Piramide van Piirto
Dit model is ontstaan als tegenhanger van de eenzijdige aandacht voor IQ-scores van leerlingen. De bronnen voor dit model worden gevormd door wetenschappelijk onderzoek naar 'andere' intelligenties door onder andere Gardner en Sternberg. Zo is het Guilford-model bijvoorbeeld aan schoolsituaties aangepast.

piirto2.jpgFrom Piirto, J. (1999). Talented children and adults: Their development and education. 2nd Ed. Columbus, OH: Prentice Hall/Merrill.

Daarnaast wordt er door Piirto gebruik gemaakt van:

- het SOI-model
- the Taylor Talents Unlimited model
http://inventors.about.com/od/creativity/a/Calvin_Taylor.htm

Piirto stelt dat talent een natuurlijke, aangeboren basis heeft, door haar aangeduid met ‘genen’ of (1) het genetische aspect.

Daarnaast is er (2) het emotionele aspect: de persoonlijkheidskenmerken die bij talent horen, zoals gedrevenheid, passie, discipline, intuïtie, creativiteit, nieuwsgierigheid, openheid, verbeeldingsvermogen, risico durven nemen, inzicht, onderscheidingsvermogen, ambiguïteits-tolerantie, perfectionisme, besluitvaardigheid, flexibiliteit, androgynie, doorzettingsvermogen, etc.

Dan is er (3) het cognitieve aspect, door Piirto nadrukkelijk niet gelijkgeschakeld aan IQ. Uit onderzoek is herhaaldelijk gebleken dat een hoog IQ niet noodzakelijk is voor het verwezenlijken van de meeste talenten. Wel moet je de minimale competenties bezitten om te kunnen functioneren in een bepaald domein, in andere woorden: als je die competenties niet hebt, kun je geen talent zijn op dat terrein.

Tot slot zijn er (4) de domeinen of gebieden waarop iemand talent kan hebben, bijvoorbeeld: kunst, muziek, theater, onderzoek doen, schrijven, atletiek, ondernemerschap, wiskunde, dans, sociaal, ‘invention’, ‘academics’, ‘mechanics’, ‘business’, spiritueel, etcetera (deze opsomming is niet volledig).

Ook beschrijft Piirto vijf omgevingsfactoren, drie factoren die van sterke, cruciale invloed op talent zijn en twee die dat in mindere mate zijn.

Drie belangrijke invloedsfactoren zijn

- de thuissituatie van het talent;
- de gemeenschap en cultuur waarin het talent leeft;
- de school.

De andere twee aspecten met invloed op talentontwikkeling, zijn geslacht en geluk.