'Leren waar dat het beste kan'
Door René Leverink
Over een krachtige leeromgeving gesproken… wat dacht u van de praktijk? Op het Oranje Nassau College in Zoetermeer, locatie Clauslaan, lopen vmbo-leerlingen in het derde leerjaar twee dagen per week stage op een basisschool, in een zorgcentrum of een lunchcafé. Het project is gebaseerd op de uitgangspunten van competentiegericht leren.

Het project ‘Een nieuwe krachtige leeromgeving voor de sector zorg & welzijn’ wordt begeleid door Henny Jacobs van SLO. Zij is bij die instelling een van de vormgevers van competentiegericht leren en ziet het project als een ideale mogelijkheid om dit concept in de praktijk toe te passen. “De school is bezig met het ontwikkelen van een Zorg & Welzijnplein, een soort recreatiepark dat een mix moet bieden van binnen- en buitenschools leren. Vooruitlopend daarop is met één klas in de kaderberoepsgerichte leerweg een begin gemaakt met het zoveel mogelijk leren in de praktijk, gericht op competentiegericht leren. Kleine, afgeronde praktijkopdrachten kunnen geleerd en geoefend worden in de beroepspraktijk op de stageplek, met theoretische ondersteuning op school. Het doel is de kansen van vmbo-leerlingen op succesvolle doorstroom in het vervolgonderwijs en daarna de arbeidsmarkt te vergroten.”

Geen lesrooster
Opvallend aan hetproject is de grote mate van vakkenintegratie. De klas heeft geen aparte avo-vakken. De lessen worden verzorgd door door slechts twee docenten, Janny van Bergen en Remke van der Meij. “Als docent ben je coach van de leerlingen,” legt Janny van Bergen uit. “Onze klas heeft geen lesrooster. Wij hebben zelf met de leerlingen afgesproken hoe de lesdag wordt ingevuld. Het voordeel hiervan is dat er geen tussenuren zijn. Alle leerlingen maken een planning waardoor ze ieder individueel in eigen tempo de leerstof doorwerken. Door middel van workshops geven we nog sporadisch een klassikale les of we nodigen een gastdocent uit. Bovendien worden er bijeenkomsten georganiseerd voor gasten waar de leerlingen zelf verantwoordelijk zijn voor het maken van het draaiboek. Zij moeten dan de invulling geven aan bijvoorbeeld een high tea. Na afloop wordt er teruggekeken en komen de leerpunten naar voren die moeten dienen als verbeterpunt voor de volgende opgave.”

Het curriculum is gerangschikt in vier levels. Level 1 is de oriëntatiefase. Hier worden de vakgebieden geïntroduceerd en gaan de leerlingen bij zichzelf na waar hun interesses liggen en wat hun sterke en minder sterke punten zijn. Remke van der Meij: “In deze fase is het ook de bedoeling dat de klas een echte groep wordt. Teambuilding dus. Verder moeten de leerlingen zich afvragen waarvoor ze stukjes theorie, bijvoorbeeld van Nederlands en biologie, nodig zouden kunnen hebben.”

In level 2 en 3 lopen de leerlingen een dag per week stage in een gastgezin. Deze fase duurt twaalf weken. Drie onderwerpen staan centraal: het verzorgen en begeleiden van mensen, het onderhouden van de leefomgeving en vrijetijdsbesteding. In dat gezin moeten de leerlingen bepaalde opdrachten uitvoeren. Deze worden op school besproken met de andere leerlingen en de docenten. Level 3 houdt in dat de leerlingen in staat moeten zijn gasten te ontvangen en meer complexe opdrachten uit te voeren.

Duaal
De volgende fase (level 3) is verdeeld in zes periodes van zes weken. Janny van Bergen: “Gedurende die zes weken zijn de leerlingen per week twee dagen werkzaam op een van de stageplaatsen en drie dagen op school. De opdrachten op school en op de stageplaats liggen in elkaars verlengde. Er ontstaan zo zes verschillende modules met duale leertrajecten. In elke module zitten opdrachten die relaties hebben met de kerntaken. De theorie is noodzakelijk voor het uitvoeren van de activiteiten. Alle leerlingen volgen alle zes de modules, gerelateerd aan de uitstroomdomeinen van de ROC’s. De stageplaatsen zijn: een zorginstelling, een basisschool, een kinderdagopvang, een lunchcafé en een sportschool.”

Alle leerstof is gericht op het verwerven van de competenties die nodig zijn om op de werkplek te kunnen functioneren. Henny Jacobs: “We kijken heel kritisch of bepaalde lesstof geen ballast is voor de leerlingen. Vervolgens leggen we het leerstofoverzicht voor aan het ROC. Ook daar gaan ze nog eens nauwkeurig na welke onderdelen wel relevant zijn en welke niet. Mooi om te zien was hoe leerlingen op een bepaald moment zelf ontdekten welke theorie ze in de praktijk nodig hadden en daar ook om vroegen. Ze kwamen er al snel achter dat het goed is om je eerst in de theorie te verdiepen, voor je de praktijk in gaat. Zo leren ze daar te leren waar dat het beste kan.”

Niet alles voorkauwen
Voor welke soort leerlingen is deze aanpak geschikt? Janny van Bergen: “Voor een zelfstandig werkende leerling die niet in paniek raakt als niet per uur wordt aangegeven wat ze moet doen. Een leerling die graag wil onderzoeken waarom bepaalde zaken zo zijn en initiatief toont. De leerlingen ervaren de stages als een welkome onderbreking van hun schoolweek en zijn positief over hun stageplaatsen. Ze geven aan dat ze het leuk vinden om zo te werken, maar sommigen ervaren het altijd zelf uitzoeken, plannen, oriënteren wel eens als belastend en zouden graag wat meer achterover willen leunen om lesjes te kunnen consumeren. De leerlingen vinden het fijn om in kleine setting te werken en zodoende voldoende begeleiding te krijgen. De kunst is om als docent niet alles voor te kauwen. Je moet de groep of leerlingen los durven laten en ertegen kunnen dat soms een deel van de dag weinig wordt gedaan. Niet alleen het leerproces van de leerling, maar ook je eigen leerproces moet aan de nieuwe situatie aangepast worden.”

De docenten kijken met tevredenheid terug op het eerste half jaar. Remke van der Meij: “In de voorbereiding hadden we geen idee hoe een en ander zou verlopen. Je kunt op papier de mooiste voorbereiding hebben, maar leerlingen kunnen daar heel anders op reageren. Het was een enerverend half jaar, we zijn zeer tevreden over hoe de leerlingen het vernieuwende onderwijs hebben opgepakt. De meeste zorgen hadden we over het grote verschil in tempo. De tijdsdruk van het afsluiten van level 2 benauwde menig leerling. Een voordeel is dat je de leerlingen van zeer nabij leert kennen, waardoor de persoonlijke begeleiding vergroot wordt. Wat ons tegenviel was hoeveel het kost om leeropgaven te ontwikkelen. Gelukkig heeft Henny Jacobs ons hier goed bij geholpen.”