Uitwerking focusdoelen bewegen en sport

28 april 2021

Hoe zijn we tot deze focusdoelen gekomen?

Het doel van bewegingsonderwijs is om leerlingen beter te leren deelnemen aan bewegingssituaties. Voor de periode van nu tot het einde van dit schooljaar 2020/2021 blijven de kerndoelen, de leerlijnen en het eigen vakwerkplan richtinggevend (zie ook protocol PO van de KVLO). Als leerkracht maak je zelf keuzes over wat haalbaar is en op welke manier je de lessen bewegingsonderwijs vormgeeft in je eigen lesgeefpraktijk, aan de hand van het vakwerkplan en/of het leerlingvolgsysteem.

De focusdoelen kunnen je ondersteunen bij het maken van deze keuzes. In verband met de geldende veiligheidsmaatregelen en de hierdoor soms beperkte beschikbaarheid van binnen-accommodaties en materialen, zijn de doelen geselecteerd op een beweegaanbod buiten dat met weinig materiaal is te realiseren. De doelen stimuleren de motorische ontwikkeling, het intensief bewegen en de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen. Per twee leerjaren is gekozen voor doelen uit alle drie domeinen (turnen en atletiek, spel en bewegen op muziek) en uit verschillende leerlijnen.

Voorlopige resultaten uit lopend onderzoek van het Mulier Instituut (Singh et al., 2021) suggereren dat leerlingen in het schooljaar 2019/2020 waarin de lessen bewegingsonderwijs en het overige georganiseerde beweeg- en sportaanbod voor een aantal maanden is uitgevallen, minder vaardig zijn geworden. De uitval heeft niet op alle leerlingen evenveel effect gehad: vooral leerlingen die motorisch minder vaardig zijn en jongere leerlingen hebben er meer last van. Het is te verwachten dat het onderzoek, dat in mei of juni 2021 juni gepubliceerd wordt, inzichten oplevert, welke leerlijnen in het komende schooljaar vooral aandacht behoeven.

Hoe kan je de focusdoelen naar de praktijk vertalen?

De leerkracht van groep 1 t/m 8 kan met een volledige groep in verschillende werkvormen gebruik maken van de focusdoelen. Bijvoorbeeld in een groep met 30 leerlingen kan in zes ‘tafelgroepen’ uit de klas worden gewerkt, om zo in een bekende en kleine groep het samen bewegen en bewegen regelen weer te ervaren. Leerlingen werken per les aan drie focusdoelen, uitgaande van tien minuten per activiteit. In de volgende les werken de leerlingen aan de overige drie focusdoelen. Bij voorkeur worden deze twee lessen herhaald, om zo leerlingen de mogelijkheid te geven om zich te verbeteren. Je kan ook kiezen voor een klassikale activiteit, bijvoorbeeld bewegen op muziek, of een vrije werkvorm waarin leerlingen zelf keuzes maken voor bepaalde activiteiten.
De vakleerkracht kan worden ingezet voor leerlingen uit groep 1/2, bijvoorbeeld door de groep te halveren; de ene helft van de groep krijgt les van de groepsleerkracht in de klas, de andere helft krijgt les van de vakleerkracht op het schoolplein.

Wat willen we je nog meegeven?

Op de lange termijn zijn andere interventies mogelijk, bijvoorbeeld:

  • inzetten op een extra les bewegingsonderwijs. Hierbij kan het beweegaanbod buiten gebruikt worden als aanvulling op de lessen bewegingsonderwijs binnen.
  • de zwakkere bewegers extra ondersteunen door een aanbod Motorisch Remedial Teaching (MRT) door de vakleerkracht bewegingsonderwijs.
  • ‘beweegmaatjes’ in de school. Een leerling uit groep 7/8 krijgt tijd om samen te bewegen met bijvoorbeeld een leerling uit groep 3/4.
  • meer beweegmomenten creëren tijdens de schooldag, oftewel een dynamische schooldag. Een beweegmoment kan bestaan uit: bewegend leren, bewegingstussendoortje, buiten spelen in de pauze, bewegen van en naar school of een naschools sport- en beweegaanbod. De vakleerkracht kan zijn/haar expertise delen met de groepsleerkrachten en hen hierbij ondersteunen.

Referentie

Singh, A. S., Vrieswijk S., & Balk, L. (2021, in voorbereiding). Welke gevolgen hebben de maatregelen die in verband met COVID19 zijn genomen op de motorische vaardigheden van basisschoolkinderen in Nederland?. Utrecht: Mulier Instituut.