Beoordeling en becijfering
De kandidaat die eindexamen vmbo, havo of vwo heeft afgelegd, is geslaagd indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en hij tevens:
  • voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of;
  • voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, waarvan ten minste één 7 of hoger, of;
  • voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, waarvan ten minste één 7 of hoger, met dien verstande dat het eindcijfer van het afdelingsvak of intra sectorale programma in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg wordt meegerekend als twee eindcijfers.

Ook voor Maatschappijleer moet minimaal een 5 behaald zijn. Dit cijfer telt ook mee als examencijfer.

Vanaf schooljaar 2013-2014 moet ook voor de rekentoets minimaal een 5 worden gehaald (dit cijfer telt niet mee als examencijfer).

Tevens moet gelden dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en kunstvakken voor één van beide uit het gemeenschappelijk deel de kwalificatie "voldoende" of "goed" is behaald.

 

Tip!
Houd goed de mededelingen van DUO in de gaten welke veranderingen er komen in de normering. Abonneer je op de nieuwsbrief.