Knelpunt #8: de hoeveelheid beschikbare tijd

24 juni 2021

‘Zou je die vraag nou wel stellen? Docenten vinden altijd dat ze tijd te kort komen.’ ‘Weet je het heel zeker? De kans dat er meer tijd beschikbaar komt is bijzonder klein.’ ‘Zou je dat nou wel doen? Je rakelt alleen maar een lastige discussie op en daarmee zwengel je oud zeer aan.’ Deze reacties kreeg ik, toen ik voorstelde om wiskundedocenten in ons onderzoek te vragen of zij de hoeveelheid beschikbare tijd voor hun vak ervaren als knelpunt.

Ruimte voor statistiek?

Waarschuwingen in de wind slaan, dat moet je niet zomaar doen. Dus wat moest ik, toen ik deze bovenstaande reacties meermaals kreeg, van verschillende personen met een verschillende achtergrond? Mijn eerste reactie in dit soort gevallen is meestal om mezelf af te vragen waarom ik het antwoord op deze vraag wil weten.

Enerzijds wil ik het weten vanwege het knelpunt dat ik in een voorgaande blog besprak: het ontbreken van statistiek. Om te weten of er ruimte is om dit onderdeel toe te voegen, is het ook handig te weten hoe vol het huidige lesprogramma wordt ervaren. Daarnaast kan de (reputatie van) overladenheid ten grondslag liggen aan het wel of niet kiezen van een wiskundevak (zie ook blog #2, #3 en #4). Een wiskundevak moeten laten aansluiten op twee profielen in plaats van één profiel kan de tijdsdruk ook beïnvloeden (zie ook blog #1). Kortom, de antwoorden op deze vraag zijn vooral interessant in relatie tot de andere knelpunten.

Wiskunde B op de havo

De eventuele ruimte voor statistiek hield me bezig, anderzijds was ik benieuwd naar de tijd voor wiskunde B op de havo. In de vragenlijsten die mijn collega’s en ik uitzetten voor ons onderzoek, gaven we bij elke vraag telkens een korte toelichting. Bij de vraag over de beschikbare tijd noteerden we het volgende:

‘In de hoeveelheid tijd die er beschikbaar is voor wiskunde vinden regelmatig wijzigingen plaats. Dit geldt zowel voor de bovenbouw zelf als voor de onderbouw en het primair onderwijs. Bovendien is het op dit moment zo dat er procentueel gezien meer tijd is voor wiskunde B op het vwo dan op de havo.’

De laatste zin verraadt vanwaar ik de gewaagde vraag wilde stellen. Ik was gewaarschuwd. Wat nu te doen? De vraag toch maar stellen, besloot ik, en zien waar het schip strandt.

Tijdtekort

Wat blijkt? Vele docenten, zowel van de middelbare school als van de vervolgopleidingen, geven blijk van een bredere kijk dan enkel hun vak. Zij zijn zich ervan bewust dat meer ruimte innemen betekent dat er minder ruimte overblijft voor iets anders.

Tegelijkertijd herkennen vrijwel alle middelbare schooldocenten een tijdtekort voor ten minste één wiskundevak of zelfs voor een wiskundevak op een specifiek niveau (havo of vwo). En daarbij wordt het interessant. Op basis van de antwoorden is het zeer goed te doen om de wiskundevakken onderling tegen elkaar af te zetten. Uiteraard is het ook hier zo, net als bij de overige antwoorden op de vragen uit ons onderzoek, dat er telkens elkaar tegensprekende reacties zijn. De één vindt dat er voldoende tijd is voor wiskunde A op het vwo, de ander haalt dat vak juist aan in het kader van tijdtekort.

Toch tekent globaal genomen zich bij deze vraag wel een meerderheid af die hetzelfde vak op hetzelfde niveau noemt. Namelijk wiskunde B op de havo, voor dat vak wordt een tijdtekort ervaren. Uiteraard kan dit een gevolg zijn van onbedoelde beïnvloeding door de door ons geschreven toelichting, maar persoonlijk denk ik niet dat dit allesbepalend is. Denk aan mijn ervaring met de toelichtende tekst over de dubbele profielfunctie van wiskunde A (zie blog #1).

Kaalslag en werkplezier

Ook interessant is te lezen wat docenten schrijven over de gevolgen van het ervaren tijdtekort. Er wordt gesproken in termen van ‘het inhoudelijk uitkleden van het vak’ en ‘het niet toekomen aan bijvoorbeeld de wiskundige denkactiviteiten.’ Dit voelt voor mij als kaalslag, waarbij misschien wel datgene sneuvelt wat nou juist essentieel is. Ik ben benieuwd wat maakt dat docenten tot bepaalde keuzes komen. Op basis waarvan beslist een docent iets niet te doen?

Uit de toelichtingen die de docenten op hun antwoord gaven spreekt een ervaren gemis en een verlangen naar een verandering in die situatie. Zouden docenten eigenlijk liever andere keuzes maken en zo ja, welke zouden dat dan zijn? Wat doet het eigenlijk met het werkplezier van docenten als ze datgene moeten schrappen waar hun hart juist naar uitgaat?

Planning vs. praktijk

Tot slot stippen enkele docenten nog een ander punt aan. Op papier, aan het begin van het jaar, is er voldoende tijd. Maar, zo schrijven deze docenten, door voortdurende lesuitval ontstaat er wel een tijdtekort. Genoemde oorzaken zijn werkweken, theaterbezoek, rapportvergaderingen, et cetera.

Het klinkt mij bekend in de oren. Vooraf reserveer je ergens tijd voor, gedurende het jaar komen er allerlei initiatieven op je pad waarmee je instemt er tijd aan te besteden, omdat je het onderwerp belangrijk vindt. Terugkijkend moet je concluderen dat je iets te vaak hebt ingestemd met eenmalige of actuele activiteiten, waardoor het langetermijnbelang te weinig prioriteit heeft gekregen.

Keuzes en prioriteiten

Misschien is dit wel in het klein wat maatschappijbreed een thema is: het stellen van prioriteiten, accepteren dat er ook belangrijke dingen niet kunnen en daarin weloverwogen keuzes maken. Het toenemende aantal stress- en overspanningsklachten kun je als een bewijs zien dat we dit niet makkelijk vinden om te doen.

Op dit moment hebben we de ruimte om met elkaar na te denken over de invulling van een eventuele nieuwe vakkenstructuur. Gaat het lukken om keuzes te maken over het weglaten van ontzettend belangrijke onderwerpen, omdat er simpelweg beperkte ruimte is in het curriculum? En terugkomend op de voorgaande alinea, wat gaat leidend zijn in onze keuzes; de inhoud die nodig is in het vervolgonderwijs? De lesstof die nodig is om maatschappelijk te kunnen functioneren? Het werkplezier van de docenten die steeds schaarser worden? Of datgene wat bijdraagt aan de motivatie van leerlingen, omdat zowel uit het PISA onderzoek als de LAKS-monitor blijkt dat het daaraan schort?

We nodigen je graag uit om te reageren op deze blog. Dat kan door een e-mail te sturen naar: blogwiskunde@slo.nl