B6: Beweging van het organisme (havo)

28 april 2020

De kandidaat kan​ met behulp van de concepten beweging, neurale regulatie en waarneming ten minste in contexten op het gebied van gezondheid en sport verklaren op welke wijze mens en dier bewegen en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd.​

Mogelijke contexten

Gezondheid
Fysiotherapeuten in een revalidatiecentrum ontwikkelen trainingsschema's voor patiënten die, als gevolg van een herseninfarct, opnieuw moeten leren bewegen.

Sport
Amateursporters passen verschillende trainingsmethoden toe om zich optimaal op wedstrijden voor te bereiden.

​​​Mogelijke uitwerking van de eindterm

De kandidaat kan in een context bijvoorbeeld:

  • de bouw, werking en functie van bij de belangrijkste bij beweging betrokken organen (spieren, zintuigen en zenuwen) van mens en dier beschrijven en daarbij de relatie tussen vorm en functie toelichten;
  • opzet en effecten van trainings- en revalidatieprogramma's van mensen en dieren toelichten.

​​Mogelijke deelconcepten

Dwarsgestreepte en gladde spieren, snelle en langzame spiervezels, spiercel, pees, reflexboog, antagonist, warming-up, coolingdown, uithoudingsvermogen, doping.

Relatie met andere subdomeinen

Centraal examen:

  • B2 Stofwisseling van de cel
  • B3: Stofwisseling van het organisme
  • B4: Zelfregulatie van het organisme

Suggesties vo​​​or lesmateriaal en achtergrondinformatie​

  • Sport en technologie: er komt veel kijken bij het leveren van topprestaties in de sport. Verschillende filmpjes van Schooltv.nl gaan hierover.​​​