knelpunt #6: geen verplicht wiskundevak op de havo bij C&M

24 juni 2021

Examen doen zonder wiskunde in je pakket. Op de havo is dit, in tegenstelling tot op het vwo, nog mogelijk. Je moet dan wel voor het profiel Cultuur en Maatschappij (C&M) hebben gekozen. Op het vwo is wiskunde C verplicht bij dit profiel. Dat vak kampt dan wel weer met kleine leerlingaantallen (zie blog #2 ). In het verleden zijn er ook voorstellen gedaan voor wiskunde C op de havo, maar die hebben het niet gehaald. Zou wiskunde verplicht moeten worden?

Essentiële zaken

In de afgelopen tijd zijn er veel discussies gevoerd over wat nu echt essentieel is in ons leven. Denk aan de discussies over snoepwinkels die open mochten blijven, terwijl sportscholen hun deuren moesten sluiten. In deze discussies valt het mij op dat iemands mate van affiniteit ergens mee bepaalt hoe zeer hij de noodzaak ervan verdedigt.

Zo kwam ik op LinkedIn de onderstaande quote tegen. Iemand uit de culturele sector reageerde op de uitspraak van Hugo de Jonge dat je best een dagje zonder cultuur kunt: ‘When Churchill was asked to cut arts funding in favour of the war effort, he simply replied: then what are we fighting for?’ Het schijnt overigens dat deze quote ten onrechte aan Churchill wordt toegeschreven. Hij heeft wel een aantal uitspraken gedaan over kunst in de context van de tweede wereldoorlog, waaruit blijkt dat hij een kunstliefhebber is.

Ik heb de indruk dat je de waarde van iets pas kunt doorgronden als je er goed bekend mee bent. Om met Johan Cruijff te spreken: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’ Die twee dingen versterken elkaar: wie bekend met iets raakt, krijgt er vaak affiniteit mee. En andersom: wie ergens affiniteit mee heeft, raakt er steeds bekender mee. Logischerwijze bestempel je iets dan al snel als essentieel.

Heeft het onderwijs niet bij uitstek “last” van dit fenomeen? Van steeds meer onderwerpen vinden we dat ze essentieel zijn. Er zijn de afgelopen jaren veel vakken en -onderdelen bijgekomen en er is altijd veel discussie over zaken die een plekje in het onderwijs zouden moeten krijgen. Wie kan er dan een goed oordeel vellen over of wiskunde in de bovenbouw van havo en/of vwo essentieel is?

Klein aantal leerlingen, groot probleem?

Om hoeveel leerlingen gaat het eigenlijk? In het onderzoek dat ik uitvoer met collega’s en van de SLO en de NvvW, zetten we enquêtes uit onder betrokkenen zoals docenten en decanen, maar ook leerlingen. Slechts 9 van de 2189 leerlingen die reageerden op de enquête hadden geen wiskunde in hun pakket.

De enquête geeft geen volledig beeld van de aantallen, onder andere omdat de meeste leerlingen door hun wiskundedocent benaderd zijn om de enquête in te vullen. Toch is het wel bekend dat het gaat om kleine aantallen leerlingen. De enquête toont dit aan, maar de verhouding 9 staat tot 2189 klopt waarschijnlijk niet; het gaat vermoedelijk om een iets hoger percentage van de havoleerlingen.

Hoewel het om kleine aantallen havisten gaat die zonder wiskunde-examen hun diploma halen, kwam ik deze leerlingen als pabodocent rekenen-wiskunde regelmatig tegen. Het was algemeen bekend onder pabodocenten dat deze studenten meestal moeite hebben met de entreetoets in het eerste jaar en zeker met de kennisbasistoets in het derde jaar van de pabo.

De hobbel die ze niet hoefden te nemen op de havo, verschijnt toch weer op de pabo. Voor hoeveel studies zou dit het geval zijn? Manifesteert het gebrek aan wiskundeonderwijs zich altijd op een gegeven moment als belemmering in het vervolgonderwijs? Sterker nog: is dat gebrek niet breder dan alleen een belemmering in het vervolgonderwijs?

Gebrek versus gemis

Wie geen eindexamen wiskunde doet, moet wél een schoolexamen rekenen doen. Dit bracht enkele docenten in het onderzoek tot de uitspraak dat hiermee voor deze groep alle essentiële wiskunde gedekt is. Anderen leken zich af te vragen wat essentiëler is: een havodiploma zonder wiskunde of moeten afstromen omdat je de wiskunde op havoniveau niet aankunt. Sommigen vonden dat “we”, als de vragenstellers van dit onderzoek en wiskundigen, wiskunde niet belangrijker moesten maken dan het is. Een leven zonder wiskunde is toch echt ook een heerlijk leven, schreven zij.

Daar wil ik als wiskundige graag iets tegenin brengen. Wiskundekennis is wel degelijk heel belangrijk. Bijvoorbeeld bij het bijhouden van administratie en geldzaken en het kunnen inschatten van de (on)zin van conclusies die mensen, waaronder ook zeker in de media, trekken op basis van cijfers. Denk ook aan politici en beleidsmakers: zij nemen belangrijke beslissingen over grote sommen geld. Hoe doe je dit zonder uitgebreide wiskundekennis? Is kennis die je hebt opgedaan in de onderbouw daarvoor genoeg? Uit ons onderzoek komt geen eenduidig antwoord van de docenten op deze vraag.

Met een vriendin had ik het erover. Zij zei: ‘Het gekke is dat mensen 't zelf niet eens doorhebben dat ze een gebrek hebben.’ Kun je iets missen als je niet weet wat je mist?

Er zijn middelbare schooldocenten die opmerken dat het af laten vallen van wiskunde in de bovenbouw alleen mag bestaan als leerlingen ook nadrukkelijk worden gewezen op de consequenties van deze keuze. Om nogmaals met Cruijff te spreken: zijn die consequenties te zien als je ze nog niet doorhebt? Wat moeten we met het gegeven dat de helft van het geringe aantal leerlingen zonder wiskunde in onze enquête aangeeft dat ze anders zouden kiezen, als dat opnieuw kon?

We nodigen je graag uit om te reageren op deze blog. Dat kan door een e-mail te sturen naar: blogwiskunde@slo.nl