De Taalbrug
De Taalbrug in 2010
Wat doen vmbo-leerlingen bij Nederlands en wat voor soort opdrachten geven de docenten Nederlands op het mbo aan de eerstejaars? Om deze twee bij elkaar te brengen is SLO het project De Taalbrug gestart. In 2009 werken we aan lezen en schrijven, voor 2010 staan de mondelinge vaardigheden op stapel.

De Taalbrug past in een groter SLO-project waarin gewerkt wordt aan concretisering van de referentieniveaus taal van het Referentiekader taal. In dit referentiekader zijn vier niveaus voor taalvaardigheid beschreven. Zo is referentieniveau 2F het niveau dat leerlingen aan het einde van het vmbo zouden moeten hebben en wat ze op het mbo moeten onderhouden. Maar wat is referentieniveau 2F en hoe ziet dat er concreet uit in het vmbo en in het mbo?

Voorbeeldopdrachten
In het project De Taalbrug werken vier of vijf docenten van een vmbo-school en een mbo-opleiding samen. Zij leggen elkaar schrijfopdrachten en leesteksten voor die ze geschikt vinden voor het (taal)onderwijs voor hun vmbo-leerlingen of mbo-deelnemers. Het zijn opdrachten die volgens de docenten passen bij niveau 2F. Als het gaat om schrijfopdrachten laten ze ook (beoordeelde) prestaties van leerlingen zien, bij leesopdrachten geven ze aan hoe de leerlingen gepresteerd hebben. Deze opdrachten en de leerlingprestaties bespreken de docenten gezamenlijk. Het is geen wereldschokkende of groots opgezette bezigheid, maar het leidt tot verhelderende inzichten.

Welke inzichten dan?
In de eerste plaats ontstaat er meer zicht op lesmethodes voor Nederlands in het vmbo vanuit de vraag in of ze passen bij het Referentiekader taal. In het mbo, waar veel zelf materiaal gemaakt wordt, is het Referentiekader een belangrijk hulpmiddel omdat het beter afbakent wat deelnemers zouden moeten kunnen.

In de tweede plaats komt het verschil tussen de didactische aanpak van vmbo- en mbo-docenten duidelijk naar voren. Op het vmbo wordt meer gestructureerd gewerkt terwijl het mbo een ‘lossere’ manier van werken kent. Vmbo-leerlingen worden hier niet voldoende op voorbereid.

In de derde plaats blijken tussen leerlingen op de mbo-opleidingen grote verschillen te bestaan. Soms lijken die verschillen samen te hangen met de aanleverende scholen. Sociale oorzaken spelen dan ongetwijfeld een rol. Zou het ook te maken kunnen hebben met het taalonderwijs op de school die 'betere' leerlingen aanlevert?

In de vierde plaats blijkt dat bij het bekijken van de leerlingproducten, leerlingen op het vmbo beter presteren dan op het mbo. Het lijkt nodig te zijn de overdracht van vmbo-leerlingen naar het mbo uit te breiden voor taal, zodat bij de ontvangende school meer beeld is wat een individuele leerling kan. Een taalportfolio kan daarbij helpen.

Mondelinge vaardigheden
De Taalbrug loopt door in 2010. Dan gaan we met de mondelinge vaardigheden aan de slag. We werken vanuit hetzelfde principe: groepjes van docenten vmbo en mbo die opdrachten verzamelen en die samen bespreken. Wanneer u als mbo (of vmbo) school geïnteresseerd bent en u kunt docenten van een vmbo (of mbo) meenemen dan kunt u zich voor dit project aanmelden bij projectleider Els Leenders, e-mail e.leenders@slo.nl en telefoon 053-4840203.