Uitwerking focusdoelen oriëntatie op jezelf en de wereld

28 april 2021

Hoe zijn jullie tot deze lijst focusdoelen gekomen?

‘Dat was een hele puzzel: oriëntatie op jezelf én de wereld… dat klinkt niet alleen veel, dat is ook veel. En focusdoelen gaan nu juist over de kern. We hadden goed voor ogen wat we uiteindelijk met kinderen willen bereiken: we willen dat ze leren wie ze zijn en in welke wereld ze terecht zijn gekomen. Wij willen dat leerlingen vanuit kennis na gaan denken over hun bijdrage aan de maatschappij.
Het woord ‘oriëntatie’ uit ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’ is ook belangrijk. Het woord maakt voor ons duidelijk dat leerlingen ruimte moeten krijgen om zelf op onderzoek uit te gaan.’

Wereldoriëntatie gaat dus vooral over vaardigheden?

‘Dat is te kort door de bocht maar vaardigheden zijn belangrijk. We willen dat leerlingen goed leren waarnemen, bij onderzoekjes en bij het bekijken van bronnen, en goed leren nadenken. In de bovenbouw wordt het steeds belangrijker dat leerlingen ook leren hoe ze informatie kunnen opzoeken en hoe ze nieuwe informatie kunnen ordenen. Dat is ook wat van hen wordt verwacht in het voortgezet onderwijs.’

En kennis dan? Of is dat in het ‘google’-tijdperk minder belangrijk?

‘Kennis blijft belangrijk. Hoe meer je weet, des te makkelijker is het om nieuwe kennis te leren. En hoe meer je weet, des te sneller je begrijpt hoe de wereld om je heen werkt. In de focusdoelen is te zien dat “kennis” verschillende invullingen krijgt in de verschillende bouwen. Voor de jongere leerlingen betekent kennis vooral het onder woorden kunnen brengen van ervaringen: “door de zon verdampt het water”. Voor oudere kinderen is kennis vaak nog een verzameling van “weetjes”: “een prop aluminium zinkt en een bootje van aluminium blijft drijven”. Voor de oudste kinderen gaat kennis over veel meer dan feiten alleen: ze leren over verbanden en ordeningen: “door de uitvinding van de stoommachines, kwamen er fabrieken en gingen veel mensen van het platteland naar de steden om er te werken”.
Jij kunt, als leraar, het best inschatten hoeveel kennis je klas aankan. Wij hebben per twee jaar gekeken welke onderwerpen in ieder geval aangeboden moeten worden, zodat leerlingen in hun latere schoolloopbaan voldoende basale kennis bezitten.’

Nu werken we op onze school geïntegreerd…

‘Je hebt alle ruimte om een eigen invulling en inkleuring te geven aan je onderwijs, afhankelijk van de didactische-, pedagogische visie en/of levensbeschouwelijke overtuiging. Kijk bijvoorbeeld naar de focusdoelen van het onderdeel Mens en Samenleving van OJW: daar zul je als team zelf invulling aan moeten geven, passend bij je visie van je school.’

Doelen voor OJW is dat geen lange lijst geworden?

‘De focusdoelen lijken misschien op een afvinklijst maar zo zijn ze niet bedoeld. Wat ons betreft gebruik je de doelen om in te schatten wat jouw leerlingen nodig hebben. Kijk wat je eventueel kunt overslaan in de methode die je gebruikt. Goed om te weten dat het overzicht is gemaakt op basis van de kerndoelen.’

Hoe kan ik als leraar deze doelen in de praktijk gebruiken?

‘De focusdoelen zijn een hulpmiddel in het geval je niet goed uitkomt met je tijd en je keuzes moet maken. Let wel: er zijn grote verschillen tussen het wereldoriëntatieonderwijs van scholen dus zul je altijd een vertaalslag moeten maken naar je eigen lespraktijk. Misschien hebben jullie op school een iets andere leerlijn en komen de focusdoelen die beschreven staan bij groep 5/6 bij jou op school pas later aan bod. Overleg dus goed met je collega’s voor je al te radicaal gaat schrappen.
Kijk ook naar de behoeften en mogelijkheden van je leerlingen en van je groep. Wat hebben zij nodig? Wat willen zij leren? Laat je niet beperken door je alleen te richten op de focusdoelen!
We denken dat de doelen ook kunnen bijdragen aan geïntegreerde vormen van onderwijs zoals bij projecten. Bedenk goed hoe je de doelen wilt toetsen: gebruik je een (methode)toets of kies je ervoor om de leerlingen te laten presenteren?’

Wat willen jullie verder nog meegeven?

‘OJW is een domein waarin leerlingen veel leren over zichzelf, wie ze zijn en de wereld waarin ze wonen. Door aan te sluiten bij de actualiteit en de verwondering waar leerlingen mee komen, heb je iedere week wel meerdere kansen om de stap naar wereldoriëntatie te maken: soms omdat je lesdoelen van die week mooi aansluiten, soms omdat je een kans ziet om spelenderwijs een doel van wereldoriëntatie aan te bieden. Wereldoriëntatie staat dus niet alleen een paar keer per week op je rooster, maar alles in je klas is wereldoriëntatie.’