Veelgestelde vragen
Om leerlingen goed voor te bereiden op hun vervolgopleiding en toekomst, is actualisatie van de kerndoelen en examenprogramma’s noodzakelijk. SLO doet dit samen met het onderwijsveld, in opdracht van het ministerie van OCW.
algemeen
De landelijk vastgelegde kerndoelen en examenprogramma’s zijn niet meer actueel. De huidige kerndoelen zijn vastgesteld in 2006 en bij de examenprogramma’s variëren ze per vakgebied. Ook zijn de huidige kerndoelen ruim en globaal geformuleerd. Dit geeft onduidelijkheid bij leraren over wat ‘moet en mag’ en het leidt tot werkdruk en overladenheid. Om leerlingen goed voor te blijven bereiden op hun vervolgopleiding en toekomst, is het noodzakelijk om de kerndoelen en examenprogramma’s te actualiseren. In opdracht van het ministerie van OCW en samen met het onderwijsveld voert SLO deze opdracht uit.
SLO zorgt met een team van experts en leraren voor de samenhang, zodat raakvlakken tussen vakgebieden met elkaar kloppen en er doorlopende leerlijnen ontstaan. De ontwikkeling van examenprogramma’s en kerndoelen overlapt grotendeels in tijd. Verschillende teams gaan aan de slag met de ontwikkeling van kerndoelen en examenprogramma’s op basis van gemeenschappelijke uitgangspunten, zoals beschreven staat in de werkopdrachten voor kerndoelen en examenprogramma's van OCW aan SLO. Deze zijn uitgewerkt in werkinstructies, waarmee de teams en commissies werken.
De werving en selectie is uitbesteed aan een extern bureau: B&T Werving & Selectie. Het belangrijkste in de selectie is een evenwichtige verdeling van expertises en achtergronden. Daarnaast moeten de leden voldoen aan de gestelde eisen die zijn beschreven in de functieprofielen. In het selectieproces vinden gesprekken plaats met een commissie bestaande uit de procesregisseur, een curriculumexpert en een vertegenwoordiger van een vakvereniging.
Het ministerie van OCW heeft SLO de opdracht gegeven om de kerndoelen en examenprogramma’s van een aantal vakken te actualiseren. Hiervoor richt SLO voor de kerndoelen teams in, voor de examenprogramma's vakvernieuwingscommissies:
- Voor elk leergebied of vak wordt een team of vakvernieuwingscommissie samengesteld, die de kerndoelen of examenprogramma’s gaan actualiseren. Deze teams en commissies bestaan uit leraren, vakexperts en curriculumexperts. Zij gaan onder begeleiding van een procesregisseur aan de slag.
- Deze teams en vakvernieuwingscommissies werken samen met een advieskring. De advieskring geeft feedback en reflecteert op tussenproducten. De advieskring bestaat uit vertegenwoordigers van onder andere vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vakgebied. Daarnaast kunnen de teams en commissies vakexperts raadplegen.
In de teams en vakvernieuwingscommissies gaan leraren, vakexperts en curriculumexperts aan de slag met de actualisatie. Zij werken samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vak- of leergebied. Daarnaast worden vakexperts geraadpleegd. Uiteraard worden leerlingen ook betrokken bij het actualisatieproces. SLO organiseert samen met het LAKS leerlingpanels, waarbij leerlingen reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de teams en vakvernieuwingscommissies.
Leerlingpanels reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de teams en vakvernieuwingscommissies. Hierin wordt samengewerkt met het LAKS. In de uiteindelijke conceptkerndoelen en -examenprogramma’s wordt toegelicht hoe de input van leerlingen is verwerkt.
Om de kwaliteit van de (tussen)producten en het proces te waarborgen heeft SLO naast de externe advieskring ook een intern systeem van kwaliteitszorg ingericht. Dit systeem bestaat uit twee onderdelen: een monitorteam en een expertpoule.
- Het monitorteam verzamelt gedurende het actualisatieproces informatie en voert daar analyses op uit, op basis van de kwaliteitscriteria uit de werkopdracht. Het monitorteam houdt zicht op zowel de inhoud van de te ontwikkelen (tussen)producten als op het proces.
- De expertpoule bestaat uit inhoudelijke SLO-experts met expertise op het gebied van de vakoverstijgende aspecten die in de werkopdracht zijn beschreven, met in elk geval: burgerschap, digitale geletterdheid, LOB, de drie doeldomeinen, diversificatie, geletterdheid en reken- en wiskundige kennis en vaardigheden. De expertpoule werkt samen met het monitorteam bij het uitvoeren van de inhoudelijke analyses en bekijkt of deze vakoverstijgende elementen goed gewaarborgd zijn in de concept-uitwerkingen.
Een tijdelijke wetenschappelijke curriculumcommissie adviseert het ministerie van OCW over curriculumontwikkeling. Deze commissie heeft onder andere advies uitgebracht over de opgeleverde bouwstenen van Curriculum.nu. Mede op basis van de adviezen van de curriculumcommissie heeft het ministerie werkopdrachten voor de actualisatie kerndoelen en de actualisatie examenprogramma’s gemaakt. SLO heeft bij de uitwerking van de werkopdracht in werkinstructies de adviezen van de commissie ten aanzien van het landelijk curriculum ook benut. Informatie over de commissie en de adviezen vind je op: www.curriculumcommissie.nl.
Curriculum.nu heeft voorstellen voor negen leergebieden opgeleverd en is daarmee afgerond. Onder andere deze voorstellen worden als bron gebruikt bij de actualisatie van de kerndoelen en examenprogramma’s. De voorstellen zijn terug te vinden op de webpagina www.curriculum.nu.
kerndoelen
Kerndoelen vormen samen met de examenprogramma’s de basis van het Nederlandse curriculum. Een kerndoel is een wettelijk doel dat beschrijft waar leerlingen in po en in de onderbouw vo mee in aanraking moeten komen, welke inspanning van hen wordt verwacht met het oog op ervaringen, of wat ze uiteindelijk moeten beheersen. Daarmee geven kerndoelen richting aan het onderwijs en leggen ze de basis vast waar iedere leerling recht op heeft. Die basis is nodig om jezelf te ontwikkelen, volwaardig deel te nemen aan de samenleving en door te stromen naar vervolgonderwijs.
De kerndoelen zijn zo geformuleerd dat ze voldoende richting geven, maar ook ruimte laten voor scholen en leraren om eigen keuzes te maken. Leraren en scholen behouden hun professionele vrijheid om de kerndoelen op een manier in te vullen die past bij de schoolvisie, hun leerlingen en de context. Kerndoelen beschrijven geen leerstof per schooljaar en schrijven geen vorm van pedagogiek, didactiek of onderwijstijd voor.
De status van kerndoelen is vastgelegd in de wet. In de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs zijn ze benoemd als de
opdracht aan scholen. Dat betekent dat iedere school verplicht is het onderwijs zo vorm te geven dat leerlingen deze doelen kunnen bereiken. We noemen dit het beoogde curriculum op landelijk niveau.
Voor leerlingen in het so die zeer moeilijk leren en/of een meervoudige beperking hebben en voor leerlingen in het vso die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt zijn er functionele kerndoelen.
Functionele kerndoelen worden ontwikkeld voor leerlingen in het so die zeer moeilijk leren en/of meervoudig beperkt zijn en voor leerlingen in het vso die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt.
De status van functionele kerndoelen is vastgelegd in de wet. In de Wet op de Expertisecentra zijn ze benoemd als de opdracht aan scholen en staat beschreven welke inhouden aan bod moeten komen. We noemen dit het beoogde curriculum op landelijk niveau.
De functionele kerndoelen zijn de inhoudelijke doelstellingen voor het onderwijsprogramma. Scholen moeten het onderwijs zo inrichten dat ze op een doelgerichte en samenhangende manier aan deze doelen werken. Er is echter geen verplichting om alle functionele kerndoelen op leerlingniveau te behalen. Het kan namelijk zijn dat een leerling niet alle kerndoelen kan behalen. Dan kan de school afwijken van de functionele kerndoelen en vervangende doelen opstellen. De school legt dit vast in het ontwikkelingsperspectief (OPP) van de leerling.
We beschrijven de functionele kerndoelen vanuit hoge verwachtingen. Ze zijn het uitgangspunt voor het inrichten van het onderwijsprogramma, maar gelden als ‘na te streven inhoudelijke doelstellingen’, waarbij het aan de school is om te beoordelen welk doel passend, haalbaar en uitdagend genoeg is voor een leerling.
Kerndoelen gelden voor leerlingen in het po en vo.
Voor leerlingen in het so die zeer moeilijk leren en/of meervoudig beperkt zijn gelden de functionele kerndoelen. Leerlingen in het so die doorstromen naar vervolgonderwijs volgen onderwijs op basis van dezelfde kerndoelen als leerlingen in het po.
Voor het sbo is er geen aparte set kerndoelen. Scholen in het sbo vallen onder de Wet op het primair onderwijs en werken in principe met dezelfde kerndoelen als het basisonderwijs. De wet biedt ruimte om hier beredeneerd van af te wijken, zodat scholen beter kunnen aansluiten bij de onderwijsbehoeften van leerlingen. In de praktijk combineren sbo-scholen de kerndoelen po met de functionele kerndoelen die passen bij de mogelijkheden en ontwikkelperspectieven van hun leerlingen.
Voor leerlingen in het vso die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt zijn twee afzonderlijke sets functionele kerndoelen. Leerlingen in het vso die doorstromen naar vervolgonderwijs volgen dezelfde kerndoelen als leerlingen in het vo.
Voor het praktijkonderwijs is geen aparte set kerndoelen, omdat deze scholen onder de Wet op het voortgezet onderwijs vallen. Daarom volgen zij in principe de kerndoelen vo. De wet biedt de mogelijkheid hier beredeneerd van af te wijken. In de praktijk werken scholen voor praktijkonderwijs daarom met zowel de kerndoelen vo als de functionele kerndoelen, afhankelijk van het uitstroomprofiel van de leerling.
De huidige kerndoelen zijn sinds 2006 van kracht. Ze zijn globaal geformuleerd en bieden weinig houvast aan scholen en leraren. Er is een wens voor meer concrete formuleringen, samenhang, terugdringen van overladenheid en het versterken van doorlopende leerlijnen. Daarnaast zijn er onderwijskundige, vakspecifieke en maatschappelijke ontwikkelingen die vragen om een actualisatie van de kerndoelen.
SLO heeft de definitieve conceptkerndoelen voor negen leergebieden in november 2025 opgeleverd aan het ministerie van OCW. De inwerkingtreding van de verschillende kerndoelen gaat in fases.
Ook al staan de nieuwe kerndoelen nog niet in de wet, scholen kunnen natuurlijk al wel vooruitkijken en zich voorbereiden. In augustus 2031 moeten alle scholen onderwijs realiseren dat gebaseerd is op de nieuwe kerndoelen. Dan start ook het handhavend toezicht op de nieuwe kerndoelen door de Inspectie van het Onderwijs. De inspectie moedigt scholen en besturen aan om zo snel als mogelijk met de nieuwe kerndoelen te gaan werken.
De opgave zal voor iedere school anders zijn. In de nieuwe kerndoelen zijn onderwijskundige inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen verwerkt, zodat de wettelijke kaders weer actueel zijn en passen bij wat leerlingen nodig hebben om nu en in de toekomst deel te kunnen nemen aan en een actieve bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappij.
Veel van die recente inzichten en ideeën zijn bij scholen al bekend en zijn al verwerkt in schooleigen curricula. In dat opzicht zijn de geactualiseerde kerndoelen dus niet ‘nieuw’- wel nieuw is dat deze inzichten verwerkt zijn in de wettelijke kerndoelen en daarmee dus de opdracht gaan vormen voor alle scholen in Nederland.
Scholen die de recente inzichten en ideeën al hebben verwerkt, zijn waarschijnlijk al een eind op weg om onderwijs te realiseren waarmee de kerndoelen kunnen worden behaald. Voor andere scholen zal de opgave groter zijn.
De nieuwe kerndoelen zijn geordend in negen leergebieden. Hoe scholen de kerndoelen naar onderwijs vertalen en binnen welke leergebieden of vakken dat gebeurt, kunnen de scholen zelf beslissen. De nieuwe kerndoelen beschrijven in ieder geval waar leerlingen mee in aanraking moeten komen, welke inspanning er van hen wordt verwacht met het oog op kennis en ervaringen en wat ze uiteindelijk moeten beheersen.
De kerndoelen nodigen uit om een vertaling te maken naar samenhangend en betekenisvol onderwijs. In de karakteristiek van elk leergebied maken we de verbanden tussen de kerndoelen zoveel mogelijk expliciet. Ook benadrukken we de samenhang tussen inhouden van verschillende leergebieden. Zo bieden de kerndoelen scholen handvatten om de inhouden in samenhang aan te bieden. Het is aan scholen zelf om een eventuele samenhang tussen leergebieden naar het onderwijs op de school te vertalen, omdat de kerndoelen geen leerstof per schooljaar en ook geen vorm van pedagogiek, didactiek of onderwijstijd voorschrijven.
De nieuwe kerndoelen voor po en onderbouw vo hebben we ontwikkeld met het oog op een ononderbroken ontwikkeling voor leerlingen. Inhouden uit de kerndoelen voor vo bouwen daarom voort op de inhouden uit de kerndoelen voor het po.
Hetzelfde geldt voor de aansluiting van de kerndoelen onderbouw vo op de examenprogramma’s, waarbij de examenprogramma’s voortbouwen op de inhouden uit de kerndoelen voor de onderbouw van het vo. Zo zorgen we voor een goede aansluiting en voorkomen we hiaten.
De nieuwe kerndoelen zijn ontwikkeld met het oog op een ononderbroken ontwikkeling voor leerlingen. Tijdens het ontwikkelproces heeft daarom afstemming plaatsgevonden met de vakvernieuwingscommissies die momenteel de examenprogramma's actualiseren. De examenprogramma’s (in ontwikkeling) bouwen voort op de inhouden uit de kerndoelen voor de onderbouw vo. Zo zorgen we voor een goede aansluiting en voorkomen we hiaten.
Wanneer scholen aan de slag gaan met de implementatie van de kerndoelen ondersteunen we dit proces op verschillende manieren.
Leerlijnen
We ontwikkelen leerlijnen die scholen inspireren en grip geven wanneer ze aan de slag gaan met de nieuwe kerndoelen. Ze laten zien hoe scholen bewust keuzes kunnen maken bij het vertalen van de kerndoelen naar hun eigen onderwijsaanbod. De leerlijnen hebben geen wettelijke status.
Voorbeelden en materialen
We ontwikkelen praktische voorbeelden en bieden materialen en tools om in gesprek te gaan met het team over het curriculum op school.
Samenwerking
We werken samen met partners aan activiteiten waarmee zij scholen ondersteunen bij de implementatie. We delen hierbij onze kennis en expertise.
Op onze aan de slag-pagina vinden scholen meer informatie, voorbeelden en materialen om de kerndoelen te vertalen naar een schooleigen curriculum.
Er zijn drie typen doelen. Samen zorgen ze voor een evenwichtige balans tussen aanbod, beheersing en ervaring:
Aanbodsdoelen richten zich op de school als actor. Ze beschrijven waar een school in haar onderwijsaanbod voor moet zorgen en schetsen de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om de totale set kerndoelen te kunnen bereiken.
Beheersingsdoelen zijn gericht op de leerling als actor. Ze beschrijven de kennis en vaardigheden die leerlingen moeten beheersen. Het gaat om gedrag dat een leerling daadwerkelijk kan laten zien of toepassen.
Ervaringsdoelen zijn eveneens gericht op de leerling als actor, maar hebben een ander karakter. Zij beschrijven welke inspanning of betrokkenheid van leerlingen wordt verwacht met het oog op ervaringen en expressieve reacties. Het gaat om het opdoen van ervaringen die de horizon van leerlingen verbreden, hun kennis verdiepen of bijdragen aan persoonlijke inzichten en waardenontwikkeling.
Soms worden elementen van beheersing en ervaring gecombineerd in een hybride doel. In die gevallen gaat het er niet alleen om dat leerlingen iets kunnen, maar ook dat ze een ervaring opdoen die hun motivatie, reflectie of creativiteit stimuleert
Een kerndoel begint met een kernzin die kort aangeeft wat het doel inhoudt. Daaronder volgen doelzinnen waarin staat wie de actor is (de school of de leerling), welke activiteiten, handelingen of ervaringen verwacht worden en op welke inhoud dit betrekking heeft. Vervolgens geven we een puntsgewijze uitwerking van de doelzinnen onder de noemer ‘het gaat hierbij om…’.
Ja, ook met de nieuwe kerndoelen blijft er ruimte voor de eigen schooldoelen. De kerndoelen zijn zo geformuleerd dat ze voldoende richting geven om alle leerlingen dezelfde basis mee te geven, maar ook ruimte laten voor scholen en leraren om eigen keuzes te maken. Leraren en scholen behouden hun professionele vrijheid om de kerndoelen op een manier in te vullen die past bij de schoolvisie, hun leerlingen en de context.
De kerndoelen vereisen ongeveer 70% van de onderwijstijd, zodat alle leerlingen de gemeenschappelijke basis kunnen verwerven. Circa 30% vrije ruimte blijft over voor eigen accenten, schoolprofielen of lokale thema’s.
Wanneer de kerndoelen wettelijk vastgesteld zijn, gelden deze doelen voor alle scholen in Nederland. Dat betekent dat in principe alle leerlingen hiermee te maken krijgen. Keuzes over de inrichting, didactiek en pedagogiek van onderwijs blijven natuurlijk aan scholen zelf.
Kerndoelen zijn de opdracht aan scholen. Dat betekent dat iedere school verplicht is het onderwijs zo vorm te geven dat leerlingen deze doelen kunnen bereiken. We noemen dit het beoogde curriculum op landelijk niveau.
Voor leerlingen in het so die zeer moeilijk lerend zijn en/of een meervoudige beperking hebben, of leerlingen in het vso die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt, ontwikkelt SLO functionele kerndoelen. Scholen moeten het onderwijs zo inrichten dat ze op een doelgerichte en samenhangende manier aan deze doelen werken. Er is echter geen verplichting om alle functionele kerndoelen op leerlingniveau te behalen. Het kan namelijk zijn dat een leerling niet alle kerndoelen kan behalen. Dan kan de school afwijken van de (functionele) kerndoelen en vervangende doelen opstellen. De school legt dit vast in het ontwikkelingsperspectief (OPP) van de leerling.
Ja. De kerndoelen zijn ontwikkeld voor het po en de onderbouw vo. Voor vmbo duurt de onderbouw twee jaar en voor havo en vwo drie jaar. In alle leerwegen en schoolsoorten gelden dezelfde kerndoelen. Waar nodig zijn deze aangevuld met specifieke kerndoelen voor havo-vwo.
De nieuwe kerndoelen sluiten aan bij actuele ontwikkelingen in samenleving en onderwijs. Daarnaast zijn ze concreter, zodat ze beter aangeven wat leerlingen moeten kennen, kunnen en ervaren. Dit betekent dat de methodes waar nodig geactualiseerd zullen moeten worden. SLO heeft daarom leermiddelenmakers vanaf het begin geïnformeerd over de ontwikkelingen per leergebied.
Ja, SLO heeft een advies over de toekomst van het Referentiekader voor het primair en voortgezet onderwijs en het MBO opgeleverd aan OCW. Dit vormt de basis voor een vervolgopdracht aan SLO om referentieniveaus te actualiseren. Aanleiding voor het advies is een analyse en evaluatie uit 2022. Hierin werd geconcludeerd dat het Referentiekader tal van inconsequenties bevat binnen en tussen de domeinen taal en rekenen, inhoudelijk gedateerd is, hiaten kent en niet goed aansluit bij de (geactualiseerde) curricula.
SLO heeft in opdracht van OCW in 2025 scenario’s voor vernieuwing en adviezen over een toekomstige uitwerking van referentieniveaus opgeleverd, waarbij de verbinding met geactualiseerde kerndoelen, examenprogramma’s en mbo-eisen centraal staat. Eind 2025 verwacht SLO de werkopdracht van OCW om de actualisatie van referentieniveaus uit te werken. Daarbij staat het realiseren van een duidelijke, samenhangende en ambitieuze opdracht aan scholen voor het taal- en rekenonderwijs centraal.
Kerndoelen dragen bij aan kansengelijkheid door rekening te houden met de diversiteit van de samenleving, verschillende perspectieven te bieden en inclusief taalgebruik te hanteren. Ze brengen leerlingen in aanraking met thema’s en kennis die ze niet vanzelfsprekend buiten school ontmoeten en houden rekening met verschillende achtergronden en onderwijsbehoeften.
Daarnaast laten de kerndoelen zo duidelijk mogelijk zien dat in alle leergebieden wordt gewerkt aan de ontwikkeling van geletterdheid en gecijferdheid, zodat leerlingen in alle leergebieden de kans krijgen zich daarin te ontwikkelen.
Ieder leergebied had een eigen kerndoelenteam dat bestond uit leraren po, vo en (v)so, vakexperts, curriculumexperts en een onafhankelijke procesregisseur. In een jaar tijd ontwikkelden zij stap voor stap de conceptkerndoelen.
Ieder team werkte daarbij samen met een advieskring, bestaande uit vertegenwoordigers van vakverenigingen, opleidingen en relevante maatschappelijke organisaties. De advieskring gaf gedurende dit traject feedback op de conceptkerndoelen. Hierbij consulteerden zij hun achterban uit het onderwijsveld.
Daarnaast gaf een klankbordgroep specifieke onderwijsbehoeften het team advies over de haalbaarheid en herkenbaarheid van de kerndoelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Met de adviezen van de advieskring en de klankbordgroep scherpte het team de conceptkerndoelen verder aan. Op die manier hebben we conceptkerndoelen ontwikkeld die breed gedragen werden door het onderwijsveld.
In de fase van beproeven hebben we de bruikbaarheid van de conceptkerndoelen met het onderwijsveld beproefd. De opbrengsten hiervan zijn gewaardeerd, gewogen en indien nodig verwerkt in de definitieve conceptkerndoelen die zijn opgeleverd aan het ministerie van OCW.
In de werkopdracht 2022 (PDF 200 kb) en de werkopdracht 2023 (PDF 3 mb) van het ministerie van OCW is vastgelegd waaraan de kerndoelen moeten voldoen. Er zijn criteria opgesteld voor zowel de inhoud als voor het proces van totstandkoming van de kerndoelen.
Om de uitvoering van de werkopdracht goed te monitoren heeft SLO een monitoringsteam ingericht. Tijdens het ontwikkelproces en de fase van beproeven heeft het monitoringsteam geregeld meegekeken en advies uitgebracht.
Daarnaast heeft een onafhankelijke wetenschappelijke curriculumcommissie het ministerie van OCW geadviseerd over de kerndoelen en de wijze waarop de werkopdracht is uitgevoerd. Tot slot hebben we politieke keuzes gewogen, zoals het besluit om het aantal kerndoelen te beperken en te clusteren tot grotere eenheden. Dit alles heeft geleid tot de nieuwe kerndoelen.
De fase van beproeven voor de kerndoelen is voorbij. Het is nog wel mogelijk om je aan te melden voor de fase van beproeven van de functionele kerndoelen. Je kunt je interesse aangeven door te mailen naar actualisatiebeproeven@slo.nl, onder vermelding van ‘Interesse fase van beproeven’.
Vakverenigingen hebben een actieve rol gehad bij de actualisatie van de kerndoelen. Zowel bij de werving en selectie van leden van de kerndoelenteams, als als lid van de advieskring van een leergebied.
Het is belangrijk dat het curriculum regelmatig onderhouden wordt. In opdracht van, en samen met het ministerie van OCW, ontwikkelt SLO een aanpak voor periodiek curriculumonderhoud, zodat het curriculum om de zoveel tijd geactualiseerd wordt en waar nodig bijgesteld volgens een vaste werkwijze. We werken o.a. aan een onderhoudskalender, manieren om kennis uit de praktijk structureel beter te benutten en we testen een loket voor curriculumsignalen.
Leraren, schoolleiders en andere betrokkenen kunnen invloed blijven uitoefenen op de inhoud van het curriculum en meedenken op het moment dat dat nodig is. Voor makers van educatieve materialen en eindtoetsen is het ook fijn om te weten welk vak wanneer aan onderhoud toe is. Dan kunnen ze daarop anticiperen. We starten met deze nieuwe manier van curriculumonderhoud vanaf het moment dat de lopende actualisatie klaar is.
Bij de nieuwe kerndoelen ontwikkelen we de komende jaren leerlijnen en voorbeelden voor alle leergebieden. De leerlijnen hebben geen wettelijke status. Ze zijn vooral een waardevol instrument om de nieuwe kerndoelen te vertalen naar een schooleigen curriculum.
In het voorjaar van 2026 zijn de eerste leerlijnen voor Nederlands en rekenen en wiskunde in concept klaar. Taal- en rekencoördinatoren, vaksectievoorzitters, intern begeleiders en schoolleiders uit het po en so, de onderbouw van het vo en het vso nodigen we van harte uit om mee te denken.
Meer informatie vind je op ontwikkeling leerlijnen.
De nieuwe kerndoelen zijn straks het uitgangspunten voor het onderwijs. Constructieve afstemming speelt hierbij een belangrijke rol: leerdoelen, onderwijsactiviteiten en toetsen moeten bewust op elkaar worden afgestemd. Daarom moeten niet alleen doelen en leermiddelen worden bijgesteld, maar moeten ook toetsen worden geactualiseerd. Hierdoor meten toetsen niet alleen eerlijk en betrouwbaar, maar ondersteunen ze ook het leerproces en sluiten ze beter aan op wat in de klas wordt aangeboden. Dat geldt voor zowel methodetoetsen als Leerling- en onderwijsvolgsysteem-toetsen.
Voor het primair onderwijs vraagt het ook om een herijking van de doorstroomtoets. Het ministerie van OCW en het College van Toetsen en Examens (CvTE) zullen daarom ook gaan onderzoeken welke aanpassingen nodig zijn voor de doorstroomtoets.
In de nieuwe kerndoelen staan bewust geen harde niveauaanduidingen. De kerndoelen zijn weliswaar concreter geworden dan de huidige kerndoelen, maar zijn nog steeds een brede basis voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, zonder specifieke niveau-aanduidingen.
We stellen geen minimumniveau per sector of schoolsoort. Hiermee voorkomen we dat er onnodige drempels ontstaan of dat scholen zich uitsluitend gaan richten op een minimum. Het uitgangspunt is dat scholen een brede onderwijsopdracht hebben en werken vanuit hoge verwachtingen voor ieder kind.
De nieuwe kerndoelen zijn concreter dan de kerndoelen uit 2006, maar niet dusdanig concreet dat ze minutieus voorschrijven wat scholen exact moeten aanbieden en wat hun leerlingen moeten bereiken. Ze bieden meer richting en houvast, maar blijven tegelijkertijd ruimte bieden om zelf invulling te geven aan het onderwijs. Aangezien kerndoelen gelden voor het gehele po en de gehele onderbouw vo, moeten kerndoelen altijd worden vertaald naar kleinere eenheden die samen een leerlijn vormen. Scholen kunnen de beschreven wettelijk verplichte onderwijsinhouden nader invullen voor hun eigen onderwijscontext. Er is een grote gemeenschappelijke basis, maar ook ruimte om eigen accenten te leggen. Scholen zullen deze keuzes vast moeten leggen in hun eigen schoolcurriculum. Om scholen daarbij houvast te bieden, ontwikkelt SLO voorbeeldmatige leerlijnen.
Voorbeeld: Voor het leergebied Nederlands betekent dat bijvoorbeeld dat in de nieuwe kerndoelen vastgelegd is dat leerlingen teksten moeten schrijven met verschillende communicatieve doelen (te weten: informeren, amuseren, instrueren, overtuigen, beschouwen en/of activeren). Er is echter niet vastgelegd of het hierbij moet gaan om het schrijven van een informatieve brief of een informatief verslag: de keuze die scholen daarin maken in hun eigen curriculum is vrij. Voor het vaststellen van de beheersingsnormen geldt voor het leergebied Nederlands nu nog het Referentiekader Taal, dat wellicht in de toekomst aangepast zal worden.
examenprogramma's
Een examenprogramma is een bij wet- en regelgeving vastgelegd curriculumdocument, dat voor een vak beschrijft wat er aan het einde van het voortgezet onderwijs bereikt moet zijn om het vak met succes af te ronden. De geactualiseerde examenprogramma's beschrijven dat in termen van beheersing en/of ervaring . Het omvat in elk geval een karakteristiek en een set van eindtermen geordend in (sub)domeinen. Indien sprake is van een centraal- en schoolexamen, bevat het examenprogramma ook een verdeling van inhoud over het centraal en schoolexamen.
Het ministerie van OCW geeft opdracht tot het actualiseren van de examenprogramma’s en heeft de uitgangspunten en kwaliteitscriteria vastgesteld in een werkopdracht aan SLO. Vakvernieuwingscommissies van leraren, vakexperts en curriculumexperts werken aan de volgende tussenproducten:
- Karakteristiek waarin de visie op het vak en de positie van het vak in de bovenbouw van het vo staat beschreven.
- Raamwerk waarin schematisch is weergegeven welke domeinen en eventueel subdomeinen de basis vormen van het examenprogramma.
- Uitwerking selectie van concepteindtermen per vak
- Uitwerking volledige set concepteindtermen en verdeling centraal examen (CE) en schoolexamen (SE) voor vakken met een centraal examen
- Conceptexamenprogramma’s per vak en een toelichtingsdocument met verantwoording van keuzes.
De vakvernieuwingscommissie maakt tijdens het actualisatieproces gebruik van specialistische expertise. Daarvoor is een advieskring ingericht. De leden van de advieskring kijken mee op de inhoud van de tussenproducten en raadplegen hun achterban voor feedback. Na oplevering van de conceptexamenprogramma's worden de programma's met het veld beproefd en op basis van de inzichten daaruit waar nodig aangescherpt.
Hoe betrekken we het onderwijsveld bij de actualisatie?
De vakvernieuwingscommissies bestaan uit leraren, vakexperts en curriculumexperts. Zij werken samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vertegenwoordigers van vakverenigingen, lerarenopleidingen, de wetenschap en relevante netwerken passend bij het vak. Uiteraard worden leerlingen ook betrokken bij het actualisatieproces. SLO organiseert samen met het LAKS leerlingpanels, waarbij leerlingen reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de vakvernieuwingscommissies.
Nadat de conceptexamenprogramma’s gevalideerd en in de praktijk beproefd zijn, worden handreikingen opgeleverd die scholen gebruiken bij het ontwikkelen van schoolexamens. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de schoolexamens. Als het vak ook een centraal examen kent, worden daarnaast voorschrijvende syllabi opgeleverd die de doelen specificeren die zijn toegeschreven aan het centraal examen. Deze syllabi dienen als basis voor de uitwerking van de centrale examens. Ook helpt het leraren hun leerlingen goed voor te bereiden op de examens.
Elke vakvernieuwingscommissie heeft maximaal 24 maanden om actuele conceptexamenprogramma’s voor het betreffende vak of cluster van vakken op te leveren. Daarna worden deze conceptexamenprogramma’s beproefd op bruikbaarheid en effectiviteit in de praktijk. .
Naast elke vakvernieuwingscommissie staat een advieskring. De advieskring geeft feedback en reflecteert op de (tussen-)producten. De advieskring bestaat per vak uit:
- Vertegenwoordigers van organisaties, instellingen en netwerken relevant voor het vak. Zij reflecteren op vaste momenten op tussenproducten en halen feedback op in hun achterban. Dit zijn bijvoorbeeld vakverenigingen, lerarenopleidingen, vervolgopleidingen en maatschappelijke organisaties.
- Experts met toetsexpertise van het College voor Toetsen en Examens en Stichting Cito vanuit hun specifieke en wettelijke taak in de keten. Zij geven advies over de toetsbaarheid van de inhouden en eventuele toetsvormen binnen het conceptexamenprogramma.
Daarnaast raadplegen de vakvernieuwingscommissies experts op persoonlijke titel. Per vak zijn een aantal experts hier vooraf voor gevraagd en gedurende het vernieuwingstraject kunnen de commissies aanvullend ook andere experts bevragen.
Meer informatie over de actualisatie van de examenprogramma’s vind je op: www.actualisatie-examenprogrammas.nl. Daar kun je je ook aanmelden voor de automatische updates, zodat je op de hoogte blijft van ontwikkelingen in het traject.