Praktijkonderzoek: digitale geletterdheid verbeterd in coronatijd, maar er valt nog veel te winnen

1 juli 2021

Basisscholen en middelbare scholen hebben ook in coronatijd gewerkt aan digitale geletterdheid en zich daar zelfs positief in ontwikkeld. Tegelijkertijd nam de ongelijkheid in digitale vaardigheden tussen leerlingen toe. Dat zijn enkele conclusies van het Praktijkonderzoek Digitale Geletterdheid. Lees de belangrijkste inzichten en aanbevelingen in dit artikel.

Het onderzoek geeft antwoord op de vraag: op welke aspecten van digitale geletterdheid hebben leerlingen zich bewust of onbewust ontwikkeld tijdens de coronaperiode, in de ogen van onderwijsprofessionals? De uitvoering van het onderzoek lag in handen van Kennisnet en SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling.

Download het rapport praktijkonderzoek Digitale geletterdheid

Onderzoek bij 20 schoolbesturen

Van maart tot en met juni 2020 was de eerste corona-lockdownperiode, een periode waarin scholen dagelijks intensief en online les op afstand hebben gegeven. Om de effecten op digitale geletterdheid te onderzoeken, is in juni 2020 dit onderzoek gestart. Hiervoor hebben 20 schoolbesturen zich aangemeld, 10 uit het primair en 10 uit het voortgezet onderwijs. Leraren en ict-coördinatoren keken vanuit een onderwijskundig perspectief terug op deze eerste periode van afstandsonderwijs.

Tijdens het onderzoek is op twee verschillende manieren gemeten: eerst via een uitgebreide enquête onder 132 respondenten en daarna via vervolginterviews onder een deel van de respondenten op 18 scholen, in de periode september-december 2020.

Inzichten en aanbevelingen

De onderzoekers kwamen tot de volgende inzichten en aanbevelingen over digitale geletterdheid in de coronaperiode:

  • Leerlingen hebben zich digitaal ontwikkeld maar bezitten nog onvoldoende ict-basisvaardigheden
  • Contact en mediawijsheid online: goede afspraken blijven belangrijk
  • Digitale geletterdheid begint offline
  • Digitale vaardigheid bij leraren is vergroot, het zelfvertrouwen ook

We gaan hier dieper in op de 4 inzichten.

Leerlingen hebben zich digitaal ontwikkeld maar bezitten onvoldoende ict-basisvaardigheden

Bij een deel van de leerlingen bleken de ict-vaardigheden nog niet voldoende. Het vinden en openen van bestanden, het opslaan en verzenden van gemaakte opdrachten en het maken van documenten en presentaties bleek lastig. Voor hen werd het leren tijdens de lockdown dubbel bemoeilijkt: leerlingen misten de fysieke lessituatie én ze ondervonden extra problemen bij het uitvoeren van thuisopdrachten door ontbrekende ict-basisvaardigheden. Dit had leerachterstanden tot gevolg en het vergrootte de ongelijkheid tussen leerlingen. Daarnaast hadden niet alle leerlingen beschikking over een laptop of ander geschikt device. Ook hierdoor werd de leerachterstand groter en nam de ongelijkheid toe.

De meeste leerlingen hebben tijdens de scholensluiting wel geleerd om te gaan met beeld- en spraaksoftware (zoals MS Teams, Google Meet, Skype) en met online samenwerkingsomgevingen. Ze zaten echter nog niet allemaal op een voldoende niveau om digitale technologie functioneel in te zetten bij hun leren.

Opvallend genoeg zijn leerlingen uit de klas al vaardiger, maar lopen desondanks nog steeds tegen punten aan. Wanneer ze een verslag moeten maken wordt het zo nu en dan een chaos omdat ze niet weten hoe ze een bestand openen en delen. Dit zie ik ook bij het maken van een presentatie en het mailgebruik.

(leraar vo)

Contact en mediawijsheid online: goede afspraken blijven belangrijk

Uit het onderzoek bleek dat vaardigheden die nodig zijn om veilig, verantwoord en constructief om te gaan met digitale media over het algemeen nog onvoldoende ontwikkeld waren bij leerlingen. Veel leerlingen misten de kennis en vaardigheden over sociaal contact maken, online veiligheid, online privacy en fake news. Hierdoor waren zij ook vatbaarder voor fake news over bijvoorbeeld complottheorieën.

In het onderzoek bleek meermaals dat leerlingen blij en tevreden zijn dat de school op een digitale manier bereikbaar was.

Fijn beeldbellen met de juf, toch contact onderhouden terwijl we in lockdown zaten, we kregen meteen feedback op gemaakt werk.

(leraar po)

Echter, de hoeveelheid tijd die leerlingen achter de computer moesten zitten hebben ze als onprettig ervaren:

Veel leerlingen hadden het gevoel echt met de computer vergroeid te zijn terwijl ze heel graag naar buiten wilden en sociale interactie met anderen wilden ervaren.

(leraar vo)

Er werden nieuwe afspraken gemaakt met leerlingen, met nieuwe regels over contact en interactie tijdens de les. Zoals: zet de camera aan tijdens de les en de microfoon uit. Net als in de gewone leersituatie hield niet iedereen zich aan de afspraken. Zo maakten leerlingen incidenteel ongeoorloofd video-opnames van de leraar tijdens de les. Dit was gemakkelijker dan in de fysieke schoolsituatie en het gaf de leraar een kwetsbaardere positie. Dat stelde de school voor nieuwe vraagstukken over privacy, digitale mogelijkheden en grenzen.

Om sociale contacten te onderhouden, maakten scholieren vóór de lockdown al veelvuldig gebruik van digitale technologie. Dat is tijdens het thuiswerken alleen maar toegenomen.

Het eindeloos chatten, ondanks afspraken binnen de groep, heeft ook veel kinderen gestoord.

Het eindeloos chatten, ondanks afspraken binnen de groep, heeft ook veel kinderen gestoord.

(leraar po)

Voor wat betreft mediawijsheid: leerlingen zijn door online onderwijs op een hele harde manier ‘wijzer’ geworden. Hoe snel iemand een screenshot maakt als je even gekke dingen doet of als je beeld vast blijft hangen op een vervelende manier. Dat hebben ze snel gevonden.

(ict-coördinator vo)

Digitale geletterdheid begint offline

Dit onderzoek is opgezet om de digitale vaardigheden van leerlingen in beeld te krijgen. Het is gebleken dat dit niet los gezien kan worden van cognitieve en emotionele vaardigheden. Denk aan plannen, geconcentreerd en zelfstandig werken en zelfregulatie.

Leerlingen bij wie deze vaardigheden niet voldoende ontwikkeld zijn, krijgen op school vaak bijsturing of ze worden meegenomen in het groepsproces. Uit het onderzoek bleek dat deze bijsturing wegviel tijdens thuisonderwijs, met gebrekkige leerresultaten als gevolg. Ook het tegenovergestelde kwam voor, bij leerlingen die deze vaardigheden beter beheersten.

Leerlingen vonden het fijn om in eigen tempo door te kunnen werken en om zelf de dag in te delen. Elke schooldag waren de kinderen tot tien uur ‘s ochtends ingelogd en was er instructie/groepsvormende activiteit en ruimte voor verlengde/individuele instructies. Deze kinderen vonden die ‘eigen tijd’ ‘s middags erg prettig.

(leraar po)

De vrijheid van het kiezen van de volgorde binnen de weektaak. De mogelijkheid om vooruit te werken zodat je een dag later meer vrije tijd had.

(leraar po)

Digitale vaardigheid bij leraren is vergroot, het zelfvertrouwen ook

Niet alleen leerlingen hebben ervaring opgedaan met digitale vaardigheden, ook leraren hebben noodgedwongen hun digitale repertoire uitgebreid. Zelfs docenten die onzeker waren over het gebruik van digitale technologie zijn online les gaan geven. Leraren gaven aan dat daarmee hun zelfvertrouwen over het gebruik van digitale technologie is toegenomen.

De vaardigheden die leerlingen het hardst nodig hebben, zijn nu net de vaardigheden die leraren vaak al goed ontwikkeld hebben. Denk aan het structureren van documenten, het opslaan en delen van bestanden, presenteren en het bewust en netjes omgaan met digitale media en contacten.

De combinatie van dit toegenomen vertrouwen bij leraren en de kennis over te ontwikkelen leerlingvaardigheden biedt een unieke kans om werk te maken van onderwijs in digitale geletterdheid.

Ik zag een jongere collega die les geeft in foto- en videobewerking ineens samen met een oudere collega zitten. Deze oudere collega wilde YouTube instructievideo’s gaan maken maar wist niet hoe hij dat handig en snel kon aanpakken. Twee collega’s die elkaar normaal gezien eigenlijk niet spreken leren elkaar kennen én leren van elkaar.

(leraar vo)

Vervolg op dit onderzoek

Het praktijkonderzoek krijgt een vervolg in de vorm van inspiratie- en werksessies voor scholen die aan het onderzoek hebben deelgenomen. Dit gebeurt door SLO en Kennisnet in samenwerking met de faculteit Educatie van de Hogeschool Leiden. Mogelijk komen er weer nieuwe onderzoeksvragen uit deze sessies.

Hoe nu verder met digitale geletterdheid?

Het is niet gek dat de ict-basisvaardigheden van alle leerlingen er op vooruit zijn gegaan. Per slot van rekening werden ze noodgedwongen digitaal een stuk actiever. Maar er is nog veel verbetering nodig. Mediawijsheid en andere vaardigheden vereisen opnieuw aandacht, zodat leerlingen zelfstandiger kunnen worden in een digitale omgeving.

Curriculum

Naar verwachting blijft digitale technologie een sterke rol in het onderwijs spelen, ook nu de scholen weer open zijn. Willen we dat alle leerlingen op een goede manier kunnen meedoen, dan is structurele aandacht voor onderwijs in digitale geletterdheid vereist. Ook moeten hiervoor voldoende middelen beschikbaar komen.

Digitale geletterdheid wordt zo goed als zeker een vast onderdeel van het curriculum. De komende jaren zal SLO kerndoelen voor digitale geletterdheid ontwikkelen, in samenwerking met leraren, vakdidactici, scholen en onderwijsorganisaties.

Stappen zetten

Dat vooruitzicht betekent dat scholen nu al stappen moeten zetten. Structurele inbedding in het schoolplan begint met een goede visie op de doordachte inzet van ict op school en een visie op digitale geletterdheid. Ook hebben leraren hulp nodig om digitaal geletterd te worden.

Gerelateerde publicaties

Lees ook: ‘Werken aan digitale geletterdheid, van visie naar praktijk’ op de website van Kennisnet.

Lees ook: ‘Professionalisering ict-bekwaamheid van de leraar’ op de website van Kennisnet.

Download

Download het rapport Praktijkonderzoek Digitale geletterdheid.