Anneke Smits

19 april 2021

Na de vorige lockdown hebben Erna van Koeven en ik in een blog beschreven wat er volgens ons tijdens en na een periode van thuisonderwijs zou moeten gebeuren. Eigenlijk is de boodschap van die blog nog steeds en onverkort geldig: ga vooral met leerlingen lezen en voorlezen. Bij het vermoeden van ‘achterstanden’ bestaat de neiging om het onderwijs te verarmen door te gaan oefenen en daar bijvoorbeeld digitale tools bij in te zetten. Terwijl de focus juist moet liggen op verrijken, want de leerlingen hebben de rijke leesomgeving gemist. Daarom moet je deze nu weer creëren, om ze te motiveren om zo snel mogelijk weer te gaan lezen.

Vol inzetten op lezen en voorlezen

Anneke Smits | lector Onderwijsinnovatie en ICT, Windesheim

De ontwikkeling van geëngageerd en vloeiend lezen

De grootste zorg zit in groep 3 en de huidige groep 4, die vorig jaar in groep 3 ook al een periode van thuisonderwijs gehad heeft. Eigenlijk hebben leerlingen in groep 3 zo tegen november alle letters wel gehad, en vanaf dat moment moet je vol inzetten op het lezen van verhaaltjes en boeken. Door het thuisonderwijs is daar vaak minder van terecht gekomen zeker als er gekozen is voor (digitaal) oefenmateriaal, waarmee je leerlingen makkelijker op afstand aan kunt sturen.

Mijn advies zou zijn om in ieder geval het gebruik van digitale middelen te beperken zodra de leerlingen weer in de klas zitten. Gebruik ze het liefst helemaal niet meer, en als je het toch doet, dan maximaal twee keer per dag tien minuten. Het is anders zonde van de tijd. Het is van groot belang voor alle leerlingen vanaf groep 3 dat op school dagelijks minstens 30 tot 35 minuten per dag (bij voorkeur meer) aan het lezen van boeken wordt besteed. Dit kan hardop of stil, al naargelang het stadium in de leesontwikkeling.
Er is voor de ontwikkeling van geëngageerd en vloeiend lezen eigenlijk geen andere interventie nodig dan inzetten op lezen, voorlezen en leesmotivatie. Als kinderen eenmaal kunnen lezen, moet je ze dit vooral veel laten doen, zodat ze er nog beter in worden. En dan het liefst echte verhalen en boeken met veel humor en een tikje spanning, zodat het naar meer smaakt. En als ze fan worden van een serie boeken, raken ze ook nog eens extra goed vertrouwd met de taal die daarin voorkomt. Dit versterkt hun leesvaardigheid én taalvaardigheid nog meer.

Het is trouwens een misvatting dat de leesontwikkeling als een lineair proces verloopt: zodra een leerling een enthousiaste lezer wordt, gaat de ontwikkeling met sprongen vooruit. Het is dus niet zo dat leerlingen die nu weinig gelezen hebben, jarenlang bijles nodig hebben. Zorg dat ze gemotiveerde lezers worden en ze slaan zo een niveautje over.

Ga met kinderen in gesprek over boeken en laat ze leeservaringen met elkaar uitwisselen. Voor inspiratie kun je de brochure Over boeken gesproken van Stichting Lezen downloaden, of de methodiek van Chambers toepassen.

Extra ondersteuning bij het lezen

Leerlingen moeten vrij kunnen kiezen welk boek ze willen lezen. Het is vaak wel nodig om ze daarbij te ondersteunen. Om leerlingen te verleiden tot lezen, kun je ook eerst een stuk voorlezen uit een serie. Zo kun je een hype in je klas veroorzaken, waarbij alle kinderen aan het lezen slaan in de serie.. Als je het idee hebt dat ze even weer meegenomen moeten worden in dat technisch lezen, kies dan voor Ralfi Light, waarbij je niet herhaald leest, maar juist doorleest.

Als leerlingen in groep 5 nog echt moeite hebben met zelfstandig stil lezen, laat ze dan met Yoleo lezen of geef ze een luisterboek. Het gaat erom dat ze input krijgen van rijke teksten. En nog een tip: ga niet oefenen met toetsen. Dat helpt niet, het is demotiverend en het is nog fraude ook.

Begrijpend lezen

Leesbegrip steunt in de eerste plaats op de taal- en kennisontwikkeling en daarmee ook op ontwikkelingen die kinderen doormaken door voor hun plezier te lezen. Dit leidt immers tot een uitbreiding van woordenschat en kennis. Daarnaast is voor leesbegrip een focus op de zaakvakken heel belangrijk. Koppel de wereldoriënterende vakken aan (voor)lezen, schrijven en discussie om het effect ervan te versterken. Kies bij het zaakvakthema twee relevante voorleesboeken die je leerlingen niet zelf gemakkelijk kunnen lezen en lees die integraal voor aan je leerlingen (twee à drie weken per boek). Als je het over natuurrampen hebt, lees dan een of twee goede, rijke boeken over dat onderwerp aan de klas voor, zodat ze kennis kunnen opbouwen, bijvoorbeeld De zee kwam door de brievenbus. En bied dan, naast het voorlezen, teksten aan die passen bij dat thema en ga die met de leerlingen lezen. Dit is in feite wat wij in de aanpak Focus op begrip beschrijven. Uit onderzoek blijkt ook: meer onderwijs in taal en lezen helpt niet voor de ontwikkeling van het leesbegrip, meer les in zaakvakken wel (zie dit rapport).

Met het voorlezen van boeken rondom wereldoriënterende thema’s kan overigens al in groep 1 begonnen worden. In de meeste gevallen gaat het dan nog om prentenboeken. Vanaf groep 2 wordt langzaam de overgang gemaakt naar verhalende boeken met weinig of geen prenten. Uiteraard worden ook in de groepen 3 en 4 boeken over zaakvakthema’s voorgelezen die kinderen nog niet zelf kunnen lezen. Het gaat dan altijd om minstens twee boeken per thema. Sites die je kunnen helpen bij de keuze van goede voorleesboeken zijn: Leesbevordering in de klas, Jeugdbibliotheek en Themaplein.

Zorg naast het thematisch voorlezen vanaf midden groep 3 systematisch voor drie kleine schrijfopdrachten per week waarin leerlingen reageren op een vraag of stelling in relatie tot het gelezen boek of een gelezen tekst naar aanleiding van het zaakvak. Voer aan de hand van hun reactie gesprekken en discussies. Vanaf groep 6 kunnen de schrijfopdrachten wat uitgebreider zijn.

Taalonderwijs

Wees juist nu extra voorzichtig met het gebruik van je taalmethode. Door daar extra op in te zetten, ga je leerlingen echt niet helpen om eventuele achterstanden in te halen. Als je toch de taalmethode wilt gebruiken, richt je dan vooral op spelling en schrijfvaardigheid. Maar durf echt keuzes te maken in wat je nog uit de methodes gaat doen. Om achterstanden weg te werken heb je onderwijs van eigen makelij nodig, passend bij jouw groep.

< Terug


intro

Nu de leerlingen weer naar school komen, denk je opnieuw na over je onderwijsaanbod rondom taal en lezen. Je wilt graag zo snel mogelijk een beeld krijgen van waar ze staan in hun taal- en leesontwikkeling. Hoe doe je dat? En hoe geef je je onderwijs vervolgens zo vorm dat je alle leerlingen stimuleert en ondersteunt om weer stappen te zetten in hun taal- en leesontwikkeling? SLO-er Joanneke Prenger zette al eerder op een rijtje welke leerdoelen in deze periode de prioriteit zouden moeten krijgen. Maar hoe doe je dat in de praktijk? Voor deze serie vroegen we mensen die actief betrokken zijn bij het taalonderwijs naar hun ervaringen en ideeën. Wat denken zij dat nu belangrijk is?