Zoeken
verfijn de resultaten
De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken.
Havo
De kandidaat kan in contexten instructies voor onderzoek op basis van vraagstellingen uitvoeren en conclusies trekken uit de onderzoeksresultaten.De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden.
Vwo
De kandidaat kan in contexten vraagstellingen analyseren, gebruikmakend van relevante begrippen en theorie, vertalen in een vakspecifiek onderzoek, dat onderzoek uitvoeren en uit de onderzoeksresultaten conclusies trekken. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden.
De kandidaat kan in contexten op basis van een gesteld probleem een technisch ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen, theorie en vaardigheden en valide en consistente redeneringen hanteren.
Een domein als verhoudingen vraagt om een heel andere taalvaardigheid dan bijvoorbeeld het domein meten & meetkunde. Welke taal staat precies centraal in een rekenles? Hoe kan een leerkracht 'door een taalbril' een rekenles voorbereiden? En welke talige ondersteuning is nodig tijdens de interactie met leerlingen? Op verschillende scholen zijn leerkrachten met deze vragen aan de slag gegaan.
Vragen die je helpen bij het bepalen of een tekst rijk genoeg is voor je onderwijs
De nieuwe kerndoelen zijn ontwikkeld vanuit het uitgangspunt dat leerlingen zich stapsgewijs en in samenhang moeten kunnen ontwikkelen gedurende hun schoolloopbaan. Daarom is bij de actualisatie niet alleen gekeken naar de aansluiting binnen en tussen leergebieden, maar ook naar de overgang van de kerndoelen in het po naar de onderbouw van het vo. En van de onderbouw van het vo naar de examenprogramma’s in de bovenbouw van het vo.
Tijdens het ontwikkelproces van de kerndoelen heeft afstemming plaatsgevonden met de vakvernieuwingscommissies die werken aan de actualisatie van de examenprogramma’s. De examenprogramma’s bouwen voort op de inhouden, denk- en werkwijzen en opbouw die in de kerndoelen zijn uitgewerkt. Zo ontstaat meer samenhang en herkenbaarheid in het curriculum en wordt leerlingen een doorlopende ontwikkeling geboden, zonder onnodige overlap of hiaten.
De nieuwe kerndoelen zijn concreter dan de kerndoelen uit 2006, maar niet dusdanig concreet dat ze minutieus voorschrijven wat scholen exact moeten aanbieden en wat hun leerlingen moeten bereiken. De kern is dat ze meer richting geven aan wat in het onderwijsaanbod aan bod moet komen. Ze bieden meer houvast, maar blijven tegelijkertijd ruimte bieden om zelf invulling te geven aan het onderwijs. Aangezien kerndoelen gelden voor het gehele po en de gehele onderbouw vo, moeten kerndoelen altijd worden vertaald naar kleinere eenheden die samen een leerlijn vormen.
De kerndoelen geven dus duidelijker richting aan de inhoud van het onderwijs, zonder voor te schrijven hoe scholen dat precies moeten organiseren of uitwerken.
In een serie van negen artikelen vertellen curriculumexperts van SLO over de veranderingen per leergebied. Het verschil tussen de oude en nieuwe kerndoelen is per leergebied anders. Voor het ene leergebied is de verandering groter dan voor het andere.
De opbouw van de nieuwe kerndoelen (met een kernzin, doelzin en puntsgewijze uitwerking) is anders dan bij de kerndoelen uit 2006. Hierdoor is een één op één vergelijking moeilijk te maken. Er is geen compact overzicht van de verschillen tussen de oude en de nieuwe kerndoelen.
De kerndoelen zijn ontwikkeld voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Binnen deze sectoren maken de kerndoelen geen onderscheid tussen schooltypen. Uitzondering hierop is de toevoeging havo-vwo waar dit nodig was om een goede aansluiting met de bovenbouw te waarborgen.
We stellen geen minimumniveau per sector of schoolsoort. Hiermee voorkomen we dat er onnodige drempels ontstaan of dat scholen zich uitsluitend gaan richten op een minimum. Het uitgangspunt is dat scholen een brede onderwijsopdracht hebben en werken vanuit hoge verwachtingen voor ieder kind.