheden als houding) geformuleerd in de vorm van aanbodsdoelen. Begonnen met de inhoudskaarten voor het jonge kind/fase 1, is de lijn doorgetrokken naar fase 2 en fase 3 (globaal midden en bovenbouw po). Deze inhoudslijnen met aanbodsdoelen vormen een kader waarin inzichtelijk wordt gemaakt waar de leraar met de leerlingen aan werkt.

Welke aanvullende informatie is er?

Kerndoelen beschrijven welke onderwerpen aan bod moeten komen, ze beschrijven niet in hoeverre leerlingen de aangeboden lesstof moeten beheersen. Om de kerndoelen goed te begrijpen, heb je soms extra informatie nodig:

  • Bij de kerndoelen hoort een toelichting; 'de karakteristiek'. Deze karakteristiek helpt je om te begrijpen vanuit welke gedachte de kerndoelen zijn geschreven: 'Kinderen zijn nieuwsgierig (…) tegelijk stelt de samenleving waarin kinderen opgroeien haar eisen'.
    > Inleiding op de kerndoelen bij wereldoriëntatie
  • 'De leerlingen leren over de kenmerkende aspecten van tijdvakken'. In het Nederlandse geschiedenisonderwijs wordt het verleden beschreven in tien tijdvakken. In het basisonderwijs over de kenmerken van ieder tijdvak, in het voortgezet onderwijs wordt op die kennis voortgebouwd.
    > De tien tijdvakken en kenmerkende aspecten
  • 'De vensters van de Canon van Nederland dienen als uitgangspunt ter illustratie van de tijdvakken'. De Canon van Nederland beschrijft vijftig historische gebeurtenissen die volgens deskundigen het verhaal van Nederland vertellen. Het is niet verplicht om de gehele Canon te onderwijzen, er wordt wel van je verwacht dat je gebruik maakt van de voorbeelden uit de Canon.
    > De Canon van Nederland
  • 'Leerlingen beheersen de basis-topografie van Nederland, Europa en de rest van de wereld'. Scholen, educatieve uitgevers en de makers van de Centrale eindtoets wereldoriëntatie maken gebruik van één basislijst met driehonderd topografische namen. De lijst is niet verplicht maar vormt een mooie basis van waaruit je samen met je team kunt bepalen welke toponiemen leerlingen moeten kennen.

Burgerschap

Alle scholen in Nederland zijn verplicht om vanuit hun eigen visie vorm te geven aan burgerschapsonderwijs. De wet geeft aan dat leerlingen op de basisschool moeten leren over- en van verschillen tussen mensen en dat ze kennismaken met mensen met verschillende achtergronden en culturen. Leerlingen moeten ook leren hoe ze zich actief kunnen inzetten zodat mensen met verschillende achtergronden kunnen samenleven.

Wetenschap en technologie

Vanaf 2020 moeten basisscholen structureel aandacht besteden aan Wetenschap en technologie (W&T). Die aandacht is nodig omdat er onvoldoende leerlingen doorstromen naar technische beroepen. W&T is niet wettelijk vastgelegd; het is een bindende afspraak die is gemaakt door scholen in samenspraak met de nationale overheid en het bedrijfsleven.


Benieuwd naar de vernieuwing van de landelijke onderwijsdoelen?

Volg hier de ontwikkelingen rond Curriculum.nu: