Lezen moet je doen
Lezen moet je doen is een leesprogramma voor het voorbereidend lezen aan zeer moelijk lerenden. Het bestaat uit een overzichtspublicatie waarin het onderwijsprogramma in globale zin wordt aangegeven en een aantal praktijkpublicaties met uitgewerkte lessuggesties en werkideeën; leerlingenmateriaal in de vorm van werkbladen, puzzels, spellen en een set basisvormen; en (didactische) aanwijzingen voor het gebruik in de praktijk.
Oorspronkelijk bestond de methode uit zeven delen:
  • De handleiding Lezen Moet Je Doen
  • Zeggen Wat Je Ziet: Het pictoleesboek
  • Het Vormenboek
  • Lezen Wat Je Kunt A, B, C en D (met alle letters)

Lezen moet je doen
Overzicht van het leesprogramma waarbij een vijftal basisvaardigheden worden onderscheiden die nodig zijn voordat het eigenlijke leesproces kan beginnen:

  1. de koppeling van klank en gebaar;
  2. de klanksynthese en de begripsvorming;
  3. de juiste leesrichting en de begripsvorming;
  4. de basisvormen;
  5. het leren lezen van letterschrift.

Het klankenboek dat als tweede deel is opgenomen in 'Lezen moet je doen' bevat een aantal lessuggesties voor het spelen met klanken, gebaren en lettertekens. Deze lessuggesties kunnen aan de basis staan van een zelf samen te stellen leergang aangaande de klankgebaarkoppeling.

In zeggen wat je ziet 
In deze publicatie worden leerlingen voorbereid op het lezen van letterschrift door gebruik te maken van picto's. Naast achtergrondinformatie over beeldlezen is in het docentenboek overzichtelijk aangegeven hoe de picto's moeten worden geïntroduceerd. Het leerlingenboek bevat elf hoofdstukken met pictoleesstof.

Vormenboek
In het 'Vormenboek' gaat het om de ontwikkeling van het vormbewustzijn. De tien basisvormen die na analyse van het alfabet zijn te onderscheiden, worden elk afzonderlijk geïntroduceerd. Het kunnen benoemen van de basisvormen is een grote steun voor de leerlingen als ze in een later stadium letters leren benoemen. Op die manier is het 'Vormenboek' een directe voorbereiding op het lezen van letterschrift.

Lezen wat je kunt, delen A/B/C/D
In 'Lezen wat je kunt' gaat het om het leren lezen van letters en woorden. In eerste instantie is nauw aangesloten bij beeldlezen. Heel geleidelijk worden enkele picto's en tekeningen vervangen door letters en woorden. De letters zijn zodanig geconstrueerd dat ze met de basisvormen gemaakt kunnen worden. De te leren letters en lettercombinaties zijn in vier groepen verdeeld:

  • deel A: l-m-p-s-t-aa-ee-oo-ui-ij
  • deel B: b-g-k-n-r-au-ie-oe
  • deel C: f-h-j-w-z-a-e-i-o-u
  • deel D: ch-d-v-uu-ei-eu-ou

Diverse werkvormen en hulpmiddelen worden gepresenteerd: introductie, constructie- en letterkaarten, posters, werkbladen, stripverhalen en spelvormen.

Een revisie van Lezen Moet je doen is verkrijgbaar via www.lezenmoetjedoen.nl. De revisie bevat een fikse uitbreiding aan oefenstof en werkbladen.