Continu leren bij het vak Nederlands


23 januari 2019

Bij goed onderwijs hoort een manier van toetsing die leerlingen ervaren als een manier van leren. Daarom moet er worden getoetst tijdens het leren, waardoor docent en leerlingen inzicht krijgen in waar ze staan, waar ze moeten komen en hoe ze dat willen bereiken. Maar er moet ook worden getoetst om te leren, waarbij leerlingen fouten mogen maken en feedback krijgen, net zolang tot ze de kennis en/of vaardigheid beheersen.

Een dergelijke aanpak betekent dat er meer en beter formatief moet worden geëvalueerd en de leerontwikkeling van leerlingen in kaart moet worden gebracht. Niet door het aantal formele toetsmomenten op te schroeven, maar door formatieve evaluatie en feedback te integreren in het leerproces en meer los te koppelen van aparte, summatieve toetsen. Door het leerproces van leerlingen te begeleiden, ze te laten oefenen en ze feedback te geven (of zichzelf of elkaar feedback te laten geven), is het mogelijk om het aantal summatieve toetsen terug te brengen.

In dit hoofdstuk beschrijft de auteur aan de hand van geobserveerde lesvoorbeelden hoe de docent formatieve strategieën kan inbedden in zijn of haar lespraktijk, zodat de leerlingen inzicht hebben in hun eigen leerdoelen en leerontwikkeling en zij handvatten krijgen om hun leren verder vorm te geven. De vijf strategieën van formatieve evaluatie van Leahy, Lyon, Thompson en Wiliam (2005) vormen daarbij het uitgangspunt. Na het beschrijven van de vijf strategieën, wordt elke strategie uitgewerkt in twee of drie concrete praktijkvoorbeelden inclusief voorbeeldmaterialen, zoals kwaliteitscriteria, opdrachten, rubrics en werkbladen.


Jaar van uitgave: 2016

Continu leren bij het vak Nederlands. Hoe een toetscultuur langzaam plaatsmaakt voor een feedbackcultuur . In: R. Kneyber & D. Sluijsmans (red.) Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs, pp. 87-105.