Referentiekader taal

8 juli 2020

Het Referentiekader taal beschrijft voor vier taaldomeinen wat leerlingen zouden moeten kennen en kunnen op verschillende momenten in hun schoolloopbaan:

  1. Mondelinge taalvaardigheid: gesprekken, luisteren en spreken;
  2. Lezen: zakelijke teksten en fictie teksten;
  3. Schrijven;
  4. Begrippenlijst en taalverzorging.

Welke niveaus zijn in het Referentiekader Taal beschreven?

Het referentiekader bestaat uit fundamentele niveaus en streefniveaus. Het fundamentele niveau (1F) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Het streefniveau (1S) heeft iedereen nodig om te kunnen participeren in de maatschappij.

Voor leerlingen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo gelden de volgende eindniveaus:

  • 1F en 2F/1S voor primair onderwijs en speciaal onderwijs
  • 2F/1S voor vmbo en mbo 1, 2 en 3
  • 3F voor mbo-4 en havo
  • 4F voor vwo

Eind groep 8 zouden 75% van de leerlingen voor alle vier de domeinen minimaal niveau 1F moeten beheersen en zoveel mogelijk niveau 2F/1S.

Waar vind je het Referentiekader Taal?

Referentiekader taal en rekenen (pdf, 723 kB).

Hoe werk je met Referentiekader Taal?

SLO heeft verschillende producten ontwikkeld om je te helpen met het gebruiken van het Referentiekader Taal.