STIP-VSO cluster 3
STIP: Sociale Training In de Praktijk. De methode baseert zich op de doelen uit de leerlijn sociale competentie voor 12-20 jarige zeer moeilijk lerenden. De methode heeft als doel dat de leerlingen gewenst sociaal gedrag vertonen op school, op het werk, thuis en op het dagverblijf. Daarnaast heeft de methode als doel dat leerlingen positieve relaties ontwikkelen met mensen uit de omgeving.

Elk deel bestaat uit vijftien projecten die in twee schooljaren uitgevoerd kunnen worden. Punten in de methode zijn: planmatig werken naar einddoelen van een leerlijn; geselecteerde doelen rekening houdend met zowel de ontwikkelingleeftijd als de kalenderleeftijd; aangepaste methodiek; zinvolle leercontext; stimulerende leermiddelen en werkvormen.

Zeven aandachtsgebieden van sociale competentie:

  1. Jezelf kennen en waarderen
  2. Goed voor jezelf zorgen
  3. Omgaan met gevoelens
  4. Aardig zijn en rekening houden met de ander
  5. Positieve relaties
  6. Omgaan met een taak
  7. Gesprek- en luistervaardigheden

Inhoudelijk aanknopingspunt voor burgerschapsvorming Geschiktheid activiteiten voor burgerschapsvorming

Leermiddel bevat onderwijsaanbod rond:

A - Democratie

A1: Basiswaarden democratie

  • vrijheid van meningsuiting
  • begrip voor anderen

B - Participatie

B1: Sociaal-culturele participatie

  • vrijetijdsbesteding

B2: Economische participatie

  • rol als consument
  • (oriĆ«ntatie op) stage, werk en scholingsmogelijkheden na schoolverlaten

C - Identiteit

C1: Wie ben ik

  • zelfbeeld
  • formele identiteit en identificatie

C4: Respect voor diversiteit

  • ik en de ander
  • verdraagzaamheid, tolerantie

Leermiddel bevat activiteiten die:

I sociale interactie bevorderen
III gericht zijn op ontwikkeling van eigen identiteit

Met name door:

  • aandacht aan voorbereiding en praten over uiten van gevoel.
  • samenwerken tijdens 'simpele' rollenspellen, opdrachten en ook met collega's tijdens de stage.
  • meedoen aan (groepsgesprekken), dit gebeurt aan de hand van vragen die de leerkracht stelt. Ook wordt geleerd om vragen te stellen. Dit laatste wordt ook geleerd om telefonisch te doen.
  • delen van gevoelens en ervaringen. Leerlingen moeten over hun ervaringen vertellen, ervaringen en gevoelens delen met de ander en luisteren naar gevoelens en ervaringen van een ander.
  • leren hoe je kunt reageren als een ander zich blij, boos, verdrietig of angstig voelt.
  • adequaat reageren op kritiek en correcties.
  • helpen van een ander en het vragen om hulp aan de orde gesteld.
  • uitnodigen tot meningsvorming.
  • keuzes maken, bijv. in de vorm van het maken van een inpaklijst voor een uitje en kiezen welke leerlingen wat gaan doen met schoonmaak-activiteiten in de school.
  • voorbereiden op participatie in het openbaar leven, bij vrijetijdsbesteding en aan het arbeidsproces. Leerlingen moeten bijvoorbeeld een uitje plannen, naar het postkantoor en (voorbereiden) op stage.
  • persoonlijke verhalen vertellen over eigen ervaringen. Er zitten in elke les vragen met de 'koppeling naar eigen situatie'. In die zin vinden er activiteiten plaats waarmee de eigen leefwereld en achtergronden worden verkend.
  • verkennen van eigen identiteit wordt aan de orde gesteld door voorkeuren qua kleding, gesprekken over (on)tevredenheid over eigen lichaam en mogelijkheden en oefenen met zelfvertrouwen.
  • betrekken van de buitenwereld, zoals het bezoeken van het postkantoor en van een voetbalclub.