Toelichting op de exameneenheden

Typen exameneenheden

Het kerndeel van bouwtechniek kent twee typen exameneenheden:

De algemene exameneenheden B/K/1, Oriëntatie op de bouw en bouwberoepen  en B/K/2, Professionele vaardigheden
Deze exameneenheden zijn een ‘vertaling’ van de algemene vaardigheden uit de preambule. Ze lopen als een rode draad door de rest van het programma heen, zijn van toepassing op alle andere exameneenheden en moeten steeds in samenhang met de overige exameneenheden getoetst worden.
De algemene vaardigheden zijn erop gericht dat de leerlingen problemen leren oplossen en leren reflecteren op de eigen kwaliteiten in zowel beroepsmatige als maatschappelijke situaties. Bovendien ontwikkelen zij houdingen en vaardigheden die van belang zijn voor hun toekomstige beroepsmatige functioneren.

De exameneenheden die als toetseenheid dienen
De eindtermen zijn geclusterd in exameneenheden naar de praktijksituaties waarin de desbetreffende kennis en vaardigheden voorkomen, waardoor een technisch logisch geheel ontstaat. Bovendien heeft deze clustering als voordeel dat het de kandidaten helpt inzicht te krijgen in het desbetreffende deel van de branche. Deze exameneenheden zijn beschreven vanuit de praktische vaardigheden die de kandidaten moeten beheersen. Daarbij is steeds het volgende stramien gevolgd: werkvoorbereiding (tekening lezen) werkuitvoering/ procescontrole (tekening lezen) controle en bijstelling (tekening lezen).

Om deze praktische eindtermen te ondersteunen zijn een aantal theoretische eindtermen toegevoegd. Daarin komen de volgende elementen aan de orde:

  • algemene theorie
  • specifieke theorie
  • kennis over werkmethodes
  • kennis over gereedschappen en materialen