Kerndoelen
Sinds 1 augustus 2009 gelden er ook in het speciaal onderwijs richtlijnen voor wat leerlingen aan het eind van hun schooltijd moeten kennen en kunnen. Deze ‘kerndoelen’ gelden voor alle leerlingen in het speciaal onderwijs. Er zijn twee sets kerndoelen speciaal onderwijs. Een set kerndoelen bedoeld voor leerlingen met een enkelvoudige beperking en een set bedoeld voor zeer moeilijk lerende of meervoudig gehandicapte kinderen op scholen voor speciaal onderwijs.
De kerndoelen voor leerlingen met een enkelvoudige beperking sluiten zo veel mogelijk aan bij die voor het regulier basisonderwijs, maar houden rekening met de verschillende beperkingen van de leerlingen. Zo zijn er voor dove en slechthorende leerlingen bijvoorbeeld kerndoelen voor de Nederlandse gebarentaal en voor de blinde en slechtziende leerlingen kerndoelen met betrekking tot mobiliteit (stoklopen).

De kerndoelen zeggen iets over het onderwijsaanbod, ze zeggen niets over de manier waarop dat aanbod door scholen moet worden vormgegeven. Alhoewel de doelen zijn ontwikkeld voor het speciaal onderwijs, kunnen ze ook worden gebruikt door het regulier basisonderwijs en speciaal basisonderwijs. Als er voor een leerling met bijvoorbeeld Downsyndroom vervangende doelen worden gesteld, dan kunnen de kerndoelen voor de zeer moeilijk lerende en meervoudig gehandicapte leerlingen daarvoor als uitgangspunt dienen.

Wijziging kerndoel 31

In 2012 is er in opdracht van OCW een wijziging voorgesteld van een kerndoel binnen het domein `Oriëntatie op jezelf en de wereld`. Het gaat om het aanpassen van kerndoel 31 in het kader van seksualiteit en diversiteit.

Kerndoel 31 wordt (in italic staat wat nieuw is toegevoegd): De leerlingen leren herkennen dat in de samenleving, onder meer op het gebied van seksualiteit, verschillen en overeenkomsten zijn tussen mensen en groepen van mensen in de wijze waarop ze leven.