Het volgen van de ontwikkeling in taalvaardigheid Nederlands bij leerlingen (havo/vwo)
In 2008 ontwikkelde SLO samen met docenten van UniC en het Vathorstcollege, scholen voor havo en vwo in Utrecht en Amersfoort, niveaubeschrijvingen voor vijf vaardigheden: lezen, schrijven, spreken, gesprekken voeren en luisteren.

De scholen hadden behoefte aan dergelijke beschrijvingen om de taalprestaties van leerlingen te kunnen volgen en beoordelen. Deze behoefte komt voort uit het feit dat op UniC en het Vathorstcollege het taalonderwijs voor een groot deel geïntegreerd is in andere leer- en vakgebieden. Het werken aan taalvaardigheid is er gekoppeld aan de concrete context van andere vakken en leergebieden. Deze werkwijze vereist een instrumentarium waarmee de taalontwikkeling van leerlingen nauwkeurig gevolgd en geanalyseerd kan worden. Dit instrumentarium moet zowel door docenten gebruikt kunnen worden als door leerlingen.

Op beide scholen wordt bij het talenonderwijs gewerkt met de schalen van het Europees Taalportfolio en het Europees Referentiekader. Voor een (zelf)beoordeling van het niveau van taalvaardigheid biedt het Taalportfolio voldoende kansen. Maar er blijkt meer detaillering nodig te zijn voor een analyse van en gesprek met leerlingen over hun zwakke en sterke punten en het plannen van het werken aan verbetering van hun taalvaardigheid. Met de docenten Marlies Schouwstra, Suzanne Luken en Loth van Veen hebben de SLO-medewerkers Theun Meestringa en Hans de Vries twee versies van niveaubeschrijvingen gemaakt in de vorm van beoordelingsgrids: voor elke vaardigheid één voor docenten en één voor leerlingen.  (Schouwstra, M. S. Lükken, L. van Veen, H. De Vries & T. Meestringa (2008). Beoordelingsgrids voor lezen, luisteren, spreken, gesprekken voeren en schrijven. Enschede: SLO/UniC)

De niveaubeschrijvingen voor docenten en voor leerlingen zijn onderstaand te downloaden.

De grids zijn ook opgenomen in publicatie 'Instrumenten voor de beoordeling van taalvaardigheid' (hieronder te downloaden). In de onderwijspraktijk bleek echter meer detaillering nodig te zijn voor een analyse van de prestaties van leerlingen en gesprek met leerlingen over hun zwakke en sterke punten en het plannen van het werken aan verbetering van hun taalvaardigheid. Daarom zijn de grids in deze publicatie ook toegespitst in beoordelingsmatrices voor de volgende taaltaken:

  • Spreken: het houden van een informatieve monoloog en het houden van een betogende monoloog;
  • Gesprekken voeren: deelnemen aan een debat en deelnemen aan een discussie;
  • Luisteren: luisteren naar radio en tv en luisteren als lid van een live publiek;
  • Schrijven: schrijven van correspondentie, schrijven van artikelen en rapporten en schrijven van een betoog;
  • Lezen: lezen van correspondentie, lezen van instructies en lezen van informatieve en overtuigende teksten.