Wordingsgeschiedenis beoordelingsgrids taalvaardigheid UniC

UniC diende in het voorjaar van 2007 bij SLO een veldaanvraag in ter ontwikkeling van een doorlopende ontwikkellijn taalvaardigheid die aansluit bij het Europees Referentiekader (ERK) en daarbij passende beoordelings- of evaluatiegrids. Het Vathorstcollege sloot zich hierbij aan.

Op beide scholen wordt bij het talenonderwijs gewerkt met de schalen van het Europees Taalportfolio en het Europees Referentiekader. Voor een (zelf)beoordeling van het niveau van taalvaardigheid biedt het Taalportfolio voldoende kansen. Maar er blijkt meer detaillering nodig te zijn voor een analyse en gesprek met leerlingen over hun zwakke en sterke punten en het plannen van het werken aan verbetering van hun taalvaardigheid. (Zie ook Meestringa en Van Kleunen 2008).

Nadat de veldaanvraag gehonoreerd was, startte het project in 2008. Theun Meestringa en Hans de Vries waren namens SLO bij dit project betrokken. Namens UniC waren de docenten Marlies Schouwstra en Loth van Veen bij het project betrokken. Suzanne Luken werkte namens het Vathorst College aan het project mee.

Toen we samen met de uitvoering van de veldaanvraag van UniC begonnen waren er drie niveaubeschrijvingen voor taalbeheersing beschikbaar: 'Over de drempels met taal', het 'Raamwerk Nederlands voor (v)mbo', en het Europees Referentiekader (ERK)[1]. We zijn begonnen met een vergelijking van deze drie beschrijvingen.

Vervolgens hebben we ervoor gekozen om het ERK als uitgangspunt te nemen voor de grids die we voor Unic zouden ontwikkelen. Daarvoor hadden we twee redenen: het ERK staat aan de oorsprong van de andere twee documenten en is in Europa geaccepteerd als kader voor de beschrijving van taalniveaus. Er is niet gekozen voor Drempels, omdat de beschrijvingen daarin minder consequent zijn, en niet voor het Raamwerk, omdat dit te beroepsgericht is en te uitgebreid, waarbij we bij die uitbreidingen de nodige vraagtekens plaatsen.

Bij het hanteren van het ERK voor de beschrijving van niveaus van beheersing van Nederlands als standaardtaal rees de vraag of het ERK, oorspronkelijk ontwikkeld voor tweedetaalonderwijs, wel gebruikt kan worden voor de beschrijving van de ontwikkeling van een 'moedertaal'. Uiteindelijk hebben we de vraag bevestigend beantwoord. In het ERK wordt bijna alles beschreven wat met taal en taalbeheersing te maken heeft. Deze zaken gelden voor alle talen. De beschreven niveaus gelden in grote lijnen ook voor de ontwikkeling van een eerste taal, alleen op details zijn er verschillen. De verschillen tussen een moedertaal en een tweede taal zit in de weg naar de niveaus toe en het moment waarop de niveaus worden bereikt. Daarbij speelt mee dat er doorgaans een verschil in leeftijd is tussen moedertaalleerders en tweedetaalleerders.

De keuze voor het ERK als uitgangspunt was een heldere, maar bracht ook problemen met zich mee: het ERK is een grabbelton aan ideeën voor de beschrijving van taalniveaus, waaruit ieder kan halen wat hem of haar nuttig lijkt. We kozen ervoor in eerste instantie zoveel mogelijk gebruik te maken van de tabellen die in het ERK zijn opgenomen en daarbij vooral te letten op het belang van de schema's voor de beschrijving van de moedertaal. Dat leidde er bijvoorbeeld toe, dat we de schaal sociolinguïstische competenties onze niveaubeschrijvingen hebben verwerkt.

Na het componeren van beoordelingsgrids met behulp van de schalen uit het ERK, hebben we hier en daar formuleringen aangepast en aangescherpt om
a) het onderscheid tussen de niveaus duidelijker te maken (domeinbeschrijvingen);
b) de beschrijving meer toe te snijden op de standaardtaal, in plaats van de tweede of vreemde taal.

Vervolgens hebben we gekeken wat in de beschrijvingen ontbrak. We misten de beschrijving van strategieën. Die hebben we vervolgens toegevoegd. Daarbij hebben we formuleringen van Raamwerk gebruikt.

Vervolgens hebben we gecontroleerd of onze beschrijvingen de niveaubeschrijvingen uit de 'Drempels' dekten. Dat deden we, nadat duidelijk was geworden dat het rapport 'Over de drempels met taal' tot uitgangspunt van overheidsbeleid genomen was. Dit leidde ertoe, dat we een aantal grids hebben aangepast of uitgebreid (met name is doelgerichtheid bij de productieve vaardigheden toegevoegd).

Tot slot hebben we gecontroleerd of we in de niveaubeschrijvingen geen zaken misten die in de examenprogramma's van havo en vwo vermeld staan. Waar nodig hebben we de niveaubeschrijvingen aangevuld.

De beoordelingsgrids zijn op beide scholen tot tevredenheid beproefd in beoordelingsgesprekken met leerlingen over door hen geleverde taalprestaties.

Bibliografische verwijzing:
Bohnen E., e.a. (2007). Raamwerk Nederlands, ’s Hertogenbosch: CINOP
Meijerink, H. (2008), Over de drempels met rekenen en taal, Enschede: SLO
Schouwstra, M. S. Lükken, L. van Veen, H. De Vries & T. Meestringa (2008). Beoordelingsgrids voor lezen, luisteren, spreken, gesprekken voeren en schrijven. Enschede: SLO/UniC



[1] Bohnen E., e.a. (2007). Raamwerk Nederlands, ’s Hertogenbosch: CINOP
Meijerink, H. (2008), Over de drempels met rekenen en taal, Enschede: SLO
Raad van Europa (2001, 2008). Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: leren, onderwijzen, beoordelen. Den Haag: Nederlandse Taalunie.