Uitwerking focusdoelen Engels

26 april 2021

Hoe Engels op de basisschool een plek krijgt, is op elke school anders. Misschien heeft jouw school ervoor gekozen om Engels te geven in groep 7 en 8 (eibo, Engels in het basisonderwijs). Het kan ook zijn dat jullie Engels eerder aanbieden, zoals vanaf groep 5 of 6 (vervroegd eibo) of vanaf groep 1 (vvto, vroeg vreemdetalenonderwijs). Enkele scholen bieden tweetalig onderwijs aan (tpo, tweetalig primair onderwijs). Voor alle varianten geldt dat een rijke leeromgeving essentieel is voor het leren van Engels.

Een rijke leeromgeving

Leerlingen komen buiten school veel in aanraking met Engels, ook tijdens de periode van het thuisonderwijs. Denk bijvoorbeeld aan liedjes, games en social media. Nu je leerlingen weer (grotendeels) op school zijn, is het belangrijk om ook hier een rijke leeromgeving te creëren. In een rijke leeromgeving werken de leerlingen aan verschillende taalvaardigheden, betekenisvol, in samenhang en passend bij hun ontwikkelingsfase. Ze gaan aan de slag met luistervaardigheid, bijvoorbeeld luisteren naar Engelse liedjes. Ook voeren de leerlingen zelf gesprekjes in het Engels. Later komen daar ook de schriftelijke vaardigheden bij. Bijvoorbeeld het lezen van een menukaart of het schrijven van korte berichtjes aan vrienden. Woordenschat en chunks (taalblokjes, zoals My name is …) zijn onmisbare bouwstenen om te kunnen communiceren in het Engels. In fase 3 komt hier ook eenvoudige grammatica bij. Een rijke leeromgeving biedt leerlingen betekenisvolle contexten waarin zij woordenschat, chunks en grammatica in samenhang verwerven en leren toepassen.

Hoe kun je dit naar de praktijk vertalen?

Wat is er belangrijk in het onderwijs Engels in de periode van nu tot aan de zomervakantie? Juist omdat scholen onderling zo verschillen, willen we je deze globale adviezen geven:

  1. Blijf met je leerlingen zoveel mogelijk in samenhang aan verschillende taalvaardigheden werken, passend bij de leerbehoeften van de leerlingen. Zo blijven zij betekenisvol werken aan doorstroomrelevante kennis, houding en vaardigheden, zowel binnen het po als richting het vo.
  2. Laat de focusdoelen aansluiten bij de specifieke leerbehoeften van jouw leerlingen. Twee praktijkvoorbeelden: 
    1. Een school signaleert dat leerlingen in groepen 3, 4 en 7 extra aandacht nodig hebben voor taal en rekenen. De school besluit om in die groepen Engels op een lager pitje te zetten. Door af en toe een spelletje in het Engels te doen of naar een Engels liedje te luisteren, blijven de leerlingen toch betekenisvol aan verschillende vaardigheden werken. De overige groepen volgen zoveel mogelijk het reguliere programma voor Engels. In groep 1 en 2 ligt de nadruk op luisteren, gesprekjes voeren en woordenschat. Voor de oudere leerlingen komen daar ook leesvaardigheid en eenvoudige grammatica bij.
    2. Een school signaleert dat leerlingen de periode van thuisonderwijs relatief goed zijn doorgekomen. De leerkrachten besluiten om binnen hun reguliere programma voor Engels in ieder geval aandacht te blijven besteden aan luistervaardigheid, leesvaardigheid en gespreksvaardigheid. Er wordt even geen aandacht besteed aan schrijfvaardigheid, dit heeft nu geen prioriteit.
  3. De overgang van po naar vo is voor het vak Engels maatwerk, gezien de grote verschillen in de lespraktijk. Hier is onderlinge afstemming tussen po en vo nodig.