Oriëntatie op jezelf en de wereld - Mens en samenleving - kerndoel 38 - Toelichting en verantwoording


De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.


De Nederlandse samenleving is de afgelopen jaren pluralistischer geworden. Inzicht in onze samenleving is daarom niet mogelijk zonder inzicht in de verschillende geestelijke stromingen.

Onderwijs in geestelijke stromingen is bedoeld om kinderen inzicht te geven in wat mensen beweegt in hun geestelijk leven. Vaak zal dat zich uiten in leefgewoonten en feest- en gedenkdagen. In de loop van de basisschoolperiode komen in ieder geval vijf geestelijke stromingen aan de orde: jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en humanisme. Dit gebeurt vooral aan de hand van verhalen, gebruiken, leefgewoonten, feest- en gedenkdagen. In de onderbouw wordt (nog) de nadruk gelegd op die elementen die zo dicht mogelijk bij de eigen leef- en ervaringswereld van de kinderen liggen.

Nota Bene:
Eind 2012 is naar aanleiding van een motie in de Tweede Kamer de tekst van kerndoel 38 aangepast. In de nieuwe tekst van dit kerndoel is expliciet opgenomen dat leerlingen 'leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit'.

Achtergrond hiervan is dat volgens de indieners van deze motie een groot deel van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs in het curriculum onvoldoende aandacht schenkt aan seksualiteit en seksuele diversiteit. De gedachte achter de motie is dat aandacht in het onderwijs voor seksualiteit en seksuele diversiteit van groot belang is voor seksuele weerbaarheid, een veilig schoolklimaat, tolerantie en acceptatie van homoseksualiteit.

Naar aanleiding hiervan is de uitwerking van de inhoudslijn bij dit kerndoel in TULE aangepast.