Opgave A t/m C: verkoop via winkels

Opgave A
De meeste producten worden via winkels aan jou als consument verkocht. Denk hierbij aan kleren, speelgoed, meubelen of boeken. Voordat een product in de winkel ligt heeft het al lange reis gemaakt. Dit komt door de samenwerking van producenten, groothandels en winkels. De groothandels verkopen kleine partijen door aan winkels waarna de winkels ze weer per stuk verkopen aan klanten.

Alle mensen die in deze keten werken verdienen geld aan het product. Zij zorgen voor de opslag, het vervoer en de promotie.

Maak een graaf van deze keten op basis van de volgende gegevens:
1 De producent maakt 18 puzzels.
2 Deze puzzels worden doorverkocht aan twee groothandels. Elk koopt negen stuks.
3 De groothandels verkopen alle puzzels aan verschillende winkels, drie stuks per winkel.

Vraag: Hoeveel winkels kopen nu in totaal deze puzzels?

4 De winkels verkopen de puzzels weer aan klanten. Elke klant koopt een puzzel.

Vraag: Hoeveel klanten kopen nu in totaal een puzzel? Komt dit aantal overeen met het aantal dat de producent er heeft gemaakt?

Gebruik een compleet A4-tje voor deze graaf. Om het geheel overzichtelijker te maken is het handig om voor de producent, de groothandel, de winkel en de klant symbolen te tekenen die je snel herkent.

Opgave B
Voor het werk dat de groothandel en winkel doen om de puzzel te verkopen worden zij ook beide betaald. Dit gebeurt door het prijsverschil tussen inkoop en verkoop per product.
Bijvoorbeeld:
De puzzel kost € 6,- om te maken. Hiermee zijn materiaal, bewerkingskosten en verpakking betaald.
De producent verkoopt de puzzel voor €8,75 aan de groothandel.
De groothandel verkoopt de puzzel weer voor €16,75 aan de winkel
Uiteindelijk verkoopt de winkel de puzzel weer aan de klant die er € 25,- voor betaalt.

Vraag: Bereken hoeveel iedereen in dit voorbeeld aan het product verdient. Probeer een verklaring te bedenken voor de verschillen die bestaan tussen de verdiensten van de producent, de groothandel en de winkel voor één product.

Zoals vermeld is de uiteindelijke prijs € 25,-.
Vraag: Bereken op basis van de inkomsten van de verschillende partijen de "marge" in procenten op de puzzel.

N.B.: De marge van een producent, groothandel of winkel op de puzzel is wat hij of zij verdient uitgedrukt in een percentage van de prijs die de klant ervoor betaalt.

Opgave C
Stel je voor dat alle partijen (dus producent, groothandel en winkel) van de inkomsten moeten leven. Hiervoor moeten zij een maandelijks inkomen hebben van € 1500,-. Je weet uit opgave B wat elk per puzzel verdient.

Vraag: Hoeveel puzzels moet elke partij per maand verkopen?