F Beoordeling

Bij het zoeken naar een passende beoordelingsvorm bij projectonderwijs, wordt aanbevolen om vooraf de vraag te stellen: Wat en waarom moet er beoordeeld worden? Meestal worden de volgende mogelijkheden genoemd: product, kennis, proces, waaronder (vak)vaardigheden en houding. Veelal wordt bij projectonderwijs beoordeeld op product en proces. Het product is het resultaat van de projectopdracht, het proces is de wijze waarop het product tot stand is gekomen. De beoordeling van het product vereist objectieve beoordelingscriteria. In dit thema zijn een aantal voorbeelden opgenomen. Voor het beoordelen van het proces en van de vaardigheden die leerlingen daarin moeten gebruiken kunnen rubrics worden ingezet. Rubrics maken de ontwikkeling van de leerling zichtbaar. Voor diverse vaardigheden zijn rubrics ontwikkeld, waaronder samenwerken en plannen en organiseren.

Een veelgehoord probleem bij beoordelen is de hoeveelheid werk die voortvloeit uit het beoordelen van leerlingenwerk. Door middel van het maken van goede afspraken over wie, wat en hoe beoordeelt, kan echter veel tijd bespaard worden en toch een goed beeld ontstaan van het beheersingsniveau van de leerling. Lang niet altijd zal ook alles beoordeeld moeten worden. Belangrijk is in ieder geval dat de beoordeling te allen tijde aansluit bij de visie en leerdoelen van projectonderwijs. Als bijvoorbeeld een leerdoel is dat leerlingen bronnen kunnen zoeken en deze kunnen beoordelen op betrouwbaarheid, dan zal de beoordeling daar op moeten zijn afgestemd. Dit klinkt logisch, maar het gebeurt nog wel eens dat deze afstemming tussen leerdoelen en beoordeling ontbreekt. Een ander belangrijk punt is dat leerlingen vooraf bekend zijn met de beoordelingseisen. Leerlingen leren namelijk meer als zij weten wat het leerdoel is, als zij weten aan welke eisen hun presentatie moet voldoen en als zij feedback krijgen op basis van de gestelde eisen.

Tot slot worstelen scholen vaak met de vraag of leerlingen daadwerkelijk leren van projectonderwijs. In dit thema is daarom ook een instrument opgenomen waarmee gecontroleerd kan worden of geformuleerde doelen van projectonderwijs, in termen van concrete resultaten, zijn behaald.

De instrumenten in dit thema bieden ondersteuning bij het beoordelen van leerlingen en het controleren van het behalen van geformuleerde doelen van projectonderwijs. Het betreffen de volgende vragen:

Wat zijn geschikte manieren om de eindproducten van projectonderwijs te beoordelen?

  • Instrument F1: Beoordeling van eindproducten

Wat zijn geschikte manieren om de ontwikkeling van vaardigheden bij leerlingen te beoordelen?

  • Instrument F2: Beoordelen van algemene vaardigheden

Hoe beoordelen we de manier van samenwerken van leerlingen?

  • Instrument F3: Samenwerken: aandachtspunten en beoordelen

·Hoe houden docenten zicht op wat leerlingen doen in de projecten?

  • Instrument F4: Zicht houden op wat leerlingen doen in projecten

Hoe bereiken we dat leerlingen daadwerkelijk leren van projectonderwijs?

  • Instrument F5: Daadwerkelijk leren van projectonderwijs