Onderwijsdoelen

10 juli 2020

Wat moeten leerlingen in de bovenbouw voor bedrijfseconomie wel en niet leren?

Waar is ruimte voor eigen invulling en waar is die ruimte er niet? 
Kan ik het berekenen van de netto contante waarde met behulp van Excel schrappen, of gaat het dan mis op het centraal examen?

Je vindt op deze pagina documenten en verwijzingen naar websites die daar duidelijkheid over geven.

Wat betekent het examenprogramma voor de lespraktijk?

Het examenprogramma beschrijft in algemene (globale) eindtermen wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Het benoemt welke onderdelen op het centraal examen (CE) en welke op het schoolexamen (SE) getoetst worden. Je vindt op examenblad.nl het examenprogramma.

Centraal examen en schoolexamen

De stof voor het CE wordt in de syllabus uitgebreid beschreven. De syllabus specificeert voor het CE de globale eindtermen. De makers van het centraal examen, Cito, gebruiken voor het ontwikkelen van een centraal examen deze syllabus. Je vindt de syllabus ook op examenblad.nl. Let daarbij op dat je voor jouw cohort leerlingen vanuit de juiste versie syllabus werkt. Voor het schoolexamen zijn de eindtermen van het examenprogramma niet wettelijk verder gespecificeerd. De school en de leraar hebben ruimte om dat deel van het examenprogramma naar eigen inzicht in te vullen. De eindterm moet wel in het onderwijs- en toetsprogramma (het PTA) aan bod komen.

Rol SLO

Om leraren te helpen bij het inrichten van het schoolexamen maakt SLO een handreiking. In de handreiking staat hoe je de globale eindterm kunt uitwerken. Ook wordt het in veel gevallen voorbeeldmatig geïllustreerd. Je kunt in het examenprogramma zien dat het subdomein investeren (D1) aan bod moet komen en wat daarbij de globale eindterm is. Je vindt ook dat dit onderdeel is van het SE. SLO illustreert in de handreiking hoe je recht kunt doen aan de eindterm, maar ook hoe je deze ruimte ‘inspirerend’ kunt invullen. Het is dan logisch om als investeringsselectie-methode met de netto contante waarde methode te werken. Het is een keuze om hierbij ook Excel toe te passen en om dit met een praktische opdracht te toetsen.

Examenprogramma's en lesmethodes

Lesmethodes werken het examenprogramma uit tot een volledig lesprogramma. Hierin maken de schrijvers allerlei keuzes. Ze voegen bijvoorbeeld een casus toe omdat het de stof verheldert, of een nieuw begrip omdat het de samenhang tussen twee andere begrippen duidelijk maakt. Als je jezelf bij een onderdeel van de methode afvraagt of het in het kader van het centraal examen verplicht is om actief te beheersen, kijk dan in de syllabus. Ook kan je aan de hand van de syllabus zien wat het beheersingsniveau is. Voor bedrijfseconomie luistert dat nauw: vwo-leerlingen moeten de stof conform de taxonomie van Bloom op een hoger niveau beheersen en ook zijn bij de eindtermen vaak meer inhouden beschreven.

Zicht op de doorlopende leerlijnen  po-vo

Wil je weten hoe de onderdelen van het examenprogramma aansluiten bij de onderbouw en het primair onderwijs? Op leerplan in beeld vind je hoe de doelen van het primair onderwijs, de onderbouw en de bovenbouw met elkaar verbonden zijn.

De doelen voor het primair onderwijs en de onderbouw zijn, net als de examenprogramma’s alleen in algemene termen beschreven. SLO heeft voorbeelden ontwikkeld van hoe je deze doelen verder kunt invullen. Ook deze kun je vinden op leerplan in beeld.