Lezen is vreselijk…leuk!

4 februari 2021

Op 26 januari organiseerde het Landelijk Netwerk Taal een online sessie over het leesonderwijs. Stuurgroeplid Rianne de Wit beschrijft wat zij daar van op heeft gestoken.

Lezen is vreselijk…leuk!

Auteur: Rianne de Wit

Er zijn kinderen die lezen heerlijk vinden. Maar er zijn ook kinderen voor wie het lezen een verplicht nummer is. Leren lezen kost ze veel inspanning en het plezier is ver te zoeken. Deze laatste categorie is goed vertegenwoordigd in het speciaal basisonderwijs, zo ook op de school waar ik werk als logopedist en taalcoördinator. Om inspiratie op te doen voor de begeleiding van deze groep volg ik de online middag over lezen, die het Landelijk Netwerk Taal op 26 januari 2021 organiseert. De middag bestaat uit vier sessies. Ik kies voor de sessies over De Schoolschrijver en over het bieden van ondersteuning vanuit ondersteuningsniveaus. Van de parallelsessies kan ik de opnames later bekijken.


De Schoolschrijver als versterking van je leesonderwijs - Annemiek Neefjes en Ruben Prins


Zoals te lezen is op hun website biedt De Schoolschrijver programma’s rond lezen en schrijven voor alle basisscholen die hun leerlingen willen helpen betere lezers en sterkere schrijvers te worden. Annemiek Neefjes is de directeur en oprichter van De Schoolschrijver. Zij begint de sessie met een treffende quote van Antoine de Saint-Exupéry: ‘Als je een schip wilt bouwen, begin dan niet met het verzamelen van hout, het verdelen van werk en het geven van orders. Leer in plaats daarvan mensen eerst te verlangen naar de zee.’ Hiermee maakt ze direct duidelijk hoe belangrijk leesplezier is als basis voor de lees- en schrijfontwikkeling. Naast plezier is ook het geïntegreerd aanbieden van lezen en schrijven een belangrijke factor. Plezier en samenhang zijn herkenbaar aanwezig in de maandprogramma’s van De Schoolschrijver. Een maandprogramma bestaat uit 4 lessen van een uur die door de eigen leerkracht worden uitgevoerd. Bij elke les staat een schrijver centraal, die virtueel aanwezig is. Om te ervaren hoe een les van De Schoolschrijver eruit ziet krijgen de deelnemers enkele inspirerende opdrachten van auteur en schoolschrijver Ruben Prins. Hij doet dit op een enthousiaste manier en al snel staat er een reeks creatieve zinnen in de chat. Het is duidelijk dat de deelnemers aan deze middag er plezier in hebben.
Ik probeer mij voor te stellen hoe de leerlingen van mijn school zouden reageren op soortgelijke opdrachten. Ze zouden het waarschijnlijk heel interessant vinden om les te krijgen van een echte schrijver, ook al is die niet live aanwezig. Dat de les door de eigen leerkracht gegeven wordt heeft als voordeel dat hij of zij rekening kan houden met niveauverschillen en persoonlijke eigenschappen van de leerlingen. Die niveauverschillen zijn groot, er zijn veel taalzwakke leerlingen en in elke klas zit wel een kind dat nauwelijks een zin op papier kan zetten. Juist ook taalzwakke leerlingen hebben behoefte aan een rijk taalaanbod, rijke teksten en interactie hierover (Van Koeven & Smits, 2020), dus wat dat betreft zouden de programma’s heel zinvol zijn op mijn school. Maar vanwege het soms erg lage lees- en schrijfniveau vraag ik mij af in hoeverre de programma’s ook bruikbaar zijn in het sbo. Deze vraag heb ik via de mail voorgelegd aan het team van De Schoolschrijver. Ik kreeg dezelfde dag al antwoord, en het blijkt dat hier al ervaring mee is opgedaan. Met wat aanpassingen en de aangedragen adviezen zou het goed mogelijk zijn om de programma’s in het sbo te gebruiken.
Het aanbod van De Schoolschrijver heeft raakvlakken met de taalrondes van Suzanne van Norden (Van Norden, 2014). Een duidelijke overeenkomst is dat bij zowel De Schoolschrijver als de taalrondes de verschillende taaldomeinen in samenhang aangeboden worden. Dat is belangrijk, omdat leren duurzaam wordt wanneer er sprake is van transfer tussen taaldomeinen of tussen taal en andere vakken (Van Koeven & Smits, 2020). Ook interactie over inhoud én vorm is belangrijk bij zowel taalrondes als bij De Schoolschrijver. De programma’s van De Schoolschrijver duren vier weken. Om ook de rest van het schooljaar op een motiverende manier bezig te zijn met lezen en schrijven lijken de taalrondes mij een mooie aanvulling hierop.

Ondersteuning bieden bij het lezen vanuit ondersteuningsniveaus - Leonie Poortman


De tweede sessie van de middag gaat over het bieden van ondersteuning bij het lezen vanuit ondersteuningsniveaus. Leonie Poortman, onderwijsadviseur bij IJsselgroep, zoomt daarbij vooral in op wat je kunt doen vóórdat je gaat remediëren. In haar verhaal richt ze zich met name op groep 1 en 2. Daar is volgens haar veel winst te boeken, omdat er grote verschillen zijn tussen leerlingen als ze in groep 3 instromen. Na de toelichting van de niveaus (zie kader) geeft Poortman tips wat je kunt doen als het leren lezen niet vanzelf gaat. Ze bespreekt onder meer het bepalen van de links-rechtsoriëntatie, het inslijpen van de juiste leesrichting door middel van spelletjes en het puzzelen met woorden en letters.
De ondersteuningsniveaus hebben op de school waar ik werk al een duidelijke plaats. Voor ondersteuningsniveau 3 kunnen de leerlingen terecht bij onze remedial teacher. Als logopedist bied ik extra ondersteuning op school aan leerlingen met een taalachterstand. Een achterstand in taalbegrip of woordenschat heeft natuurlijk ook effect op het leesbegrip. Bovendien komt dyslexie vaker voor bij kinderen met een stoornis in de taalontwikkeling. Dus hoewel ik niet gespecialiseerd ben in dyslexie, werk ik wel vaak met leerlingen met leesproblemen. Ik was daarom vooral geïnteresseerd in werkvormen die ik zelf kan toepassen in het individueel begeleiden van leerlingen, en daarnaast ook in tips om te delen met collega’s die voor de klas staan. Er zijn overigens veel logopedisten die wél gespecialiseerd zijn in dyslexie, deze zijn te vinden op de website van de beroepsvereniging.
Mijn sbo-school heeft geen groepen 1 en 2 dus we hebben geen invloed op het onderwijsaanbod aan de jongste leerlingen. Toch zijn sommige tips van Poortman bruikbaar, omdat het niveau van de leerlingen in groep 3 laag is. De belangrijkste tip geldt niet alleen voor de onderbouw maar ook voor de hogere groepen en zeker ook in het sbo, namelijk dat je moet aansluiten bij de interesses van het kind om zo betrokkenheid bij het lezen te creëren. Net als bij De Schoolschrijver staat die betrokkenheid op de eerste plaats. Een deel van de interventies die Poortman noemt, zet ik als logopedist al regelmatig in. Het gaat dan bijvoorbeeld om het herkennen van klanken in woorden of woorden in zinnen; zinnen herhalen; zinnen langer of korter maken; het onthouden en begrijpen van samengestelde opdrachten; en spelletjes om het auditief geheugen te trainen. Door de uitleg van Poortman ben ik me meer bewust geworden op welke manier deze oefeningen niet alleen bijdragen aan de taal-, maar ook aan de leesontwikkeling.
Na afloop van de twee sessies heb ik zin om met alle ideeën aan de slag te gaan. De inhoud van de presentaties was ook voor het speciaal basisonderwijs goed bruikbaar. Het belang van plezier en samenhang kwam in beide sessies duidelijk naar voren. Ik heb in ieder geval een plezierige middag gehad en ik ga binnenkort met mijn collega’s in gesprek hoe we onze leerlingen ook (nog meer) plezier in lezen kunnen geven.


Bronnen:

  • Van Koeven, E., & Smits, A. (2020). Rijke taal: Taaldidactiek voor het basisonderwijs. Amsterdam: Boom.
  • Van Norden, S. (2014). Iedereen kan leren schrijven: schrijfplezier en schrijfvaardigheid in het basisonderwijs. Bussum: Coutinho.