knelpunt #7: de invloed van de zak- en slaagregeling

24 juni 2021

Bij aanvang van ons onderzoek naar een nieuwe vakkenstructuur voor wiskunde stond de zak- en slaagregeling niet in het rijtje knelpunten. De kleine aantallen leerlingen bij verschillende wiskundevakken wel (zie blog #2, blog #3 en blog #4), daarom wilden we meer weten over de factoren die de keuze voor een wiskundevak beïnvloeden. We vroegen ons ook af of de zak- en slaagregeling daar één van is. Deze regeling bepaalt dat je aan de kernvakkenregel moet voldoen: maximaal één vijf in het rijtje Nederlands, Engels en wiskunde. Een extra knelpunt was geboren.

Kernvakkenregeling

Moeten we het hebben over de zak- en slaagregeling, of over de kernvakkenregeling die hierin besloten ligt? Bij de term kernvakkenregeling hoort de vraag “is wiskunde een kernvak?”, bij de zak- en slaagregeling hoort de vraag “welke invloed heeft de regeling op de keuze van leerlingen met het oog op hun slaagkans?”.

Wiskunde is naast Nederlands en Engels onderdeel van de kernvakkenregeling. Havo- en vwo-leerlingen mogen voor deze drie vakken maximaal één vijf scoren. De andere twee vakken moeten daarbij voldoende worden afgerond. Alleen gaat het bij wiskunde niet om één vak maar om drie vakken: wiskunde A, B en C. Bij Nederlands en Engels kunnen leerlingen niet kiezen of ze het vak willen volgen, op de havo bij wiskunde is dat wel het geval. Daarnaast kunnen leerlingen op de havo en het vwo kiezen welk wiskundevak ze volgen.

Uit ons onderzoek komt naar voren dat vele respondenten, waaronder docenten, leerlingen en decanen, de verschillende wiskundevakken beoordelen als verschillende moeilijkheidsniveaus. Wie zo redeneert, kiest ervoor om de lat voor zichzelf hoger te leggen door wiskunde B te kiezen, in plaats van wiskunde A. Daardoor kiezen leerlingen niet alleen voor de inhoud van een vak, maar ook voor (de inschatting van) hun slagingskans.

Het ligt voor de hand dat dit vooral speelt bij degenen voor wie wiskunde een lastig vak is. Uit de resultaten van de leerlingenenquête blijkt dit inderdaad het geval. Op de vraag of leerlingen bij hun keuze rekening hebben gehouden met de zak- slaagregeling antwoorden leerlingen die geen moeite hebben met het vak vaak van niet. Ze gaan ervan uit dat ze bij elk vak wel een voldoende zullen halen.

Leerlingen die moeite met wiskunde hebben geven echter vaak aan dat dit wel degelijk een rol heeft gespeeld en dat ze voor een “makkelijkere” variant gekozen hebben. Dit blijkt trouwens ook te gelden voor leerlingen die juist Nederlands en Engels lastig vinden en daar al minimaal één onvoldoende verwachten.

Deelcijfer

Ergens vind ik het gek dat het bij de wiskundevakken om verschillende lesstof gaat, terwijl de eis van voldoende scoren hetzelfde blijft. Ik vind het ook jammer dat de keuze voor een wiskundevak niet altijd op basis van interesse wordt gemaakt.

De opdracht die wij als SLO krijgen beslaat het onderzoeken van de vakkenstructuur, de zak- en slaagregeling valt daar niet onder. Toch vraag ik me wel af of het ook anders kan? Zouden de verschillende wiskundevakken over dezelfde inhoud kunnen gaan? Ja, ik denk van wel. Dan zou er een deelcijfer kunnen komen over de onderdelen die bij alle wiskundevakken gelijk zijn. Dat cijfer zou dan kunnen meetellen in de zak- en slaagregeling.

Is zo’n deelcijfer een optie? Zijn er veel gemeenschappelijke doelen in de verschillende programma’s? Op dit moment is dat beperkt. Daarop is ook bewust gestuurd. Moet dat zo blijven? Hierop komen we terug in de blog over algemene vorming.

Er is overigens ook een docent die stelt dat in plaats van de zak- en slaagregeling aan te passen, de verschillende wiskundevakken qua moeilijkheidsgraad gelijk aan elkaar te maken. Over deze gedachtegang, die ik niet logisch vind, schreef ik al in de tweede blog.

Wiskunde als verplicht kernvak

Dan is er nog een laatste overweging. Wiskunde is voor mij overduidelijk een kernvak. Maar hoe de nadruk op het belang van het vak vorm moet krijgen, daarover twijfel ik. Moet het belang afgedwongen worden door middel van het eisen van een voldoende? Of zouden we het meer moeten zoeken in het nieuwsgierig maken naar?

Het volgende citaat zette me op dit punt opnieuw aan het denken: ‘Gras groeit niet door aan de sprieten te trekken, maar door het voeding te geven.’

Dit knelpunt was één van de knelpunten die het minst als knelpunt werd herkend. Dat kwam uit ons onderzoek naar voren. Desondanks lijkt het me belangrijk om de gestelde vragen met elkaar te doordenken!

We nodigen je graag uit om te reageren op deze blog. Dat kan door een e-mail te sturen naar: blogwiskunde@slo.nl