De algemene vaardigheden uit de preambule vormen een centraal thema in het vmbo nieuwe stijl. Deze algemene vaardigheden zijn beschreven in de eerste twee exameneenheden van het kerndeel en zijn een integraal onderdeel van dit examenprogramma.
Door deze exameneenheden aan de meer praktische exameneenheden te koppelen, is het mogelijk om de algemene vaardigheden in contexten aan te bieden, die voor de kandidaten zo concreet mogelijk zijn gemaakt. Een concrete context is met name van belang voor de kandidaten in de basisberoepsgerichte leerweg. Gewoon door te doen leren zij de praktische vaardigheden beheersen én zij leren tegelijk al doende vaardigheden als samenwerken, communiceren en planmatig werken.
Dit leren door doen is ook van toepassing op de kandidaten uit de gemengde leerweg. Alleen gaat het er bij hen niet zozeer om dat ze de praktische vaardigheden leren beheersen. De praktische vaardigheden zijn voor deze kandidaten enerzijds een middel om een bewuste keuze te maken voor een opleiding in het secundair beroepsonderwijs en anderzijds een middel om dié (algemene) vaardigheden te leren die vereist zijn om een studie op niveau 3 of 4 in dat secundair beroepsonderwijs met succes af te kunnen ronden. Gezien het karakter van de gemengde leerweg mag u aan deze kandidaten hogere eisen stellen, met name aan hun vermogen tot (de)contextualiseren. Dit betekent dat de leerlingen moeten leren de theoretische leerstof in een praktijkcontext te plaatsen en dat zij omgekeerd de praktische leerstof ook leren plaatsen in een ruimer theoretisch verband. Voor het onderwijsaanbod houdt dit in dat de contexten waarbinnen het onderwijs plaatsvindt voor een deel abstracter mogen zijn dan in de basisberoepsgerichte leerweg.



