Taal/lezen: groep 1-2

8 oktober 2020

Bij het combineren van onderwijs thuis en op school kan het lastig zijn het volledige onderwijsprogramma te verzorgen. Denk aan situaties waarbij een leraar afwezig is, een of meer leerlingen thuis moeten blijven of de school tijdelijk dicht is. Wat zijn dan zinvolle doelen om aan te werken als het gaat om je aanbod aan kinderen in groep 1-2?

Om passende keuzes in doelen te kunnen maken, is in kaart gebracht aan welke doelen je in de komende periode kunt denken als het gaat om je aanbod voor groep 1 en 2. Daarbij staat de vraag centraal: wat zijn zinvolle doelen in het aanbod om in deze periode aan te werken met kleuters?

Belangrijke criteria hierbij zijn:

  • Welke doelen zijn ook in een thuissituatie te realiseren?
  • Welke doelen spelen in op de huidige situatie, waaronder ontwikkelingsniveaus van kinderen?
  • Welke doelen zijn van het meest relevant voor de doorstroom richting groep 3?

Doelen

Samen in gesprek is de beste basis voor een goede taalontwikkeling Daarom is het belangrijk ouders erop te wijzen dat ze bij alles wat ze samen met hun kleuter doen, taal gebruiken en met hun kleuter in gesprek gaan. Door zich daar tijdens bepaalde activiteiten extra van bewust van te zijn, kunnen ouders thuis de omgeving taalrijker maken dan die normaal is. Denk maar aan het beschrijven van hoe een diertje in de tuin eruit ziet, de uitleg van de spelregels bij een spelletje, het volgen van een recept of het voorlezen voor het slapen gaan. Zo ontstaat als vanzelf een rijke taalomgeving waarin zij aan veel taaldoelen een bijdrage leveren.

Als het goed is, komen doelen voor taal (bijna) nooit afzonderlijk aan bod maar altijd in samenhang met andere doelen. Denk bijvoorbeeld aan taal in context met inhouden uit oriëntatie op jezelf en de wereld. Verbind daarom altijd de doelen met andere doelen; luisteren met schrijven, schrijven met lezen, lezen met rekenen (denk aan een bouwtekening), enzovoort. Voor het werken aan woordenschat is het belangrijk dat je woorden in thematische clusters blijft aanbieden, passend bij het thema waarbinnen je werkt.

Mondelinge taalvaardigheid

Doelen waaraan je in deze tijd kunt werken zijn:

  • vertellen of navertellen van een gehoord of voorgelezen verhaal
  • luisteren naar een digitaal aangeboden verhaal (digitaal, prentenboek, luisterboek)
  • vertellen over een gebeurtenis of eigen ervaring, gevoelens, verhaal of prentenboek
  • ontdekken van en luisteren naar verschillende tekstsoorten (bijvoorbeeld prentenboek, instructie voor een recept of spelregels bij een nieuw spel)
  • samenvatten van wat wordt verteld (bijvoorbeeld: wat was de belangrijkste gebeurtenis in het verhaal?)
  • deelnemen aan geplande en ongeplande gesprekken om informatie uit te wisselen (bijvoorbeeld over dingen die je hebt meegemaakt, over gelezen prentenboeken of om elkaar te helpen), letten op de reacties van de anderen en met voorzichtige focus op elementaire gespreksregels (bijvoorbeeld naar elkaar luisteren, wachten op beurt, initiatief nemen iets te zeggen)
  • reageren op … (mening geven), vragen stellen en beantwoorden, uitleg geven (bijvoorbeeld bij een zelfgemaakte tekening)

Lezen en schrijven

Doelen waaraan je in deze tijd kunt werken zijn:

  • plezier hebben in voorlezen en boeken (leesbeleving)
  • uiten van gevoelens/mening over een voorgelezen verhaal of rijmpje
  • kennismaken met verschillende tekstsoorten zoals informatieve teksten, instructies (bijvoorbeeld een bouwtekening of een stappenplan in picto’s), verhalen, versjes en liedjes (bijvoorbeeld via informatieve filmpjes van Schooltv)
  • naspelen of navertellen van een voorgelezen verhaal of prentenboek
  • Begrijpen van informatieve prentenboeken (juiste plaatje aanwijzen tijdens of na lezen)
  • spelen met klanken (fonemen) en symbolen, woorden verklanken
  • ontdekken van het alfabetisch principe (in een speelse context)
  • schrijven met eigen grafische middelen (tekeningen, picto's, krabbels, symbolen)
  • spelen met vormen van schriftelijke communicatie uit eigen leefwereld (bijvoorbeeld WhatsApp-bericht versturen met symbolen)

Praktische suggesties bij de doelen

Mondelinge taalvaardigheid

  • Bedenk concrete opdrachten waarmee kinderen thuis gestimuleerd worden om met elkaar of met de ouder te praten en luisteren. Sluit aan bij wat kinderen nu meemaken en beleven. Geef ouders praatkaartjes mee naar huis met ‘denkvragen voor kleuters’ of ‘filosofische vragen voor kleuters’.
  • Draai de rollen om: niet opa of oma leest voor via Skype maar het kind (video)belt opa, oma of iemand anders en 'leest' een bekend en eerder gehoord prentenboek voor.
  • Laat de kinderen een beelddagboek samenstellen: gedurende de dag maakt de ouder en/of het kind foto’s van gebeurtenissen en activiteiten; samen met de ouder maakt het kind aan het eind van de dag een beelddagboek waarin het de belevenissen van die dag vertelt. Tip: laat het kind van te voren bedenken voor wie het beelddagboek is, bijvoorbeeld voor juf of oma, maar het kan ook voor het beste vriendinnetje zijn.
  • Laat de ouder samen met het kind een spelletje spelen dat het kind nog niet kent. Laat ze de spelregels ontdekken door ze samen te lezen. En als het nog niet helemaal duidelijk is: vraag elkaar om extra uitleg! Tip: er zijn ook coöperatieve spellen die extra veel interactie vragen
  • Speel samen een rollenspel in huis: laat de ouder samen met het kind ‘winkeltje’, ‘restaurantje’ of ‘schooltje’ spelen. De ouder gaat zoveel mogelijk realistisch in gesprek. Bak zandtaartjes en stel open vragen.

Lezen en schrijven

  • Er zijn heel veel leuke (prenten)boeken online te vinden. Nu vaak gratis of tegen hele lage prijzen. Digitale prentenboeken, luisterboeken, filmpjes op YouTube. Zoek bijvoorbeeld boeken bij het thema dat in de online activiteiten van school aan de orde komt. Of verschillende soorten boeken over een onderwerp dat aansluit bij de interesse van het kind. Bijvoorbeeld én een prentenboek én een informatief boek over dino’s.
  • Geef ouders informatie over het (voor)lezen thuis. Wijs ze hierbij op een boekenaanbod, vaste leesmomenten óf geef een tiplijst ‘Hoe lees ik voor?’ mee. Maak ouders duidelijk dat het goed is om een boek vaker voor te lezen. Kinderen houden van herhaling en hebben die herhaling ook nodig om een boek beter te begrijpen. Of maak een filmpje terwijl jij zelf een boek voorleest. Stuur het filmpje naar de kinderen van jouw groep, zodat ieder kind het boek zelfstandig kan gaan bekijken terwijl het verhaal wordt voorgelezen door een vertrouwde stem voor de kinderen. Op deze manier kunnen kinderen het boek eindeloos blijven ‘lezen’.
  • Laat kinderen het voorgelezen verhaal of prentenboek naspelen.
  • Bij het wekelijkse contact met de kinderen kun je hen ook zelf boekjes laten aandragen of zelfs laten kiezen op afstand. Laat ze vertellen wat ze leuk aan het boek vinden.
  • Zing samen liedjes met een eenvoudig rijmschema. Laat het kind raden welk woord er aan het eind van de zin hoort. Of zelf een rijmwoord verzinnen. Dat mogen ook gekke rijmpjes zijn!
  • Laat kinderen in huis twee voorwerpen zoeken die op elkaar rijmen. En laat ze met de woorden mooie zinnen of gekke verhaaltjes maken.
  • Schrijf samen een WhatsApp-bericht met woorden en symbolen naar een vriendje.
  • Schrijf een briefje naar iemand die je lief vindt. Schrijf ook samen de envelop én doe hem op de post. Misschien krijg je wel een brief terug!