Leren communiceren

Bij dit algemene doel wordt de sociaal-communicatieve competentie van de leerling geactiveerd en ontwikkeld. Onder deze noemer zijn ook algemene thema's onder te brengen als ‘kunnen omgaan met personen van het andere geslacht, met de multicultuur, met normen en waarden’. Die competentie wordt wel aangeduid met normatief-culturele competentie. Onder deze competenties kunnen we de volgende concrete aspecten rangschikken:

  • communicatie:
    • communicatie met de leiding
    • communicatie met collega's
    • informeel communiceren.

  • samenwerking:
    • samenwerken met collega's
    • met kritiek omgaan
    • conflicten hanteren
    • functioneren op de werkvloer.
  • persoonlijke eigenschappen:
    • zelfstandigheid
    • initiatief
    • verantwoordelijkheid
    • zelfvertrouwen / onafhankelijkheid
    • inlevingsvermogen
    • zelfkennis en zelfreflectie
    • betrouwbaarheid
    • presentatie.
  • inzet en identificatie:
    • prestatiebereidheid
    • identificatie met beroep.
  • normen:
    • loyaliteit
    • beroepscode naleven
  • veranderingsbereidheid:
    • anticipatie
    • mobiliteit
    • opleidingsbereidheid.