Belangrijkste inhoudelijke veranderingen
Het Model-afdelingswerkplan metaaltechniek (slo 1995) en het examenprogramma Metaaltechniek vertonen een grote overeenkomst. Toch is er een aantal opmerkingen te maken bij het voorliggende examenprogramma:
- De algemene vaardigheden worden in het Model-afdelingswerkplan wel genoemd, maar niet concreet uitgewerkt. Dat is nu wel gebeurd in de exameneenheden MT/K/1 Oriëntatie op de elektrotechnische wereld en MT/K/2 Professionele vaardigheden. De algemene vaardigheden krijgen daarmee een duidelijkere positionering.
- In het Model-afdelingswerkplan is uitgegaan van een integrale beschrijving voor praktijk, vaktheorie en vaktekenen. Dit heeft al een vertaling gekregen naar de examens van het examenbureau vbo. Deze stap is in het voorliggende examenprogramma verder doorgevoerd. Bij de exameneenheden wordt uitgegaan van een integratie van de afzonderlijke beroepsgerichte vakken uit de afdeling Metaaltechniek.
- Het Model-afdelingswerkplan is gebaseerd op een 30-uurstabel. Dat is in dit examenprogramma voor de gemiddelde leerling teruggebracht tot respectievelijk 24 en 6 uur voor het kern- en verrijkingsdeel. Het is aan de school om meer tijd ter beschikking te stellen om de slaag- en doorstroomkans voor de leerling te vergroten.
Het examenprogramma Metaaltechniek kent twee typen exameneenheden:
- de algemene exameneenheden MT/K/1 De metaaltechnische wereld en MT/K/2 Professionele vaardigheden
Deze exameneenheden zijn een ‘vertaling’ van de algemene vaardigheden uit de preambule. Ze lopen als een rode draad door het programma, zijn van toepassing op alle andere exameneenheden en moeten steeds in samenhang met de overige exameneenheden getoetst worden. - De exameneenheden die als toetseenheid dienen
De eindtermen zijn geclusterd in exameneenheden naar de praktijksituaties waarin de desbetreffende kennis en vaardigheden voorkomen, waardoor een technisch logisch geheel ontstaat. Bovendien heeft deze clustering als voordeel dat het de kandidaten helpt inzicht te krijgen in het desbetreffende deel van de branche. Deze exameneenheden zijn beschreven vanuit de praktische vaardigheden die de kandidaten moeten beheersen. Daarbij is steeds het volgende stramien gevolgd: -
- werkvoorbereiding (tekening lezen);
- werkuitvoering/ procescontrole (tekening lezen);
- controle en bijstelling (tekeninglezen).
Om deze praktische eindtermen theoretisch te ondersteunen zijn een aantal eindtermen toegevoegd. Daarin komen de volgende theoretische elementen aan de orde:
- algemene theorie
- specifieke theorie
- kennis over werkmethodes
- kennis over gereedschappen en materialen.



