Rekenen-wiskunde: groep 1-2

8 oktober 2020

Bij het combineren van onderwijs thuis en op school kan het lastig zijn het volledige onderwijsprogramma te verzorgen. Denk aan situaties waarbij een leraar afwezig is, een of meer leerlingen thuis moeten blijven of de school tijdelijk dicht is. Wat zijn dan zinvolle doelen om aan te werken als het gaat om je aanbod aan kinderen in groep 1-2?

Om passende keuzes in doelen te kunnen maken, is in kaart gebracht aan welke doelen je in de komende periode kunt denken als het gaat om je aanbod voor groep 1 en 2. Daarbij staat de vraag centraal: wat zijn zinvolle doelen in het aanbod om in deze periode aan te werken met kleuters?

Belangrijke criteria hierbij zijn:

  • Welke doelen zijn ook in een thuissituatie te realiseren?
  • Welke doelen spelen in op de huidige situatie, waaronder ontwikkelingsniveaus van kinderen?
  • Welke doelen zijn van het meest relevant voor de doorstroom richting groep 3?

Doelen

Jonge kinderen komen al vroeg in aanraking met allerlei reken-wiskunde aspecten. Ze bouwen met blokken, maken hoge torens, stevige en minder stevig. Ze horen mensen tellen en imiteren dit en langzaam leren ze zelf ook de telrij. Ze zien getallen en leren dat die een betekenis hebben. Kinderen hebben iets met vergelijken en denken daardoor ook vaak na over wiskunde: wie is de oudste, wie is het snelste, wie is het grootste of wat is het grootste? Ook maken ze kennis met allerlei tijdsbegrippen die in hun dagelijks leven een rol spelen: straks zal ik voorlezen, je mag nog vijf minuutjes op de iPad. Het is belangrijk dat het kind niet alleen op school, maar juist ook thuis in allerlei betekenisvolle situaties in zijn rekenontwikkeling gestimuleerd wordt. Hieronder staan belangrijke inhouden waaraan je zou kunnen werken.

Als het goed is, komen doelen voor rekenen (bijna) nooit afzonderlijk aan bod maar altijd in samenhang met andere doelen. Denk bijvoorbeeld aan rekenen in context met inhouden uit bijvoorbeeld taal, oriëntatie op jezelf en de wereld of kunstzinnige oriëntatie. Verbind daarom altijd de doelen met andere doelen!

Getalbegrip en bewerkingen

  • omgaan met de telrij (doortellen en terugtellen)
  • omgaan met hoeveelheden (tellen en verkort tellen van hoeveelheden, vergelijken en ordenen van hoeveelheden, leren van getalbeelden)
  • omgaan met getallen (getallen herkennen en benoemen, getallen koppelen aan hoeveelheden en telwoorden)
  • spelend optellen, aftrekken en splitsen van hoeveelheden
  • puzzelachtige getalprobleempjes oplossen

Meten en meetkunde

  • vergelijken en ordenen op lengte, inhoud, gewicht en daarbij de juiste meetbegrippen gebruiken (bijvoorbeeld lang, langste, zwaar, zwaarder, even zwaar, enzovoort)
  • verkennen van verstrijken van tijd en volgorde van gebeurtenissen met daarbij gebruiken van tijdsbegrippen (eventjes, lang, nu, straks, morgen, vandaag, enzovoort)
  • oriënteren in de ruimte (onderzoeken van standpunt, veraf en dichtbij, tekeningen en plattegronden)
  • verkennen en gebruiken van meetkundige begrippen (zoals voor, achter, naast, op, onder, enzovoort)
  • puzzelachtige meet- en meetkunde probleempjes oplossen

Praktische suggesties bij de doelen

Getalbegrip en bewerkingen

  • Laat de ouder samen met het kind telliedjes zingen, vooral ook liedjes waarbij je terugtelt. Het Heksenlied uit Sesamstraat is hiervan een mooi voorbeeld.
  • Laat de ouder spelletjes spelen met dobbelstenen, waarmee het kind zowel kan oefenen in het tellen van stippen, als het in een keer leren herkennen van aantallen stippen (ze tellen niet vier stippen maar zien dat het er vier zijn; of ze tellen niet zes stippen bij een worp van een dobbelsteen met vier en een met twee stippen, maar ze zien dat er vier stippen op de ene dobbelsteen staan en tellen dan door op de andere: 5, 6. Samen 6.) Zie bijvoorbeeld het spel Wie het meeste gooit.
  • Om getalbeelden te leren (kleine hoeveelheden in een keer overzien) én om te oefenen in het koppelen van getallen aan hoeveelheden kun je ouders ook attenderen op verschillende spelletjes. Kijk bijvoorbeeld op rondjerekenspel.nl naar ‘Haaibaai Tel’. Dit spel kan de ouder samen met het kind maken en spelen.
  • Laat de ouder prentenboeken voorlezen waarin tellen een rol speelt.
  • Bedenk wel dat wanneer de ouder met het kind hoeveelheden gaat tellen, dit in betekenisvolle situaties gebeurt. Als de ouder vraagt hoeveel vorken op tafel moeten komen voor het eten, dan is het relevant om te tellen. Zo zien kinderen tellen niet als een kunstje maar als iets functioneels.

Meten en meetkunde

  • Laat de ouder foto’s maken met de telefoon of iPad van heel herkenbare of moeilijker herkenbare plekken in de (woon)kamer, de tuin of in het hele huis. Denk bijvoorbeeld aan een deel van de kast, een deel van speelgoed, een deurklink. Laat het kind zo precies mogelijk zoeken waarvan de foto is gemaakt. De rollen kunnen ook omgedraaid worden. Het kind maakt foto’s en de ouder zoekt en vertelt ‘waar de fotograaf stond’ en waaraan je dat ziet. De moeilijkheid kan worden aangepast aan wat het kind lijkt aan te kunnen.
  • Zorg dat de ouder gedurende de dag samen met het kind foto’s maakt van wat ze aan het doen zijn. Laat ze de foto’s uitprinten en laat het kind een volgende keer vertellen (aan…) wat het die dag gedaan heeft en daarbij de foto’s in volgorde leggen. Of laat het kind in een filmpje aan jou als leerkracht vertellen wat het heeft gedaan gedurende de dag.
  • Bij het maken van pannenkoekenbeslag en het bakken van pannenkoeken komt veel meten en meetkunde voor: het afwegen van meel, afmeten van melk en maken van grotere en kleinere, dikkere en dunne pannenkoeken. Laat het kind zelf aan de slag gaan en al doende ontdekken. De ouder praat mee en gebruikt begrippen als meer, minder, wegen, zwaar, vol, groot, klein, enzovoort.
  • En als ouder en kind toch aan het bakken zijn, laat ze dan bespreken hoeveel pannenkoeken het kind denkt te kunnen eten en hoeveel de anderen in huis er zullen eten. Hoeveel moeten we er bakken? Eet iemand die ouder is ook altijd meer pannenkoeken? Of iemand die groter is? Als je kleine pannenkoeken bakt, eet je er dan ook minder? Hoe zit dat eigenlijk?
  • Weet dat er ook filmpjes zijn waarin wiskundige problemen voorkomen. Bijvoorbeeld het filmpje ‘Een toren tot je oren’ van Sesamstraat. Laat de ouder opletten hoe het kind reageert op wat Pino doet om te winnen van meneer Aard. Snapt het kind de situatie?
  • Puzzelprobleempjes voor kleuters zijn bijvoorbeeld: Is iets wat groter is ook altijd zwaarder? Als je twee verschillende vormen glazen hebt, heb je dan altijd meer water als het water hoger staat? Kun je een foto maken waarop de televisie én de lamp allebei staan? Belangrijk is dat ze zelf nadenken en vertellen en redeneren.