Aandachtspunten bij de leerlijnen


Enkele aandachtspunten bij de uitwerking

De vaardigheden in de uitwerking van de kerndoelen Nederlands, gaan uit van een cyclisch niveau, wat betekent dat over alle leerjaren heen vaak dezelfde inhouden en activiteiten gelden. De opbouw van de leerlijn zit hem meer in de complexiteit van inhouden en activiteiten (die worden moeilijker en abstracter) en in de mate van sturing door de leerling zelf. De hulp en begeleiding van de leraar wordt steeds minder.

In de concretisering van de kerndoelen zijn, meer dan traditioneel gebruikelijk is, inhouden al bij de onderbouw beschreven. De nieuwste inzichten in de taaldidactiek geven aan dat inhouden van het taalonderwijs veel eerder aan bod zouden moeten komen. Door bijvoorbeeld de keuze van teksten, het werken met concrete materialen en de mate waarin de leraar hulp biedt, sluit de leraar aan bij het niveau van jonge kinderen. Argument hiervoor is dat kinderen al heel jong op hun niveau gebruik maken van complexe taalfuncties. Kinderen kunnen al vanaf jonge leeftijd nadenken over relaties tussen gebeurtenissen zoals oorzaak-gevolgrelaties.

In de kerndoelen gaat het vooral om functionele activiteiten. De kerndoelen zijn gericht op de communicatieve functie van taal in het taalonderwijs. Ze zijn niet expliciet gericht op de techniek van het spreken, het lezen en het luisteren. Uiteraard zijn deze technische vaardigheden voorwaarde om de functionele taalactiviteiten te kunnen uitvoeren. We hebben ze daarom meegenomen in de concretisering van de kerndoelen.

De kerndoelen zijn verschillend van gewicht. We hebben telkens keuzes moeten maken waar bepaalde onderdelen een plek krijgen. Soms zijn die misschien arbitrair, bijvoorbeeld dat technisch lezen een plek heeft gekregen bij kerndoel 4 en technisch schrijven bij kerndoel 5.

In de kerndoelen ligt een groot accent op informatieverwerving. We interpreteren het begrip 'informatie' echter ruim. Bij het achterhalen van informatie betrekken we ook verhalende teksten. Dit zijn immers de eerste teksten waarmee jonge kinderen in aanraking komen.

In de kerndoelen wordt naar samenhang gestreefd tussen verschillende taaldomeinen. Zo zijn spreken en luisteren nauw met elkaar verweven. Dit zelfde geldt voor lezen en schrijven. Ook zijn de mondelinge taalvaardigheden van belang bij het leren lezen en schrijven. Om te leren lezen en schrijven heb je mondelinge taalvaardigheid nodig.

Gebruikte bronnen bij de concretisering van de kerndoelen

  • Aarnoutse, C., Verhoeven, L. (red.), Zandt, R. van het, & Biemond, H. (2003). Tussendoelen gevorderde geletterdheid: Leerlijnen voor groep 4 tot en met 8. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Abrahamse, H., Berg, J. van den, Nannings, E., Stoffer, P., Stoel, J., Verschuren, H., & Vierboom, P. (1998). Praktijkboek leesbevordering basisonderwijs. Den Haag: NBLC Uitgeverij.
  • Beernink, R., Gelderen, A. van, Jacobs, M., Litjens, P., Paalman, A., & Paus, H. (1997). Een blauwdruk voor methoden voor taalonderwijs: Aanwijzingen voor het ontwikkelen van methoden voor Nederlandse taal voor het basisonderwijs. Enschede: SLO.
  • Damhuis, R., Blauw, A. de, & Brandenbarg, N. (2004). CombiList, een instrument voor taalontwikkeling via interactie: Praktische vaardigheden voor leidsters en leerkrachten. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Damhuis, R., & Litjens, P. (2003). Mondelinge Communicatie: Drie werkwijzen voor mondelinge taalontwikkeling. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Elsäcker, W., & Verhoeven, L. 2001). Interactief lezen en schrijven: Naar motiverend lees- en schrijfonderwijs in de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
    Hoogeveen, M., & Kouwenberg, B. (2003). Minder is meer: samenvatten in de context van studerend lezen en taal bij andere vakken. Enschede: SLO.
  • Hoogeveen, M., Seelen, M., & Wijnbergh, A. (2002). Taal in beeld: een onderwijsaanbod voor het taalonderwijs, en in het bijzonder het schrijfonderwijs, in de vrijeschool voor kinderen van 4-12. Enschede: SLO.
  • Keulen, M. (2005). Knoeiwerk? Beoordeling van handschriften. JSW, 89 (8), p. 16-19.
  • Kienstra, M. (2003). Woordenschatontwikkeling: Werkwijzen voor groep 1-4 van de basisschool. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Kleef, M., & Tomesen, M. (2002). Stimulerende lees- en schrijfactiviteiten in de onderbouw: Prototypen voor het creëren van interactieve leessituaties en het ontlokken van (nieuw) schrijfgedrag. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Kleef, M., & Tomesen, M. (2002). Werken aan taalbewustzijn: Prototype voor het stimuleren van fonologisch bewustzijn in betekenisvolle contexten. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Nulft, D. van den, & Verhallen, M. (2001). Met woorden in de weer: Praktijkboek voor het basisonderwijs. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
  • Verhoeven, L., Aarnoutse, C. (red.), Blauw, A. de, Boland, Th., Vernooy, K., & Zandt, R. van het (1999). Tussendoelen beginnende geletterdheid: Een leerlijn voor groep 1 tot en met 3. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Wentink, H., & Verhoeven, L. (2003, vierde herziene druk). Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Wentink, H., & Verhoeven, L. (2004). Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.